wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling hoofdstuk 2 kgt1

Total questions: 34

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de waarde van het cijfer 7 in het getal 8172,92?

a)

700

b)

7

c)

70

d)

0,7

2.

Op welke plek staat het cijfer 3 in het getal 872,03?

a)

honderdtallen

b)

tientallen

c)

tienden

d)

honderdsten

3.

Bij een vermenigvuldiging met 100 schuift de komma ...

a)

1 plek naar rechts

b)

2 plekken naar links

c)

2 plekken naar rechts

d)

1 plek naar links

4.

Bij een deling met 1000 schuift de komma ...

a)

3 plekken naar rechts

b)

2 plekken naar links

c)

2 plekken naar rechts

d)

3 plekken naar links

5.

Waar staat 3,8 miljoen goed geschreven?

a)

3 800 000

b)

3 800 000 000

c)

38 000 000

d)

38 000 000 000

6.

Hoeveel nullen gebruik je bij biljoen?

a)

6

b)

9

c)

12

d)

15

7.

Waar staat 18 miljard goed geschreven?

a)

18 000

b)

18 000 000 000

c)

18 000 000 000 000

d)

18 000 000

8.

Schrijf 8 900 000 met het woord miljoen

(a)  

9.

Schrijf 13 000 000 000 met het woord miljard

(a)  

10.

Welke stelling is waar?

a)

De delers van 7 zijn 1 en 7

b)

De delers van 8 zijn 1 en 8

c)

De delers van 9 zijn 1 en 9

d)

De delers van 1 zijn 1 en 2

11.

Waar of niet waar?

1 is een deler van elk getal

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Waar of niet waar?

0 is een deler van elk getal

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Welke stelling is waar?

a)

De delers van 20 zijn 1, 2, 10 en 20

b)

De delers van 18 zijn 1, 2, 9 en 18

c)

De delers van 16 zijn 1, 2, 8 en 16

d)

De delers van 14 zijn 1, 2, 7 en 14

14.

Typ het eerste veelvoud van 15.

(a)  

15.

Typ het derde veelvoud van 4.

(a)  

16.

Typ het tweede veelvoud van 9.

(a)  

17.

Waar of niet waar?

Bij veelvouden maken we gebruik van maatjes.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Waar of niet waar?

Tussen de getallen 13 en 28 zitten 7 oneven getallen.

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

327 is een ....

a)

even getal

b)

oneven getal

20.

1 892 810 is een ....

a)

even getal

b)

oneven getal

21.

Hoeveel decimalen heeft het getal 88,192?

a)

0

b)

1

c)

2

d)

3

22.

Rond het getal 83,291 af op twee decimalen.

(a)  

23.

Rond het getal 83,291 af op één decimaal.

(a)  

24.

Rond het getal 83,291 af op een geheel getal.

(a)  

25.

Rond het getal 67 982 af op tientallen.

(a)  

26.

Rond het getal 67 982 af op honderdtallen.

(a)  

27.

Rond het getal 67 982 af op tienduizendtallen.

(a)  

28.

Welk getal komt vooraan te staan als je ze in volgorde moet zetten van klein naar groot?

a)

2,3

b)

2,33

c)

2,303

d)

3,2

29.

Welk getal komt vooraan te staan als je ze in volgorde moet zetten van groot naar klein?

a)

7,82

b)

7,28

c)

7,802

d)

7,208

30.

Inge gaat met haar klas op schoolreis. Ze gaan met 25 personen en worden gebracht met auto's waar steeds 4 personen in kunnen. Hoeveel auto's zijn er nodig? Typ alleen het getal.

(a)  

31.

Diederik heeft €10. Hij wil snoepzakjes kopen die €0,80 kosten. Hoeveel snoepzakjes kan Diederik kopen? Typ alleen het getal.

(a)  

32.

Kees heeft plankjes nodig van 25 cm. Deze plankjes zaagt hij uit een grote plank van 170 cm. Hoeveel plankjes kan Kees zagen? Typ alleen het getal.

(a)  

33.

Voor 100 gram jam betaal je €1,50. Hoeveel betaal je voor 250 gram jam? Typ alleen het getal.

(a)  

34.

Voor 1 kg kaas betaal je €12. Hoeveel kost dan 300 gram? Typ alleen het getal.

(a)