wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2H par 2.3 meanderen

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Zet in goede volgorde van klein naar groot:

a)

grind, rotsen, zand, klei

b)

rotsen, grind, zand, klei

c)

klei, zand, rotsen, grind

d)

klei, zand, grind, rotsen

2.
Door erosie
a)
worden dalen dieper en breder.
b)
worden bergen hoger.
c)
worden bergen lager.
d)
worden gletsjers groter en langer.
3.

Waar vindt erosie en sedimentatie plaats in de rivier?

a)

binnenbocht = sedimentatie, buitenbocht = erosie

b)

buitenbocht = erosie, binnenbocht = erosie

c)

binnenbocht = sedimentatie, buitenbocht = sedimentatie

d)

binnenbocht = erosie, buitenbocht = sedimentatie

4.

Wat is een gemengde rivier?

a)

Rivier die smeltwater van gletsjers en regenwater afvoert.

b)

Rivier die helemaal afhankelijk is van regenwater.

c)

Rivier die smeltwater van gletsjers afvoert.

5.

Welk begrip:

Het eerste stuk van de rivier vanaf de bron, waar veel reliëf is en waar de rivier snel stroomt.

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

6.

De bochten van een rivier heten ook wel?

(a)  

7.

In de buitenbocht van een rivier stroomt het water...?

a)

niet

b)

snel

c)

langzaam

d)

gesedimenteerd

8.

Wat krijg je als water zacht stroomt?

a)

erosie

b)

verwering

c)

sedimentatie

d)

horsten

9.

Een rivier slijt een dal uit in de vorm van de letter?

a)

V, dus het is een V-dal

b)

U, dus het is een U-dal

10.

In het midden van deze afbeelding zie je een:

a)

horst

b)

slenk

11.

de stroomsnelheid is hoog in de ..... (1) en laag in de ..... (2)

a)

1=buitenbocht

2=binnenbocht

b)

1=binnenbocht

2=buitenbocht

12.

Hier zie je de vorming van een ....

a)
hoefijzermeer
b)

Meander

c)

Horst

d)

Slenk