wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BS 1 | Thema 3 Je gezondheid

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Je bent ________________ gezond als je lichaam werkt zoals het hoort.

Kies het juiste woord.

a)

geestelijk

b)

lichamelijk

c)

sociaal

2.

Wat je denkt en wat je voelt gaat over je________________ gezondheid.

Kies het juiste woord.

a)

geestelijk

b)

lichamelijk

c)

sociaal

3.

Je lichaam en je geest hebben niets met elkaar te maken.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Tijmen voelt zich de afgelopen dagen somber. Hij vindt het wel fijn om met zijn vrienden af te spreken.

Voelt Tijmen zich geestelijk gezond?

a)

JA

b)

NEE

5.

Hart en vaatziekten zijn infectieziekten.

a)

JA

b)

NEE

6.

Een ------------- heeft iemand al vanaf zijn of haar geboorte.

a)

aangeboren ziekte

b)

erfelijke ziekte

c)

infectieziekte

d)

leefstijlziekte

7.

Een ziekte die bij meerdere mensen binnen een familie voorkomt, noem je een ------------- .

a)

aangeboren ziekte

b)

erfelijke ziekte

c)

infectieziekte

d)

leefstijlziekte

8.

De manier waarop je leeft, is je leefstijl.

a)

JA

b)

NEE

9.

Cariës is een ziekte waarbij er gaatjes in je tanden ontstaan. Cariës kun je voorkomen door bijvoorbeeld twee keer per dag je tanden te poetsen. Weinig frisdrank drinken helpt ook tegen cariës.

Caries is een geen leerstijlziekte.

a)

JA

b)

NEE

10.

Wat zijn goede voorbeelden van dingen die je kunt doen om gezond te blijven?

Kies 2.

a)

Je gebit goed verzorgen

b)

Je veilig gedragen in het verkeer

c)

Veel snoepen

11.

In de afbeelding zie je Julia die patat eet. In de familie van Julia komen veel hart- en vaatziekten voor. Julia zegt dat het niet uitmaakt wat zij eet, omdat zij toch wel een hartziekte zal krijgen. Haar vriend Ben vindt dat ze wel gezond moet eten, zodat ze minder kans heeft om ziek te worden.

Wie heeft gelijk?

a)

Ben

b)

Julia

12.

Wat zijn goede voorbeelden van dingen die je kunt doen om gezond te blijven?

kies 2

a)

vrijen met condoom

b)

weinig ontspannen

c)

zonnebrandcrème gebruiken

13.

Je kunt alleen ziek worden door een ongezonde leefstijl.

a)

juist

b)

onjuist

14.

Een gezonde leefstijl vergroot de kans op leefstijlziekten.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Een hartritmestoornis is een voorbeeld van een hartziekte. Bij een hartritmestoornis klopt het hart te snel, te langzaam of onregelmatig. Als je veel koffie of alcohol drinkt, is de kans groter dat je een hartritmestoornis krijgt.

Een hartritmestoornis is een leefstijlziekte.

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Wat is de juiste term voor een ziekte die van generatie op generatie wordt doorgegeven?

a)

Aangeboren ziekte

b)

Erfelijke ziekte

c)

Infectieziekte

17.

Wat is de beste manier om cariës te voorkomen?

a)

Twee keer per dag tanden poetsen

b)

Veel frisdrank drinken

c)

Geen suiker eten

18.

Wat is een voorbeeld van een leefstijlziekte?

a)

Diabetes

b)

Griep

c)

Gebroken been

19.

Wat is de juiste term voor een ziekte die je van je ouders erft?

a)

Aangeboren ziekte

b)

Infectieziekte

c)

Leefstijlziekte

20.

Wat je denkt en wat je voelt gaat over je________________ gezondheid.

Kies het juiste woord.

a)

geestelijk

b)

lichamelijk

c)

sociaal