wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

lidwoord, zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord

Total questions: 21

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Een zelfstandig naamwoord is ...

a)

... een woord voor mensen, dieren, planten en dingen.

b)

... een woord dat je vertelt wat iemand of iets doet, of wat er gebeurt.

2.

Van welke woorden kun je een meervoudsvorm en een verkleinwoord maken?

a)

zelfstandige naamwoorden

b)

lidwoorden

c)

bijvoeglijke naamwoorden

d)

werkwoorden

3.

Eigennamen (zoals Victor, Gelderland en Schiphol) zijn ...

a)

werkwoorden

b)

bijvoeglijke naamwoorden

c)

lidwoorden

d)

zelfstandige naamwoorden

4.

Geef het verkleinwoord van het zelfstandig naamwoord accu.

De accu - het ...

(a)  

5.

Geef het verkleinwoord van het zelfstandig naamwoord bel.

De bel - het ...

(a)  

6.

Geef het verkleinwoord van het zelfstandig naamwoord kano.

De kano - het ...

(a)  

7.

Geef het verkleinwoord van het zelfstandig naamwoord explosie.

De explosie - het ...

(a)  

8.

Wat is het zelfstandig naamwoord in de volgende zin: Wie is de nieuwe leraar?

(a)  

9.

Wat is het zelfstandig naamwoord in de volgende zin: Rick leest graag.

(a)  

10.

Wat is het zelfstandig naamwoord in de volgende zin: Spruiten zijn vies.

(a)  

11.

Is het onderstreepte woord een werkwoord of zelfstandig naamwoord? Ik zal je daar nog over mailen.

a)

werkwoord

b)

zelfstandig naamwoord

12.

Is het onderstreepte woord een werkwoord of zelfstandig naamwoord? We zullen een reis naar Parijs boeken.

a)

werkwoord

b)

zelfstandig naamwoord

13.

Is het onderstreepte woord een werkwoord of zelfstandig naamwoord? Het rijden op de rondweg van Parijs is geen pretje.

a)

werkwoord

b)

zelfstandig naamwoord

14.

Welke woord geeft extra informatie over een zelfstandig naamwoord?

a)

lidwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

werkwoord

15.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin? De onvergetelijke logeerpartij.

a)

De

b)

onvergetelijke

c)

logeerpartij

16.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin? De blije opa.

a)

De

b)

blije

c)

opa

17.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin? Het slimme hondje.

a)

Het

b)

slimme

c)

hondje

18.

Welk woord is in de zin een bijvoeglijk naamwoord?

Wij gaan een nieuw huis bouwen.

a)

Wij

b)

gaan

c)

nieuw

d)

huis

19.

Welk woord is in de zin een bijvoeglijk naamwoord?

Deze Japanse nootjes moet je proeven.

a)

Deze

b)

Japanse

c)

nootjes

d)

moet

20.

Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in de volgende zin? Nova gaat met de bus naar haar oma.

a)

Nova

b)

Nova & bus

c)

bus & oma

d)

Nova, bus & oma

21.

Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in de volgende zin? De hond blaft nooit als Lotte binnenkomt.

a)

De, hond & blaft

b)

hond & blaft

c)

hond & Lotte

d)

hond