wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voeding en vertering

Total questions: 22

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Zijn de deze roerbakblokjes een dierlijk voedingsmiddel?

a)

Ja

b)

Nee

2.

Kan één voedingsmiddel uit plantaardige én dierlijke producten bestaan?

a)

Ja

b)

Nee

3.

Is voedingsvezel een voedingsstof?

a)

Ja

b)

Nee

4.

Is joodoplossing een indicator voor eiwit?

a)

Ja

b)

Nee

5.

Zit de maag tussen de slokdarm en de twaalfvingerige darm?

a)

Ja

b)

Nee

6.

Welke van de volgende klieren is een verteringsklier?

a)

Zweetklier

b)

Alvleesklier

c)

Lymfeklier

7.

Welke voedingsstoffen zijn nodig voor de opbouw van je lichaam?

a)

Vitaminen en mineralen

b)

Eiwitten, vetten, koolhydraten

c)

Koolhydraten, eiwitten, vetten, vitamine, mineralen en water

8.

In je voeding zit voedingsvezel.

In welke voedingsmiddelen zit voedingsvezel?

a)

In dierlijk voedsel

b)

In plantaardig voedsel

c)

In beide

9.

Wat is een voorbeeld van een koolhydraat?

a)

Kalk

b)

Water

c)

Suiker

10.

Kan voedsel bederven door bacteriën en schimmels?

a)

Ja

b)

Nee

11.

Zijn voedingsvezels delen van planten die je kunt verteren?

a)

Ja

b)

Nee

12.

Je hebt vanavond een belangrijke training. Je wilt graag van te voren veel koolhydraten eten.
Hoe worden de koolhydraten die je voor de training eet gebruikt?

a)

Beschermende stoffen

b)

Bouwstoffen

c)

Brandstoffen

13.

Na de training voel je dat je spieren goed hun best hebben gedaan.
Welke groep voedingsstoffen zijn nodig voor het herstel van spieren?

a)

Beschermende stoffen

b)

Bouwstoffen

c)

Brandstoffen

14.

Asher eet yoghurt met havermout en een banaan als ontbijt.

a)

Dierlijke voedingsmiddelen

b)

Plantaardige voedingsmiddelen

c)

Dierlijke en plantaardige voedingsmiddelen

15.

Cake is een voorbeeld van een

a)

Voedingsstof

b)

Voedingsmiddel

16.

Wordt in de endeldarm onverteerd voedsel opgeslagen?

a)

Ja

b)

Nee

17.

Kunnen je darmen fijngemalen voedsel direct opnemen in het bloed?

a)

Ja

b)

Nee

18.

Het gebit verdeelt het voedsel in kleine stukjes.

   Met welk onderdeel van het gebit hap je delen van het voedsel af?

a)

Met de hoektanden

b)

Met de kiezen

c)

Met de snijtanden

19.

Nadat je een hap van je voedsel hebt genomen, kauw je het voedsel in kleine stukjes.

Welk voordeel heeft het verdelen van het voedsel in kleine stukjes?

a)

Dan kun je het voedsel beter inslikken

b)

Dan kun je onverteerde resten beter opslaan in je endeldarm

c)

Dan verslik je je niet

20.

Noem je dingen die je eet en drinkt voedingsstoffen?

a)

Ja

b)

Nee

21.


Waar bevinden zich de darmsapklieren?

a)

In de blindedarm

b)

In de dikke darm

c)

In de dunne darm

22.

Welk bestanddeel van voedsel zorgt voor een goede darmbeweging?

a)

Darmsap

b)

Voedingsstof

c)

Voedingsvezel