Font size
Worksheets1A - DEEL 1 (Herhaling)
Total questions: 72
Worksheet time: 41mins
De communicatie is geslaagd als ...
de boodschap is aangekomen bij de ontvanger
het kanaal juist gekozen is
het effect overeenkomt met het doel
Een zender heeft ALTIJD een doel.
waar
niet waar
Je kan geen communicatie hebben zonder dat er een gesprek wordt gevoerd.
waar
niet waar
Kasper gaat naar de bakker en vraagt om een groot rond wit brood. De bakker geeft hem een rond wit brood. Hij betaalt en gaat naar huis.
Is de communicatie geslaagd?
ja
nee
Er zijn twee jongens verdwaald en ze vragen de weg aan een vootbijganger: 'We zijn de weg kwijt. Kan je ons de weg wijzen?'. De voorbijganger wijst naar de grond en zegt: 'Je staat op de weg'.
Is de communicatie geslaagd?
ja
nee
Wie is de zender?
De leerlingen staan op de speelplaats. Plots gaat de bel. De leerlingen slenteren naar het toilet en verstoppen zich daar.
de leerlingen
de school
de speelplaats
de bel
Wat is de boodschap?
De leerlingen staan op de speelplaats. Plots gaat de bel. De leerlingen slenteren naar het toilet en verstoppen zich daar.
Ga naar huis.
Ga naar het toilet.
Ga in de rij staan.
Wie is de ontvanger?
De leerlingen staan op de speelplaats. Plots gaat de bel. De leerlingen slenteren naar het toilet en verstoppen zich daar.
de leerlingen
de school
de speelplaats
de bel
Wat is het kanaal?
De leerlingen staan op de speelplaats. Plots gaat de bel. De leerlingen slenteren naar het toilet en verstoppen zich daar.
de leerlingen
de school
de speelplaats
de bel
Wat is het effect?
De leerlingen staan op de speelplaats. Plots gaat de bel. De leerlingen slenteren naar het toilet en verstoppen zich daar.
De leerlingen gaan naar huis.
De leerlingen verstoppen zich.
De leerlingen gaan in een rij staan.
Louis vraagt aan zijn vriend om zijn notities door te sturen omdat hij een dag afwezig was. Zijn vriend weigert omdat hij hiervoor al tijd heeft gekregen op school.
Is de communicatie geslaagd?
ja
nee
Vul de zin aan met een begrip uit het communicatiemodel.
Degene die de boodschap overbrengt, is de ...
(a)
Vul de zin aan met een begrip uit het communicatiemodel.
Degene naar wie de boodschap wordt verstuurd, noemen we de ...
(a)
Vul de zin aan met een begrip uit het communicatiemodel.
De manier waarop/ Het middel waarmee informatie wordt overgebracht, noemen we het ...
(a)
Is de communicatie geslaagd?
Ja
Nee
Welke bedoeling heeft de zender?
De zender wil de ontvanger ...
informeren
een verhaal vertellen
de mening of gedachten beïnvloeden
instructies geven
zijn mening of standpunt geven
Welke bedoeling heeft de zender?
Hier zijn meerdere antwoorden correct.
De zender wil de ontvanger ...
informeren
een verhaal vertellen
de mening of gedachten beïnvloeden
instructies geven
zijn mening of standpunt geven
Welke bedoeling heeft de zender?
De zender wil de ontvanger ...
informeren
een verhaal vertellen
de mening of gedachten beïnvloeden
instructies geven
zijn mening of standpunt geven
Welke bedoeling heeft de zender?
De zender wil de ontvanger ...
informeren
een verhaal vertellen
de mening of gedachten beïnvloeden
instructies geven
zijn mening of standpunt geven
Voor welk doelpubliek is deze affiche bestemd?
kinderen
jongeren
volwassenen
Voor welk doelpubliek is deze affiche bestemd?
kinderen
jongeren
volwassenen
Voor welk doelpubliek is deze affiche bestemd?
kinderen
jongeren
volwassenen
Wat is het onderwerp in deze zin?
'Dat liedje kreeg van Letland de meeste punten.'
Letland
Dat liedje
kreeg
Wat is het onderwerp in deze zin?
'Door dat ongeval werd de auto zwaar beschadigd.'
de auto
dat ongeval
Door dat ongeval
werd
Wat is het onderwerp in deze zin?
'Op het kerstrapport van Joren Jaspers stonden twee onvoldoendes'.
Op het kerstrapport
Joren Jaspers
stonden
twee onvoldoendes
Wat is het onderwerp in deze zin?
Louis babbelt graag in de klas.
(a)
Bestaat het onderwerp uit een woord, woordgroep of een zin?
De eerlijke eerstejaars gaven de gsm terug die ze vonden op de sportdag.
woord
woordgroep
zin
Bestaat het onderwerp uit een woord, woordgroep of een zin?
Eerstejaars houden van sporten op de sportdag.
woord
woordgroep
zin
Bestaat het onderwerp uit een woord, woordgroep of een zin?
De leerlingen van het eerste jaar die sportdag hebben gehad, hebben goed gesport.
woord
woordgroep
zin
Bestaat het onderwerp uit een woord, woordgroep of een zin?
