wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BS 2.3 'organen voor vertering'

Total questions: 36

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.
De functie van voedingsvezels is het bevorderen van de darmperistaltiek
a)
Juist
b)
Onjuist
2.

Dit wordt gemaakt in de lever en niet in de galblaas

a)

speeksel

b)

alvleessap

c)

gal

d)

maagsap

3.

Dit sap maakt bacteriën dood

a)

alvleessap

b)

maagsap

c)

gal

d)

darmsap

4.

dit sap maakt van grote vetdruppels kleine vetdruppels

a)

maagsap

b)

gal

c)

alvleessap

d)

speeksel

5.

Dit sap maakt bacteriën dood Let op, twee goede antwoorden!

a)

gal

b)

alvleessap

c)

maagsap

d)

speeksel

6.

Nummer 2 is de

a)

maag

b)

lever

c)

dikke darm

d)

slokdarm

7.

Nummer 7 is de

a)

maag

b)

dunne darm

c)

lever

d)

alvleesklier

8.

nummer 9 is de

a)

slokdarn

b)

twaalfvingerige darm

c)

dunne darm

d)

dikke darm

9.

Nummer 11 is de

a)

slokdarm

b)

twaalfvingerige darm

c)

dunne darm

d)

dikke darm

10.

verteerde voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed in nummer

a)

2

b)

3

c)

11

d)

9

11.

Water wordt terug opgenomen in het lichaam in nummer

a)

11

b)

9

c)

3

d)

2

12.

de galblaas is nummer

a)

7

b)

8

c)

6

d)

10

13.

Deze voedingsstoffen moeten wel verteerd worden

a)

mineralen water en vet

b)

eiwitten vet en vitamines

c)

eiwitten vet en koolhydraten

d)

koolhydraten eiwitten en water

14.

De juiste weg waarlangs je eten gaat is(goed kijken, extra tijd!)

a)

2-3-7-8-12

b)

2-5-6-7-9

c)

2-4-6-11-12

d)

2-3-5-9-11-12

15.

De kneedbewegingen van je darm zijn de (goed lezen!)

a)

periklastische bewegingen

b)

perilastische bewegingen

c)

peristaltische bewegingen

d)

sperliatische bewegingen

16.

Vertering is

a)

lekker eten

b)

eten uitpoepen

c)

eten klein maken

d)

voedingsstoffen klein maken

17.

een voedingsmiddel is

a)

eiwitten

b)

vetten

c)

brood

d)

vet

18.

De wand van de dunne darm bestaat uit darmvlokken en

a)

darmlippen

b)

darmplooien

c)

darmvliezen

d)

darmpjes

19.

Het laatste stukje darm

a)

slokdarm

b)

dunne darm

c)

endeldarm

d)

dikke darm

20.

Van welke bouwstoffen heb je het meest nodig? Zoek op van meest naar minst

a)

water - eiwitten - mineralen

b)

mineralen - eiwitten - water

c)

water - mineralen - eiwitten

d)

eiwitten - mineralen - water

21.

In de afbeelding is het verband tussen de temperatuur en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Bij welke temperaturen is dit enzym tijdelijk onwerkzaam?

a)

Alleen bij temperaturen onder de 10 graden

b)

Alleen bij temperaturen onder de 35 graden

c)

Alleen bij temperaturen boven de 50 graden

d)

zowel bij temperaturen onder de 10 graden als bij temperaturen boven de 50 graden.

22.

In de afbeelding is het verband tussen de temperatuur en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Wat is de optimumtemperatuur?

a)

10 graden

b)

35 graden

c)

50 graden

23.

In het product in de afbeelding komen veel voedingsvezels voor.

Juist. Onjuist.

a)

juist

b)

onjuist

24.

Deze voedingsstoffen zorgen voor de verdikking van je ontlasting?

(a)  

25.

Welk deel zorgt ervoor dat het voedsel niet in de neus komt?

(a)  

26.

Welk deel zorgt ervoor dat het voedsel niet in de luchtpijp komt?

(a)  

27.

Het komt weleens voor dat er in de galblaas galstenen worden gevormd. Stoffen in gal klonteren dan samen en worden hard: een galsteen. Als een galsteen de galbuis verstopt, kunnen er problemen ontstaan met de vertering. Welke voedingsstof kan dan niet goed worden verteerd?

a)

Eiwitten

b)

Koolhydraten

c)

Voedingsvezels

d)

Vetten

28.

In welk deel van het darmkanaal wordt water met verteringsproducten opgenomen in het bloed?

(a)  

29.

Maak de zinnen kloppend.

De ...  produceert ... . Dit verteringssap emulgeert ... .

(a)  

30.

Welk verteringssap verdeelt grote vetdruppels in kleine vetdruppels?

a)
Maagsap
b)
Speeksel
c)
Galsap
d)
Pancreassap
31.

Welk deel van het verteringsstelsel dikt de onverteerde voedselresten in?

a)
De maag
b)
De dunne darm
c)
De dikke darm
d)
De lever
32.

Welk verteringssap doodt bacteriën?

a)
Maagsap
b)
Speeksel
c)
Gal
d)
Pancreassap
e)

Dunne darm sap

33.

In de afbeelding zie je darmplooien en darmvlokken in een darmwand. In de wand van welke darm komen darmplooien en darmvlokken voor?



(a)  

34.

Welk deel van het verteringsstelsel slaat onverteerde voedselresten op?

a)
Maag
b)
Dikke darm
c)
Dunne darm
d)
Lever
e)

Endeldarm

35.

Veel koolsoorten bevatten vezels. Koolhydraten in die vezels worden door menselijke enzymen in het verteringskanaal niet verteerd. Bacteriën in het verteringskanaal breken deze onverteerbare koolhydraten wel af. In welk deel van het verteringskanaal komen veel bacteriën voor die onverteerbare resten afbreken?

(a)  

36.

Naast enzymen wordt er ook gal aan het voedsel toegevoegd. In welk deel van het verteringskanaal wordt gal aan het voedsel toegevoegd?

(a)