wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Argumenten

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het argument:

'Er ligt een dun laagje ijs op de gracht. Het vriest kennelijk.'

a)

Er ligt een dun laagje ijs.

b)

Het vriest kennelijk.

c)

Er ligt een dun laagje ijs op de gracht. Het vriest kennelijk.

2.

Wat is het argument?

'Je mag doorrijden, het licht staat op groen.'

a)

Je mag doorrijden

b)

het licht staat op groen

c)

Je mag doorrijden, het licht staat op groen.

3.

Bij feitelijke argumentatie...

a)

moeten de genoemde feiten controleerbaar zijn en waar

b)

moeten de genoemde feiten controleerbaar zijn, maar deze hoeven niet per se waar te zijn

c)

het is niet nodig de genoemde feiten om waarheid te onderzoeken, want deze zijn per definitie correct

4.

Waarderende argumentatie...

a)

is gebaseerd op normen en waarden, geloof en principes

b)

hoeft niet serieus genomen te worden en is dan ook vaak onsuccesvol

c)

is gebaseerd op verifieerbare (controleerbare) feiten

5.

Welke drogreden herken je in deze zin? 'Vrouwen kunnen niet schaken, want tijdens het edele schaakspel moet men zijn mond houden.'

a)

overhaaste generalisatie

b)

bespelen van het publiek

c)

overdrijven van de nadelen

6.

Wat is het standpunt in het volgende stukje?

Politici zijn niet te vertrouwen: ze hebben immers allemaal hun eigen belangen vooropstaan. Ik ga dan ook niet meer stemmen bij de volgende verkiezingen. Bovendien ben ik dan op wereldreis.

a)

Politici zijn niet te vertrouwen.

b)

Ze hebben immers allemaal hun eigen belangen vooropstaan.

c)

Ik ga dan ook niet meer stemmen bij de volgende verkiezingen.

d)

Bovendien ben ik dan op wereldreis.

7.

Wat is het standpunt in het volgende stukje?

Ik zal niets meer zeggen over de slechte kwaliteit van oude langspeelplaten. Als het over geluidskwaliteit gaat, neem jij toch niets van mij aan.

a)

Ik zal niets meer zeggen over de slechte kwaliteit van oude langspeelplaten.

b)

Als het over geluidskwaliteit gaat, neem jij toch niets van mij aan.

8.

Wat is het standpunt in het volgende stukje?

De meeste leerlingen van mijn klas willen nu eenmaal bowlen, dus ik ga me daar niet tegen verzetten. Het is bovendien goedkoper dan paintballen en karten en het is dichtbij school.

a)

De meeste leerlingen van mijn klas willen nu eenmaal bowlen.

b)

Dus ik ga me daar niet tegen verzetten.

c)

Het is bovendien goedkoper dan paintballen en karten.

d)

Het is dichtbij school.

9.

Een feitelijk argument is een argument

a)

Dat je kunt controleren

b)

Dat je eigen mening bevat

c)

Dat vaak niet waar is

d)

Dat altijd klopt

10.

Een waarderend argument is een argument dat

a)

altijd waar is

b)

je kunt controleren

c)

een mening weergeeft

d)

een feit weergeeft

11.

Welke drogreden houdt in dat iemand beweert dat iets waar is omdat er geen bewijs is dat het niet waar is, of omdat het niet kan worden weerlegd

a)

Persoonlijke aanval

b)

Ontduiken van bewijslast

c)

Vals dilemma

d)

Verkeerde vergelijking

12.

Welke drogreden houd in dat iemand de persoon aanvalt die een argument maakt in plaats van het argument zelf?

a)

Persoonlijke aanval

b)

Vals dilemma

c)

Verkeerde vergelijking

d)

Ontduiken van bewijslast

13.

"Als we de belastingen verhogen, dan kunnen we meer geld investeren in onze gezondheidszorg. En als we meer geld investeren in onze gezondheidszorg, dan zullen mensen minder snel ziek worden. Dus als je voor gezondheid bent, dan moet je voor belastingverhoging zijn." Welke drogreden wordt hier gebruikt?

a)

Cirkelredenering

b)

vals dilemma

c)

persoonlijke aanval

d)

Reductio ad Hitlerum