wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 6 mavo klas3

Total questions: 21

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Kies de juiste productiefactor bij: Erts

a)

kapitaal

b)

arbeid

c)

natuur

d)

ondernemerschap

2.

(a)   is de beloning die hoort bij ondernemerschap

3.

Rente is de beloning die hoort bij de productiefactor (a)  

4.

Door producten te beweren krijgt het product meer waarde. welke term hoort hier bij?

a)

BTW

b)

Belastingvoordeel

c)

toegevoegde waarde

d)

rente

5.

Alle bedrijven die na elkaar werken aan een eindproduct noem je de (a)  

6.

kapitaalgoederen die in waarde afnemen elk jaar noem je de

a)

afwijzing

b)

afschrijving

c)

afname kapitaal

d)

verliesgeving

7.

Wim koopt een bus voor 45.000 euro. Na 15 jaar ruilt hij deze in voor een nieuwe. Hij krijgt dan nog 7.000 voor de bus. Wat is de afschrijving per maand?

a)

2533,33

b)

211,11

c)

168.88

d)

3166.66

8.

Waaruit bestaat de brutowinstopslag?

a)

winst voor ondernemer

b)

inkoopkosten

c)

bedrijfskosten

d)

btw

9.

Jan koopt zakdoeken in Hongarije voor 0,50 euro per stuk. Hij wil hierop 125 % winst maken bereken de consumentenprijs bij 21% btw.

a)

1,28

b)

0,75

c)

0,76

d)

1,36

10.

Koos koopt een fietsman voor 56 euro inclusief btw. Wat is de prijs zonder 21% btw?

a)

46,28

b)

44,24

c)

42

11.

Wat is de groeifactor bij een toeslag van 56%

a)

0,56

b)

1,56

c)

0,44

d)

156

12.

Wat is de groeifactor bij een korting van 12%?

a)

1,12

b)

0,98

c)

0,88

d)

112

13.

Tinus verkoopt per maand 289 tuingereedschapsets voor 76 euro per set. deze sets koopt hij in voor 43 euro per stuk. Zijn bedrijfskosten zijn per maand 1.390 euro. Wat is zijn nettoresultaat?

a)

8.147

b)

9.537

c)

11.539,77

d)

20.531

14.
Een zak drop kost 3,89 inclusief 9% btw. wat is het btw bedrag?
a)

0.32

b)

0,35

c)

0,39

15.

Wat is een abstracte markt

a)

arbeidsmarkt

b)

vismarkt

c)

groentemarkt

d)

huizenmarkt

16.

In Dedemsvaart worden per jaar 78.000 porties patat verkocht. De Corner verkoopt er 45.000 wat is hun marktaandeel?

a)

73,33%

b)

58%

c)

55%

d)

42%

17.

Het aantal producten dat je verkoopt

a)

omzet

b)

afzet

c)

inkoopwaarde

d)

brutowinstmarge

18.

Hoeveel opbrengst dat je hebt in een bepaalde periode

a)

omzet

b)

afzet

c)

inkoopwaarde

d)

brutowinstmarge

19.

de inkoopprijs gaat over meerdere producten

a)

juist

b)

onjuist

20.

Michel koopt stoelen in Zweden. de kosten vallen onder de

a)

inkoopwaarde

b)

bedrijfskosten

c)

loonkosten

21.

Loon, huur en energie zijn voorbeelden van

a)

belastingen

b)

brutowinstmarges

c)

bedrijfskosten

d)

inkoopkosten