wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1 KT | Sporten | BS 3 t/m 6

Total questions: 47

Worksheet time: 47mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel minuten zitten er in een uur?

(a)  

2.

Hoeveel seconden zitten er in een minuut?

(a)  

3.

Wat is de afkorting voor kilometer per uur?

(a)  

4.

Wat is de afkorting voor meter per seconde?

(a)  

5.

Als je de snelheid wilt berekenen, gebruik je de formule snelheid = afstand : tijd

a)

waar

b)

niet waar

6.

Een auto legt in 3 uur 180 km af. Wat was de snelheid in km/h waarmee de auto reed?

a)

60 km/h

b)

60 m/s

c)

25 km/h

d)

40 m/s

7.

Als je snel van km/h naar m/s wilt omrekenen, doe je dit door het getal ... te doen

a)

x 3,6

b)

x 2

c)

: 60

8.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 4?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
9.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 2?
a)
Spaakbeen
b)
Schouderblad
c)
Borstbeen
d)
Wandbeen
10.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 11?
a)
Heiligbeen
b)
Staartbeen
c)
Heupbeen
d)
Bekken
11.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 3?
a)
Heiligbeen
b)
Halswervel
c)
Ribben
d)
Borstbeen
12.

Welk bot wordt aangegeven met nummer 6? ( aan de kant van je duim)

a)

Ellepijp

b)

Spaakbeen

c)

Opperarmbeen

d)

Bovenarmbeen

13.

Welk bot wordt aangegeven met nummer 5? ( aan de kant van je pink)

a)

Ellepijp

b)

Spaakbeen

c)

Opperarmbeen

d)

Bovenarmbeen

14.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 8?
a)
Been
b)
Onderbeen
c)
Scheenbeen
d)
Kuitbeen
15.

hoe heet het bot in je bovenarm?

a)

bovenarmbeen

b)

opperarmbeen

c)

bovenbeen

16.

Hoe heet laatste stukje van je wervelkolom?

a)

staartbeen

b)

heiligbeen

c)

ruggengraat

d)

lendewervels

17.

welk bot wordt hier getoond?

a)

ellepijp

b)

opperarmbeen

c)

scheenbeen

d)

spaakbeen

18.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 11?
a)
Heiligbeen
b)
Staartbeen
c)
Heupbeen
d)
Bekken
19.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 14?
a)
Ellepijp
b)
Sleutelbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
20.
Op welke manier maakt je skelet beweging mogelijk?
a)
Doordat de botten langs elkaar schrapen als je sport
b)
Doordat je spieren aan de botten vastzitten 
c)
Doordat je botten veel energie bevatten
d)
Doordat je skelet bestaat uit kraakbeen en kraakbeen is beweeglijk
21.

Met welke type beenverbinding zijn de wervels met elkaar verbonden?

a)

Verbinding door kraakbeen

b)

Verbinding door een naad

c)

Verbinding door een gewricht

d)

Vergroeid

22.

Wat is GEEN functie van het skelet?

a)

Bescherming

b)

Vorm geven

c)

Beweging

d)

Verteren

23.

Welk type gewricht zit er tussen het opperarmbeen en de onderarm?

a)

Scharniergewricht

b)

Rolgewricht

c)

Kogelgewricht

24.

Hoe noem je twee spieren die de tegenovergestelde beweging van elkaar maken?

a)

Tegenstanders

b)

Antagonisten

c)

Opponenten

25.

Wat gebeurt er met een spier als hij zich aanspant?

a)

Wordt kort en dun

b)

Wordt lang en dun

c)

Wordt kort en dik

d)

Wordt lang en dik

26.

Welk gewrichtsonderdeel wordt bedoeld met nummer 1?

a)

gewrichtskapsel

b)

kraakbeenlaagje

c)

gewrichtssmeer

d)

kapselband

27.

Welk type gewricht zie je op de afbeelding?

a)

Scharniergewricht

b)

Rolgewricht

c)

Kogelgewricht

28.

Welk type beenverbinding is hier afgebeeld?

a)

Verbinding door een naad

b)

Verbinding door kraakbeen

c)

Verbinding door een gewricht

d)

Vegroeiing

29.

Vul aan: Spieren zitten met (a)   vast aan de botten

TIP: nummer 4!

30.
In de neus vind je kraakbeen
a)
Juist
b)
onjuist
31.
Been is buigzamer dan kraakbeen
a)
Juist
b)
onjuist
32.
Op welk plaatje zie je een naadverbinding?
a)
Plaatje 1
b)
Plaatje 2
c)
Plaatje 3
d)
Geen enkele
33.
de eenheid van kracht is
a)
Newton
b)
Joule
c)
Kelvin
d)
Tesla
34.

Welk meetinstrument hoort bij kracht?

a)

Weegschaal

b)

Meetlat

c)

Veerunster

d)

Stopwatch

35.

Op bovenstaande afbeelding is een longblaasje schematisch weergeven. De groene en de gele pijl geven de uitwisseling van stoffen tussen het longblaasje en het bloed aan.


Welke stof moet er bij de gele pijl staan?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Stikstof

d)

Glucose

36.

Op bovenstaande afbeelding is een longblaasje schematisch weergeven. De groene en de gele pijl geven de uitwisseling van stoffen tussen het longblaasje en het bloed aan.


Welke stof moet er bij de groene pijl staan?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Stikstof

d)

Glucose

37.

Welk onderdeel van de longen is er op dit plaatje te zien?

a)

Longblaasjes

b)

Bronchiën

c)

Kraakbeenringen

d)

Slijmcellen

38.

De uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide noemen we...

a)

Gaswisseling

b)

Ademhaling

c)

Verbranding

d)

Uitscheiding

39.

Op bovenstaande afbeelding zijn de onderdelen van de longen weergeven.


Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 1?

a)

Luchtpijp

b)

Bronchiën

c)

Luchtpijptakjes

d)

Longblaasjes

40.

Op bovenstaande afbeelding zijn de onderdelen van de longen weergeven.


Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 2?

a)

Luchtpijp

b)

Bronchiën

c)

Luchtpijptakjes

d)

Longblaasjes

41.

Op bovenstaande afbeelding zijn de onderdelen van de longen weergeven.


Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 4?

a)

Luchtpijp

b)

Bronchiën

c)

Luchtpijptakjes

d)

Longblaasjes

42.

Welk woord moet op plek 1?


1 + zuurstof --> Water + 2 + energie

a)

Glucose

b)

Zweet

c)

Koolstofdioxide

d)

Zuurstof

43.

Welk woord moet op plek 2?


1 + zuurstof --> Water + 2 + energie

a)

Glucose

b)

Zweet

c)

Koolstofdioxide

d)

Zuurstof

44.

De brandstof van ons lichaam is...

(a)  

45.

Hoeveel lucht er in je longen past bij RUSTIG ademen is je...

a)

ademvolume

b)

longvolume

c)

vitale capaciteit

46.

Hoeveel lucht er maximaal in je longen past wanneer je diep inademt is je...

a)

ademvolume

b)

longvolume

c)

vitale capaciteit

47.

Hoeveel lucht je in de hele ademhalingstelsel maximaal kan in- en uitademen is je...

a)

ademvolume

b)

longvolume

c)

vitale capaciteit