Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling les 8 en 9

Total questions: 5

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

In welke situaties is het gepast om Standaardnederlands te gebruiken?

a)

Tijdens een sollicitatiegesprek.

b)

Als je met je vrienden aan het praten bent.

2.

Wat is geen dialect?

a)

West-Vlaams

b)

Limburgs

c)

Brabants

d)

Straattaal

3.

Wanneer gebruik je tussentaal?

a)

Wordt over het algemeen gebruikt in informele, lokale situaties, zoals gesprekken binnen een specifieke gemeenschap of regio.

b)

Wordt doorgaans gebruikt in informele gesprekssituaties, waarbij elementen van zowel dialect als Standaardnederlands worden gecombineerd.

4.

Wat is een typisch kenmerk voor het Nederlands-Nederlands?

a)

Zachte ‘g’

b)

  Harde ‘g’

c)

Eindletter van ‘dat, wat’ wordt niet uitgesproken

5.

Welk woord wordt in België niet zo vaak gebruikt?

a)

Dag

b)

Kleedje

c)

Nou