wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ordening van dieren

Total questions: 20

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.
Bij welke hoofdafdeling hoort de kwal?
a)
Holtedieren
b)
Kwallen
c)
Weekdieren
d)
Sponzen
2.
Waar of niet waar? Een wants (zie het plaatje) is tweezijdig symmetrisch.
a)
Waar
b)
Niet waar
3.

Hoe noemen we de drie grote groepen binnen de domeinen van ordenen ook wel?

a)

Stammen

b)

Klassen

c)

Rijken

d)

Soorten

4.
Op basis van welke kenmerken worden de vier grote groepen ingedeeld?
a)
celkern, cytoplasma, celwand
b)
celkern, cytoplasma, celmembraan
c)
celkern, celwand, bladgroenkorrels
d)
celkern, bladgroenkorrels, cytoplasma
5.

Welk kenmerk hebben gewervelden allemaal?

a)

Een inwendig skelet van kalk

b)

Leggen eieren met een schaal

c)

Hebben een huid met een vacht

d)

Hebben allemaal een skelet van alleen maar botweefsel

6.

Welk celkenmerk heeft het rijk van de bacteriën wel?

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Vacuole

d)

Bladgroenkorrels

7.

Welk dier hoort bij de geleedpotigen?

a)
b)
c)
d)
8.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk type cellen is dit?

a)

dieren

b)

planten

c)

schimmels

d)

bacteriën

9.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

10.

Stekelhuidigen zijn veelzijdig symmetrisch.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Hieronder staan enkele kenmerken die voorkomen bij organisme:

1) Elke cel heeft bladgroenkorrels.

2) Elke cel heeft een celwand.

3) Elke cel heeft een celkern.

Welke kenmerken komen voor bij dieren?

a)

Alleen kenmerk 1

b)

Alleen kenmerk 2

c)

Alleen kenmerk 3

d)

Kenmerken 1 en 2

e)

Kenmerken 2 en 3

12.

Welk dier is niet-symetrisch?

a)

Kwal

b)

Slak

c)

Gele buis spons

d)

Zee-egel

13.

In de afbeelding zie je een dier. Wat voor skelet heeft dit dier?

a)

Een inwendig skelet.

b)

Een uitwendig skelet.

c)

Geen skelet.

14.

Bacteriën bestaan uit meerdere cellen

a)

juist

b)

onjuist

15.

Een kwal is veelzijdig symmetrisch

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Dieren hebben celwanden om de cellen

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

De stekelhuidigen hebben een inwendig skelet met een wervelkolom

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Een kokkel (zie afbeelding) hoort tot de weekdieren

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Tot welke groep van het dierenrijk behoort dit dier?

a)

Neteldieren

b)

Stekelhuidigen

c)

Geleedpotigen

d)

Weekdieren

20.

In de zee leven algen, die bij de planten worden gerekend. Welk kenmerk van de cellen van algen wordt gebruikt om ze bij de planten te rekenen?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan