wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Elektriciteitsformules

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Voor het vermogen gebruiken we de formule:
P = ... x I

a)

u

b)

V

c)

C

d)

U

2.

De "I" in de formule C = IxT staat voor:

a)

Stoomsterkte

b)

Volt

c)

A

d)

Spanning

3.

Als de spanning hoger wordt, dan wordt het vermogen:

a)

Hoger

b)

Lager

4.

3000mAh staat gelijk aan ... A

(a)  

5.

Wat is de spanning van een knoopcelbatterij

a)

1.5V

b)

1

c)

3A

d)

5 Watt

6.

Wat is de eenheid van spanning?

a)

V

b)

Volt

c)

Ampere

d)

A

7.

Wat is het vermogen van een apparaat dat een spanning van 120 volt (V) heeft en een stroomsterkte van 5 ampère (A)? Bereken het vermogen in watt (W).

a)

600W

b)

24W

c)

600A

d)

24V

8.

Wat is vermogen in elektriciteit?

a)

De energie die een apparaat opslaat.

b)

De energie die een apparaat per seconde verbruikt.

c)
  1. De spanning van een apparaat.

9.

Als een föhn een vermogen heeft van 1500 watt en je gebruikt het gedurende 15 minuten, hoeveel energie verbruik je?

a)

0,25 wattuur

b)

375 wattuur

c)

9000 wattuur

10.

Als een stroom van 2 ampère gedurende 45 minuten (0,75 uur) door een draad loopt, hoeveel lading is er dan doorheen gegaan?

a)

1,5 ampère-uur

b)

3,5 ampère-uur

c)

90 ampère-uur

11.

Wat gebeurt er met het vermogen van een apparaat als de spanning verdubbelt en de stroomsterkte constant blijft?

a)

Het wordt vier keer zo groot.

b)

Het blijft hetzelfde.

c)

Het wordt vier keer zo groot.

d)

Het verdubbelt