wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KT elektriciteit 4.1 en 4.2

Total questions: 16

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Een condensator kan ...

a)

lading opslaan en afgeven

b)

een apparaat laten werken

c)

een spanningsbron zijn

2.

Een volledig opgeblazen ballon heeft een hoge spanning

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Een spanning word gemeten in ...

(a)  

4.

Welke spanning levert deze batterij?

4 lines
5.

Batterijen noemen we ook wel een ...

a)

Voltmeter

b)

condensator

c)

spanningsbron

d)

Amperemeter

6.

Teken 3 batterijen 1,5 Volt zo dat er 4,5 Volt door de stroomkring loopt.
Teken ook zelf de stroomkring, onthou wat heb je geleerd over stroomkringen, welke onderdelen moeten er in.

7.

Bij het serie schakelen van batterijen mag je het aantal Volt van de batterijen bij elkaar optellen

a)

Niet waar

b)

Waar

8.

Een lampje van 6 Volt brand niet op een spanning van 1,5 V

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Welke spanning geeft de voltmeter aan?

4 lines
10.

Met welke spanning werkt deze accu?

(a)  

11.

Hoeveel batterijen zijn er nodig om een spanning te maken van 9 Volt?
(een batterij levert 1,5 Volt)

a)
4
b)
5
c)
6
d)
7
12.
27 mA = 
a)
2700 A
b)
270 A
c)
0,27 A
d)
0,027 A
13.
Welke spanning geeft de Voltmeter aan?
a)
1,25 V
b)
1,5V
c)
12,5 V
d)
15 V
14.

Koper is een

a)

goede elektrische geleider

b)

slechte elektrische geleider

15.
In een serieschakeling is de spanning overal hetzelfde.
a)
Waar
b)
Niet waar
16.
De spanning die een stopcontact in je huis geeft is....
a)
12 V
b)
24 V
c)
110 V
d)
230 V