wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1.3 quiz

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Waarom bouwden mensen hunebedden?

a)

Het was bedoeld als kunstwerk

b)

Om in te wonen

c)

Om hun voorouders te vereren

d)

Ze werden betaald voor de bouw

2.

Wat heeft NIET te maken met de cultuur van de hunebedbouwers?

a)

Op het land werken

b)

Potten maken

c)

Bouwen

d)

Jagen

3.

Waarom werden er voorwerpen gelegd in het graf?

a)

Dit waren belangrijke spullen die zijn hebben gebruikt

b)

Deze konden zij gebruiken in het hiernamaals

c)

Strikvraag! Dat deden ze niet!

d)

Het was een offer aan de (natuur)goden

4.

Wat is een 'natuurgodsdienst'?

a)

Een geloof waarbij voorouders vereerd worden

b)

Een geloof waarbij God vereerd worden

c)

Een geloof waarbij natuurverschijnselen vereerd worden

d)

Een geloof waarbij goden vereerd worden

5.

Waarom zouden mensen geloven in natuurgodsdiensten?

a)

Het was een verklaring voor dingen die zij niet begrepen

b)

Het was een verklaring voor dingen die zij wel begrepen

c)

Strikvraag! Dat deden ze niet!

d)

Het was een manier om samen met de natuur samen te leven

6.

Wat hoort er op de puntjes te staan? Vul in:

Tussen jager-verzamelaars was er weinig verschil in (.....), omdat ze geen vaste woonplaats hadden

a)

aanzien

b)

macht

c)

bezit

7.

Wat hoort er op de puntjes te staan? Vul in:

We weten dat dat bij jager-verzamelaars weinig verschil was in (......), omdat de graven weinig van elkaar verschilden.

a)

aanzien

b)

macht

c)

bezit

8.

Wat hoort er op de puntjes te staan? Vul in:

Omdat jager-verzamelaars in kleine groepen leefden, was er weinig verschil in (......).

a)

aanzien

b)

macht

c)

bezit

9.

Wat hoort er op de puntjes te staan? Vul in:

In het leven van jager-verzamelaars was er veel (.....).

a)

Continuïteit

b)

Verandering

10.

Tussen boeren werden de verschillen in bezit groter omdat:

a)

Ze voorwerpen verzamelden

b)

Sommige boeren werkten niet tot nauwelijks

c)

Ze voorwerpen van elkaar stalen

d)

Zij daar recht op hadden

11.

Door bezig werden landbouwsamenlevingen steeds ingewikkelder (ongelijkheid, ruzie, jaloezie)

Noem een gevolg hiervan

a)

Mensen gingen hun spullen vaker delen

b)

Mensen gingen minder met elkaar om

c)

Mensen gingen terug naar jagen-verzamelen

d)

Ze maakten afspraken en benoemden een dorpshoofd

12.

In landbouwsamenlevingen werden de sociale verschillen:

a)

Groter

b)

Kleiner