wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

🌱 BVJ | BK | Thema 2 Organen en cellen | 2.1 t/m 2.7

Total questions: 45

Worksheet time: 2hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk de afbeelding.

Welk orgaan is # 1?

(a)  

2.

Bekijk de afbeelding.

Welk orgaan is # 2?

(a)  

3.

Bekijk de afbeelding.

Welk orgaan is # 3?

(a)  

4.

Bekijk de afbeelding.

Welk orgaan is # 4?

(a)  

5.

Bekijk de afbeelding.

Welk orgaan is # 5?

(a)  

6.

Bekijk de afbeelding.

Welk orgaan is # 6?

(a)  

7.

Bekijk de afbeelding.

Welk orgaan is # 7?

(a)  

8.

Een deel van een organisme met een eigen taak noem je een...

(a)  

9.

Een groep organen die samenwerken aan een grotere taak noem je een...

(a)  

10.

Bekijk de afbeelding.

Bij welke letter vind je het VERTERINGSSTELSEL?

(a)  

11.

Bekijk de afbeelding.

Bij welke letter vind je het BLOEDVATENSTELSEL?

(a)  

12.

Bekijk de afbeelding.

Bij welke letter vind je het ADEMHALINGSSTELSEL?

(a)  

13.

Hoe noem je orgaan #2 van een plant?

(a)  

14.

Hoe noem je orgaan #4 van een plant?

(a)  

15.

Bekijk de afbeelding.

Hoe heet onderdeel #1?

a)

Hoofdwortel

b)

Zijwortel

c)

Wortelharen

d)

Wortelstelsel

16.

Bekijk de afbeelding.

Hoe heet onderdeel #3?

a)

Hoofdwortel

b)

Zijwortel

c)

Wortelharen

d)

Wortelstelsel

17.

Tik alle functies van de wortels van een plant aan. Er zijn 3 antwoorden goed.

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Water met voedingstoffen opnemen

c)

De plant vastzetten in de grond

d)

Fotosynthese doen

e)

Voedingstoffen aanmaken

18.

Wat is de functie van de bladeren van een plant?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Water met voedingstoffen opnemen

c)

De plant vastzetten in de grond

d)

Voedingsstoffen maken door fotosynthese

19.

Tik alle functies van de stengels van een plant aan. Er zijn 2 antwoorden goed.

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Water met voedingstoffen opnemen

c)

De plant vastzetten in de grond

d)

Water met stoffen vervoeren

e)

De bloem en bladeren dragen

20.

Op het plaatje zie je een doorgesneden stengel.

Wat zijn de gaatjes die je in de stengel ziet zitten?

a)

Vaten

b)

Voedingsstoffen

c)

Insectenbeten

d)

Bladmoes

21.

Hoe heet het groene gedeelte van het blad?

a)

Hoofdnerf

b)

Zijnerf

c)

Bladmoes

d)

Bladskelet

22.

Bekijk de afbeelding.

Wat is onderdeel # 1?

a)

Revolver

b)

Objectief

c)

Preparaatklem

d)

Tafel

e)

Diafragma

23.

Bekijk de afbeelding.

Wat is onderdeel # 2?

a)

Revolver

b)

Objectief

c)

Preparaatklem

d)

Tafel

e)

Diafragma

24.

Bekijk de afbeelding.

Wat is onderdeel # 3?

a)

Revolver

b)

Objectief

c)

Preparaatklem

d)

Tafel

e)

Diafragma

25.

Bekijk de afbeelding.

Wat is onderdeel # 4?

(a)  

26.

Bekijk de afbeelding.

Wat is onderdeel # 5?

a)

Revolver

b)

Objectief

c)

Preparaatklem

d)

Tafel

e)

Diafragma

27.

Bekijk de afbeelding.

Wat is onderdeel # 6?

(a)  

28.

Bekijk de afbeelding.

Welk nummer geeft het OCULAIR aan?

(a)  

29.

Bekijk de afbeelding.

Welk nummer geeft de TUBUS aan?

(a)  

30.

Bekijk de afbeelding.

Welk nummer geeft het STATIEF aan?

(a)  

31.

Bekijk de afbeelding.

Aan welk onderdeel draai je de tafel SNEL omhoog of omlaag wilt bewegen?

(a)  

32.

Bekijk de afbeelding.

Aan welk onderdeel draai je als je NAUWKEURING wilt scherpstellen?

(a)  

33.

Het oculair vergroot 10x. Je gebruikt een objectief met de vergroting 4x om een preparaat te bekijken. Hoe veel x is het beeld dat je door de microscoop ziet vergroot?

(a)  

34.

Een microscoop houd je met 2 handen vast. Een hand op het ... en een hand onder de ...

a)

Statief en voet

b)

Statief en tafel

c)

Tubus en voet

d)

Tubus en tafel

35.

De kleine bouwstenen van organismen zijn de...

(a)  

36.

Hoe noem je celonderdeel 1?

a)

Celmembraan

b)

Celkern

c)

Kernmembraan

d)

Celplasma

e)

Celwand

37.

Hoe noem je celonderdeel 2?

a)

Celmembraan

b)

Celkern

c)

Kernmembraan

d)

Celplasma

e)

Celwand

38.

Hoe noem je celonderdeel 4?

a)

Celmembraan

b)

Celkern

c)

Kernmembraan

d)

Celplasma

e)

Celwand

39.

Dit is een cel van een...

a)

Dier

b)

Plant

40.

Dit is een cel van een...

a)

Dier

b)

Plant

41.

Bij welk nummer vind je de CELWAND?

(a)  

42.

Bij welk nummer vind je BLADGROENKORRELS?

(a)  

43.

Bij welk nummer vind je de VACUOLE?

(a)  

44.

Bij welk nummer vind je de CELKERN?

(a)  

45.

Wat zie je gebeuren op dit plaatje?

a)

Celdeling

b)

Voortplanting

c)

Fotosynthese

d)

Vacuole