wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ABS KLA Hoofdstuk 2.1 t/m 2.5

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent etiquette?

a)

Bedanken van mensen die iets goeds hebben gedaan

b)

Gebruikelijke beleefdheidsregels en omgangsvormen

c)

Tips geven wanneer je goed behandeld bent

d)

Manier waarop je opgevoed bent

2.

Volgens de etiquetteregels is iemand goed gekleed wanneer:

a)

Wanneer je kleding past bij jouw persoonlijkheid

b)

Wanneer je kleding past bij de gelegenheid en je persoonlijkheid, het uiterlijk en je leeftijd

c)

Wanneer de kleding past bij de gelegenheid

d)

Wanneer jouw kleding bij jouw persoonlijkheid, het uiterlijk en de leeftijd past

3.

Een bezoeker mag bij ontvangst door de medewerker receptie nooit getutoyeerd worden. Wat betekent getutoyeerd?

a)

Aangesproken met ‘jij’

b)

Bekritiseerd

c)

Genegeerd

d)

Uitgescholden

4.

Waarvoor zijn etiquetteregels bedoeld?

a)

Deze zijn bedoeld om als organisatie een goede naam te krijgen in de omgeving

b)

Deze zijn bedoeld om iedereen in de organisatie respectvol met mensen te leren omgaan

c)

Deze zijn bedoeld om iedere klant of gast makkelijker te kunnen ontvangen

d)

Deze zijn opgesteld zodat minder klachten ontvangen worden van klanten of gasten

5.

Welke van onderstaande vragen is GEEN voorbeeld van small talk?

a)

Heeft u het makkelijk kunnen vinden?

b)

Heeft u uw auto kunnen parkeren?

c)

Bent u hier al vaker geweest?

d)

Met wie heeft u een afspraak?

6.

'Goedemorgen, <bedrijfsnaam>, u spreekt met ....' is een voorbeeld van:

a)

Persoonlijke ontvangst

b)

Telefonische ontvangst

c)

Schriftelijke ontvangst

d)

Digitale ontvangst

7.

Uit welke onderdelen bestaat het succesvol aanspreken van een klant?

a)

Verbaal en non-verbaal begroeten, oogcontact en glimlach

b)

Begroeten door het geven van een hand en een glimlach

c)

Begroeten door het geven van drie zoenen en oogcontact

d)

Begroeten door het geven van een hand, oogcontact en glimlach

8.

Een medewerker kan de klant NON-VERBAAL aandacht geven. Wat betekent non-verbaal:

a)

Een smalltalk hebben met een klant en een vriendelijke smile

b)

Een smalltalk hebben met de klant met oogcontact en een smile

c)

Je moet dan denken aan oogcontact en een vriedelijke smile

d)

Een smalltalk hebben met de klant met een smile

9.

Bij een persoonlijk contact verwacht de klant dat de medewerker je zowel VERBAAL als NON-VERBAAL begroet. Wat betekent VERBAAL?

a)

Verbale begroeting wordt gevormd door een 'goedemorgen meneer of mevrouw'

b)

Een smile

c)

Oogcontact

d)

Hoofdknik

10.

Wat bedoelen we met Omnichannel-ontvangst?

a)

Dat de klant op verschillende manieren begroet kan worden

b)

Dat de klant op verschillende manieren berijkbaar zijn

c)

Dat je de klant op verschillende manieren dag kan zeggen

d)

Dat de klant op verschillende manieren ontvangen kan worden