wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kortverhaal/kortfilm

Total questions: 12

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke definitie past het best bij de protagonist?

a)

De tegenspeler die de protagonist tegenwerkt

b)

De belangrijkste verhaallijn in een verhaal

c)

Het hoofdpersonage rond wie het verhaal draait

d)

Een personage zonder invloed op het verhaal

2.

Wat is een antagonist?

a)

Een helper van het hoofdpersonage

b)

Een tegenstander die een conflict veroorzaakt met de protagonist

c)

Een vertelperspectief

d)

Een nevenfiguur die slechts één scène voorkomt

3.

Welke uitspraken over nevenspelers zijn juist?

a)

Ze werken het hoofdpersonage altijd tegen.

b)

Ze hebben geen enkele invloed op het verhaal.

c)

Ze ondersteunen het verhaal en hebben een beperkte, maar betekenisvolle rol.

d)

Over nevenspelers komen we minder te weten dan over het hoofdpersonage.

4.

Wat zijn de bouwstenen van een verhaal?

a)

Bouwstenen van een verhaal zijn de grammaticale regels die bepalen hoe je correcte zinnen moet vormen in een tekst.

b)

Bouwstenen van een verhaal zijn de basiselementen waaruit een verhaal wordt opgebouwd, zoals personages, tijd, ruimte, spanning en thematiek. Ze zorgen voor structuur en betekenis in het verhaal. Ze bieden antwoord op heel wat vragen (vb. wie?, wat?, waarover?, wanneer?)

c)

Bouwstenen van een verhaal zijn de illustraties en lay-out-elementen die bepalen hoe aantrekkelijk een boek eruitziet.

5.

Een onverwachte wending van de plot aan het einde van een verhaal noemen we een (a)  

6.

Soms begint een schrijver zijn verhaal midden in de actie. Hoe noemen we die tijdsaanduiding?

a)

ab ovo

b)

post rem

c)

in medias res

7.

Welke uitspraak klopt?

a)

Een kortverhaal is een fictief verhaal van grote omvang. Doorgaans is er maar één intrige, zelden zijn er nevenintriges. In het middelpunt van de belangstelling staat meestal één hoofdpersonage dat een belangrijke fase in zijn of haar leven meemaakt. Het aantal nevenpersonages is beperkt. Veel kortverhalen beginnen ab ovo, hebben een open einde en vaak ook een pointe.

b)

Een kortverhaal is een fictief verhaal van beperkte omvang. Doorgaans is er maar één intrige, zelden zijn er nevenintriges. In het middelpunt van de belangstelling staat meestal één hoofdpersonage dat een belangrijke fase in zijn of haar leven meemaakt. Er zijn nooit nevenpersonages. Veel kortverhalen beginnen in medias res, hebben een gesloten einde en vaak ook een pointe.

c)

Een kortverhaal is een fictief verhaal van beperkte omvang. Doorgaans is er maar één intrige, zelden zijn er nevenintriges. In het middelpunt van de belangstelling staat meestal één hoofdpersonage dat een belangrijke fase in zijn of haar leven meemaakt. Het aantal nevenpersonages is beperkt. Veel kortverhalen beginnen in medias res, hebben een open einde en vaak ook een pointe.

8.

Om een grappig effect te bereiken, kan een auteur gebruikmaken van verschillende humoristische procedés. Van welke soort humor is de volgende zin een voorbeeld?

  • 'Drink met maten, nooit alleen.'

a)

karakterhumor

b)

zwarte humor

c)

taalhumor

9.

Een man loopt op straat en glijdt ineens uit over een bananenschil.

Welk humoristisch procedé herkennen we hier?

a)

absurde humor

b)

situatiehumor

c)

karakterhumor

10.

Wat is het verschil tussen een 'vol karakter' (round character) en een 'vlak karakter' (flat character)?

4 lines
11.

Een camerastandpunt waarbij de camera heel laag bij de grond staat en naar boven filmt heet (a)  

12.

Een ... is een camerashot in film of video waarbij het personage van ongeveer het middel tot aan het hoofd in beeld wordt gebracht.

(a)