wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K3 Thema 3 Ordening BS 3

Total questions: 24

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

De plant van de afbeelding hebben geen bloemen. Wel hebben wortels, stengels en bladeren. Bij welke groep hoort deze plant?

a)

Wieren

b)

Sporenplanten

c)

Zaadplanten

d)

Algen

2.

Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door middel van sporen die ontstaan in hoopjes aan de onderkant van de bladeren?

a)

Bij de bomen

b)

Bij de grassen

c)

Bij de mossen

d)

Bij de varens

3.

In de zee leven algen, die bij de planten worden gerekend. Welk kenmerk van de cellen van algen wordt gebruikt om ze bij de planten te rekenen?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan

4.

Tot welke groep van de planten behoort de ereprijs?

a)

Sporeplanten

b)

Zaadplanten

c)

Mossen

d)

Varens

5.

Bij zaadplanten groeien de zaden in bloemen

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan fotosynthese doen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

7.

Je ziet hier cellen. Kunnen deze cellen fotosynthese doen?

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

In de afbeelding kun je een deel van een plant zien. Tot welke stam behoord deze plant?

a)

Tot de mossen

b)

Tot de varens

c)

Tot de zaadplanten

d)

Tot de paardenstaarten

9.

Bovenop een mos zitten.....

a)

Sporendoosjes

b)

Sporenhoopjes

c)

Zaden

d)

Bloemen

10.

Bij welke stam horen mossen?

a)

wieren

b)

algen

c)

sporenplanten

d)

zaadplanten

11.

Wieren planten zich voort door zaden.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Wat wordt er in sporendoosjes gemaakt?

a)

Sporen

b)

Varens

c)

Zaden

d)

Mossen

13.

Bij een naaktzadige boom zitten de zaden in vruchten.

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Een boterbloem heeft tere gele bloemen.

De boterbloem hoort bij de ...

a)

Naaktzadigen

b)

Bedektzadigen

c)

Sporenplanten

d)

Wieren

15.

Hoort de plant uit de afbeelding tot de naaktzadigen of bedektzadigen?

a)

Naaktzadigen

b)

Bedektzadigen

16.

Zaadplanten hebben ALTIJD bloemen.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Het plantenrijk wordt verder ingedeeld in verschillende groepen. Welke groepen zijn dat?

Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Zaadplanten

b)

Vetplanten

c)

Loofplanten

d)

Sporenplanten

e)

Wieren (algen)

18.

Er zijn drie stammen van sporenplanten.

a)

Juist

b)

Onjuist

19.
Waar of niet waar? Een wants (zie het plaatje) is tweezijdig symmetrisch.
a)
Waar
b)
Niet waar
20.

Een kwal is veelzijdig symmetrisch

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

In de afbeelding zie je een dier. Wat voor skelet heeft dit dier?

a)

Een inwendig skelet.

b)

Een uitwendig skelet.

c)

Geen skelet.

22.

De stekelhuidigen hebben een inwendig skelet met een wervelkolom

a)

Juist

b)

Onjuist

23.
Welk dier is veelzijdig symmetrisch
a)
Zeekomkommer
b)
Zeebaars
c)
Zeester
d)
Dolfijn
24.
Het huisje van een huisjesslak is een voorbeeld van een...
a)
Inwendig skelet
b)
Beschermend skelet
c)
Hard skelet
d)
Uitwendig skelet