De leerlingen van het eerste jaar hebben in september sportdag gehad.
woord
woordgroep
zin
Bestaat het onderwerp uit een woord, woordgroep of een zin?
De eerlijke eerstejaars die de gsm teruggaven, kregen een beloning.
woord
woordgroep
zin
Bepaal het teksttype zonder het helemaal te lezen.
zoekertje
flyer
boodschappenlijst
rouwkaart
Bepaal het teksttype zonder het helemaal te lezen.
bankkaart
flyer
kalender
rouwkaart
Het onderwerp van een tekst....
beschrijft in één woord of in een paar woorden waar de tekst over gaat.
is de kortst mogelijke samenvatting van een tekst.
Wat doe je als je oriënterend leest? Duid alle juiste antwoorden aan.
Je leest de titels en tussentitels.
Je kijkt naar de illustraties.
Je zoekt moeilijke woorden op in het woordenboek.
Je denkt na over het onderwerp van de tekst.
Je maakt een schema van de tekst.
Bepaal het teksttype zonder het helemaal te lezen.
advertentie
bijsluiter
beoordeling
krantenartikel
Bepaal het teksttype zonder het helemaal te lezen.
advertentie
bijsluiter
beoordeling
krantenartikel
Vul het ontbrekende werkwoord in. (onvoltooid verleden tijd of imperatief)
Hij (a) veel geld aan kleren. (Besteden)
Vul het ontbrekende werkwoord in. (onvoltooid verleden tijd of imperatief)
Deze wedstrijd ... (vervelen) mij ontzettend.
(a)
Vul het ontbrekende werkwoord in. (onvoltooid verleden tijd of imperatief)
(a) (Worden) jij nu al weer boos?
Vul het ontbrekende werkwoord in. (onvoltooid verleden tijd of imperatief)
Wat (a) (vinden) je leraar van je werk?
Vul het ontbrekende werkwoord in. (onvoltooid verleden tijd of imperatief)
... (Melden) jij je even bij de pedagogisch medewerker.
(a)
Vul het ontbrekende werkwoord in. (onvoltooid verleden tijd of imperatief)
Waarom (a) (antwoorden) de leraar daar niet op.
Vul het ontbrekende werkwoord in. (onvoltooid verleden tijd of imperatief)
Mijn zusje (a) (geloven) niet meer in Sinterklaas.
Vul het ontbrekende werkwoord in. (onvoltooid verleden tijd of imperatief)
Dagelijks (a) (vinden) ik wel enkele nieuwe ideeën op het internet.
Deze mail is een voorbeeld van...
een formeel gesprek
een informeel gesprek
Dit gesprek is een voorbeeld van...
een formeel gesprek
een informeel gesprek
Deze e-mail is...
formeel
informeel
Deze e-mail is...
formeel
informeel
"U hoort nog van me" is...
formeel
informeel
"Ik stuur is je wel een mailtje" is...
formeel
informeel
Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?
baan
grondwoord
samenstelling
afleiding
Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?
tijdschriftenwinkel
grondwoord
samenstelling
afleiding
Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?
zestien
grondwoord
samenstelling
afleiding
Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?
kaartjes
grondwoord
samenstelling
afleiding
Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?
plaatselijke
grondwoord
samenstelling
afleiding
Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?
greintje
grondwoord
samenstelling
afleiding
Wat zijn de kenmerken van een helder bericht?
duidelijk en kort
duidelijk en volledig
kort en bondig
volledig en onduidelijk
Wat is de juiste term voor deze beschrijving?
Wat krijg je als je twee of meer grondwoorden samenvoegt?
een afleiding
een samenstelling
een grondwoord
Wat is de juiste term voor deze beschrijving?
Wat krijg je als je aan een grondwoord een voorvoegsel en/of achtervoegsel toevoegt?
een afleiding
een samenstelling
een grondwoord
Duid alle samenstellingen aan.
superleuk
onrecht
futloos
driesterrenhotel
Duid alle afleidingen aan.
achteruitgang
wanhoop
avontuurlijk
maximumsnelheid
Wat is in dit bericht minder gepast? Er zijn meerdere mogelijkheden.
kanaal
aanspreking
slotformule
taalgebruik
Wat is er in dit bericht minder gepast?
kanaal
aanspreking
slotformule
taalgebruik
Vervang door een samenstelling.
Een console waar je op speelt...
een speelconsole
een spelconsole
een Xbox
een consolespel
Vervang door een samenstelling.
zo blauw als de hemel...
helsblauw
hemelblauw
hemelsblauw
blauwhemel
Vervang door een afleiding.
Iemand die laf is...
(a)
Vervang door een afleiding.
zonder moeite...
(a)
Maak het antoniem door een voor- of achtervoegsel toe te voegen: HOOP.
(a)
Vervang het aangeduide woord door een synoniem.
Vond jij die uitspraak ook zo grappig?
criterium
formulering
bewering
situatie
Vervang het aangeduide woord door een synoniem.
De soldaten bevonden zich in een hopeloze positie.
criterium
formulering
bewering
situatie
Wat is het antoniem van 'beknopt'?
automatisch
uitgebreid
uniek
