wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

voorzetsels

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

De bal ligt ......... de dozen.

a)

op

b)

over

c)

voor

d)

tussen

2.

Welk voorzetsel hoort er bij de hond?

a)

voor

b)

achter

c)

tussen

d)

onder

3.

De kanarie zit ....... de doos.

a)

onder

b)

naast

c)

op

d)

aan

4.

Waar klopt het voorzetsel met het plaatje?

a)

Het konijn springt voor de doos.

b)

De jongen loopt voor de doos.

c)

Het konijn springt over de doos.

d)

De jongen loopt tegen de muis.

5.

Er zit een ......... op de doos.

a)

kat

b)

konijn

c)

barcode

d)

rode vogel

6.

Welke zin klopt NIET?

a)

De jongen staat achter de doos.

b)

De kat zit onder de doos.

c)

Het konijn springt over de doos.

d)

De hond staat naast de doos.

7.

Welk voorzetsel zie je niet op het plaatje?

a)

voor

b)

naar

c)

achter

d)

onder

8.

Welk voorzetsel hoort hierbij?

a)

Hamster

b)

tegen

c)

doos

d)

schaduw

9.

Welk voorzetsel zou je hier NIET kunnen gebruiken?

a)

tegen

b)

tegenover

c)

naast

d)

bij

10.

Welk voorzetsel hoort bij het plaatje?

a)

langs

b)

achter

c)

over

d)

voor

11.

Welk voorzetsel zie je hier NIET?

a)

tussen

b)

in

c)

langs

d)

over

12.

Welk voorzetsel zit er in deze zin?

Kees stopt de gele banaan in zijn mond.

a)

de

b)

banaan

c)

gele

d)

in

13.

Op het schoolplein stond in een hoekje een prullenbak.

Hoeveel voorzetsels zitten er in de zin?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

geen

14.

Mijn vader heeft plantjes langs het pad geplant.

Hoeveel voorzetsels staan er in de zin?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

geen

15.

Welk voorzetsel zie je niet op het plaatje?

a)

voor

b)

achter

c)

onder

d)

op

16.

Welke twee woorden zijn voorzetsels?

a)

b)

c)

d)

17.

In welke zin staat GEEN voorzetsel?

a)

De fietser nam een grote bocht.

b)

Sinds vorige week ben ik verkouden.

c)

Het eten stond op tafel klaar.

d)

Ik fiets vaak tegen de wind naar huis.

18.

Welk voorzetsel zie je hiernaast NIET?

a)

naast

b)

voor

c)

onder

d)

achter

19.

Ik koop graag een lekker ijsje met chocolade dip.

Wat is in deze zin het voorzetsel?

a)

graag

b)

met

c)

een

d)

lekker

20.

Welk plaatje hoort bij één van de zinnen?

a)

b)

c)

d)

21.

Welk voorzetsel zoeken we?

a)

bij

b)

aan

c)

in

d)

mee

22.

Welk voorzetsel zoeken we?

a)

aan

b)

mee

c)

langs

d)

uit

23.

Welke voorzetsels horen hier bij?

a)

b)

c)

d)

24.

Welk voorzetsel zie je NIET op de plaatjes?

a)

achter

b)

onder

c)

naast

d)

voor

25.

We reden in de vakantie naar Spanje om op het strand te gaan liggen.

Wat zijn de voorzetsels in deze zin?

a)

b)

c)

d)