wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K3 Thema 6 ecologie BS 4

Total questions: 18

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Neerslag
a)
Biotisch
b)
Abiotisch
2.
Voedselaanbod
a)
Biotisch
b)
Abiotisch
3.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

4.

Tot welk niveau van de ecologie behoort een hert in een bos?

a)

individu

b)

populatie

c)

ecosysteem

d)

levensgemeenschap

5.
Concurrentie
a)
Biotisch
b)
Abiotisch
6.

De temperatuur in een gebied en de hoeveelheid zonlicht die in een gebied schijnt zijn voorbeelden van....

a)

Biotische factoren

b)

Milieu

c)

Individuen

d)

Abiotische factoren

7.

Het aantal individuen van een bepaalde soort die samen leven in een bepaald gebied, noemen we ook wel een...….

a)

ecosysteem

b)

populatie

c)

samenleving

d)

levensgemeenschap

8.

Factoren uit de niet-levende natuur noemen we:

a)

Biotische factoren

b)

Abiotische factoren

9.

Wat zijn voorbeelden van Biotische factoren (meerder antwoorden zijn goed)

a)

Temperatuur van het water

b)

Watervlooien in het water

c)

Licht dat het water doordringt

d)

Gelegenheid om te schuilen onder waterleliebladeren

10.

Alle biotische en abiotische factoren in een bepaald gebied vormen samen een

a)

Individu

b)

Populatie

c)

Voedselkringloop

d)

Ecosysteem

11.

Wat zijn biotische factoren?

a)

Levende factoren

b)

Niet levende factoren

12.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

13.

Wat is de goede volgorde van van klein naar groot?

a)

Individu-ecosysteem-populatie

b)

Ecosysteem-populatie-individu

c)

Individu-populatie-ecosysteem

d)

Populatie-ecosysteem-individu

14.

een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied, die zich onderling voortplanten noem je een ...

a)

Individu

b)

Populatie

c)

Ecosysteem

d)

Voedselketen

15.
Het proces dat je in de afbeelding ziet noemen we....
a)
aanpassing.
b)
successie.
c)
biologisch evenwicht.
d)
optimaal.
16.
In het voorjaar van het derde jaar is er genoeg te eten en krijgen de koolmezen veel jongen.
a)
juist
b)
onjuist
17.
Dit diagram noemen we ook wel een...
a)
minimum-maximumkromme.
b)
staafdiagram.
c)
milieukromme.
d)
optimumkromme.
18.
Boven het maximum en onder het minimum gaan organismen dood.
a)
juist
b)
onjuist