wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voorlezen en vertellen Quiz

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Bij welke ALA hoorde het vak Voorlezen en Vertellen?

a)

ALA Oriëntatie

b)

ALA Taalontwikkeling

c)

ALA Activiteiten organiseren

d)

ALA Communiceren met kinderen

2.

Welke stelling over voorlezen en vertellen is onjuist?

a)

Voorlezen en vertellen verhoogt het concentratievermogen van kinderen

b)

Tijdens het voorlezen en vertellen hoef je geen oogcontact te maken

c)

De taal- en leesvaardigheid van kinderen wordt vergroot

d)

Voorlezen en vertellen kan ook een sociale activiteit zijn

3.

Als je gaat voorlezen, moet je een boek kiezen dat aansluit bij de belevingswereld van het kind. Wat betekent 'belevingswereld'?

a)

De manier waarop het kind de wereld beleeft

b)

De manier waarop de hoofdpersoon uit het boek avonturen beleeft

c)

Een volwassene legt de wereld uit aan een kind

d)

Het boek gaat over andere planeten

4.

In welke boeken vind je veel illustraties?

a)

Romans

b)

Autobiografieën

c)

Poëzie

d)

Prentenboeken

5.

Bij welke doelgroep past dit boek?

a)

Alleen kinderen van 0 -1

b)

Baby's en peuters

c)

Kinderen vanaf 6 jaar

d)

Pubers

6.

Bij welke doelgroep past dit boek?

a)

Baby's

b)

Peuters

c)

Kleuters

d)

Pubers

7.

Bij welke doelgroep past dit boek?

a)

Baby's

b)

Kinderen vanaf 3 jaar

c)

Kleuters

d)

Schoolkinderen

8.

Er zijn 3 fasen tijdens het uitvoeren van voorlezen. Wat houdt de 'aanloop' in?

a)

Dit is de fase waarin je het verhaal afrondt en een gesprek gaat voeren met de kinderen.

b)

Dit is de fase waarin je de kinderen verzamelt en het boekje introduceert

c)

Dit is de fase waarin je aan het voorlezen bent en vragen stelt

9.

Tijdens het voorlezen en vertellen moet je letten op je 'articulatie', wat betekent dat?

a)

Je maakt gebruik van verschillende stemmetjes

b)

Je wisselt het tempo waarop je voorleest af

c)

Je maakt gebruik van je mimiek

d)

Je spreekt de woorden en zinnen duidelijk verstaanbaar uit

10.

Tijdens het voorlezen en vertellen moet je letten op je 'intonatie', wat betekent dat?

a)

Je wisselt het tempo waarop je voorleest af

b)

Je wisselt de toonhoogtes waarop je voorleest af

c)

Je maakt gebruik van pauzes tijdens het lezen

d)

Je spreekt de woorden duidelijk en correct uit

11.

Wat is een ander woord voor 'mimiek'?

a)

Stemmetjes

b)

Gezichtsuitdrukkingen

c)

Timbre

d)

Frasering

12.

Welke stelling over interactief voorlezen is juist?

a)

Als je interactief voorleest, onthouden de kinderen het verhaal beter

b)

Als je interactief voorleest, maak je geen oogcontact met de kinderen

c)

Als je interactief voorleest, stellen de kinderen geen vragen

d)

Als je interactief voorleest, zit je nooit in een kring

13.

Als je een boek 'normaal' voorleest, doe je daar langer over dan wanneer je hem 'interactief' voorleest. Is dit juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Welk van onderstaande opties zijn kenmerken van interactief lezen?

a)

Je laat het boek zien voor het voorlezen

b)

Je geeft de kinderen ruimte om op je te reageren

c)

Je praat na afloop over het verhaal

d)

Alle bovenstaande opties zijn juist

15.

Wat was het thema van de Kinderboekenweek 2023?

a)

GiGaGroen

b)

Gruwelijk Eng!

c)

Jij kan worden wat je wil

d)

Bij mij thuis

16.

Wanneer vond de eerste Kinderboekenweek plaats?

a)

2001

b)

1930

c)

1955

d)

1991

17.

Deze prijs is de belangrijkste literatuurprijs voor Nederlandse Jeugdboeken

a)

Kinderboekengeschenk

b)

Ballon D'Or

c)

Gouden Griffel

d)

Nobelprijs

18.

Als je kinderen van 0 jaar voorleest, vergroot je hun woordenschat. Is deze stelling juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Peuters die elke dag 15 minuten worden voorgelezen, scoren later op school beter op rekenen. Is deze stelling juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

Waarom is de Kinderboekenweek ooit opgericht?

a)

Omdat er nog geen kinderboeken bestonden

b)

Omdat er alleen schoolboeken bestonden

c)

Omdat voorlezen nog niet bestond

d)

Om kinderboeken te promoten