wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenen met kruisingen

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Het kunnen rollen van je tong is afhankelijk van de aanwezigheid van een dominant gen.

Een zwangere moeder, die haar tong niet kan rollen, krijgt een kind met een vader die dit wel kan. Deze vader is heterozygoot voor deze eigenschap.

Hoe groot is de kans dat hun kind later kan tongrollen?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

2.

Bij cavia's komen genen voor die we aanduiden met R en r. De aanwezigheid van het gen R geeft vlekken op de vacht. Twee cavia's, Snuf en Snuitje, krijgen jongen. Deze jongen hebben de genotypen RR, Rr en rr.

Wat zijn de genotypen van Snuf en Snuitje?

a)

RR en Rr

b)

RR en rr

c)

Rr en Rr

d)

  Rr en rr

3.

De Manx is een staartloze kat. De eigenschap staartloos is het gevolg van het dominante gen A.
Voor fokkers van dit ras doet zich het volgende probleem voor: homozygoot staartloze jongen zijn niet levensvatbaar. Ze sterven voor de geboorte.

Wat is het genotype van een levende staartloze kat?

a)

AA

b)

Aa

c)

aa

4.

Cavia's kunnen zwartharig en witharig zijn. Zwart is dominant. Gegeven zijn de volgende vier kruisingen:

BIj welke van de kruisingen is de kans op een witte cavia het grootst?

a)

heterozygoot X homozygoot dominant

b)

homozygoot dominant X homozygoot recessief

c)

homozygoot recessief X heterozygoot

d)

  heterozygoot X heterozygoot

5.

Een fruitvlieg met een zwart lichaam wordt gekruist met een fruitvlieg met een grijs lichaam. Alle individuen van de F1 zijn grijs. Deze F1-individuen worden onderling gepaard.
Van de 113 individuen van de F2 zijn er 84 grijs en 29 zwart.

Hoeveel van de 84 grijze individuen van de F2 zullen er, naar verwachting, heterozygoot zijn?

a)

28

b)

42

c)

56

d)

84

6.

PKU is een erfelijke stofwisselingsziekte. Dit wordt onderzocht met bloed uit een hielprik bij pasgeboren baby's. Wanneer het kind PKU heeft zal het kind een speciaal dieet moeten volgen.

Twee ouders die beide gezond zijn hebben al een kindje met PKU. Hoe groot is de kans dat hun tweede kind ook PKU heeft?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

7.


Bij fruitvliegjes komen vliegen voor met normale vleugels en met korte vleugels.
Een vlieg met normale vleugels wordt gekruist met een vlieg met korte vleugels. Alle 80 nakomelingen hebben normale vleugels. Deze worden onderling opnieuw gekruist.

Hoeveel procent van deze nakomelingen is heterozygoot?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

8.

Bij rundvee is zwartbont dominant over roodbont (zwartbont = Z en roodbont = z). Uit twee zwartbonte ouders ontstaat een roodbont kalf.

Welke genotypes hebben de ouders dan?

a)

ZZ en ZZ

b)

Zz en Zz

c)

ZZ en zz

d)

ZZ en Zz

9.

BIj een dier zijn de volgende eigenschappen bekend:

A = krullend haar
a = sluik haar

Bij welke kruising is de kans het grootst op zoveel mogelijk jongen met sluik haar?

a)

Aa x aa

b)

Aa x Aa

c)

AA x aa

d)

AA x Aa

10.

Thalassemie is een zeer ernstige bloedziekte die het gevolg is van afwijkende rode bloedcellen. De ziekte wordt veroorzaakt door een recessief gen. Iemand die heterozygoot is voor dit gen, wordt een drager genoemd. Een drager heeft meestal voldoende gezonde rode bloedcellen en heeft de ziekte in een minder ernstige vorm.

Komt het gen voor thalassemie in alle gewone lichaamscellen van Rob voor? En in alle zaadcellen?

a)

 in alle gewone lichaamscellen en in alle zaadcellen

b)

in alle gewone lichaamscellen en in de helft van de zaadcellen

c)

in de helft van de gewone lichaamscellen en in alle zaadcellen

d)

 in de helft van de gewone lichaamscellen en in de helft van de zaadcellen

11.

In welke van onderstaande cellen zou je een X-chromosoom kunnen aantreffen:

a)

Eicel

b)

Spermacel

c)

Lichaamscel van een vrouw

d)

Lichaamscel van een man

12.

In welke van onderstaande cellen zou je een Y-chromosoom kunnen aantreffen:

a)

Eicel

b)

Spermacel

c)

Lichaamscel van een vrouw

d)

Lichaamscel van een man

13.

Krullend haar (A) is dominant boven sluik haar (a). Wat is de fenotypeverhouding in de F1-fase, bij de kruising: Aa * aa?

a)

 4 krullend haar en 0 sluik haar

b)

 3 krullend haar en 1 sluik haar

c)

2 krullend haar en 2 sluik haar

d)

 1 krullend haar en 3 sluik haar

14.

Bij cavia's is korte haren dominant over lange haren.
Twee heterozygote cavia's paren met elkaar en krijgen jongen.

Welke verhouding in fenotypes verwacht je bij de nakomelingen?

a)

100% lange haren

b)

100% korte haren

c)

 25% lange haren / 75% korte haren

d)

25% korte haren / 75% lange haren

15.

De ziekte van Huntington is een erfelijke aandoening die bepaalde delen van de hersenen aantast. Hieronder is van twee verschillende personen een chromosomenpaar afgebeeld. De genen die bepalen of iemand de ziekte van Huntington wel of niet heeft, zijn aangegeven met letters.

Is het gen voor de ziekte van Huntington dominant of recessief?

a)

Dominant

b)

Recessief

c)

Intermediair

16.

Iemand, die in staat is zijn tong op te rollen is in het bezit van het allel R. Een persoon die zijn tong niet kan oprollen (rr) heeft twee zusters, die dit wel kunnen. Zijn beide ouders kunnen dit ook.

Welke genotypen van de ouders en de zusters zijn dan mogelijk?

a)

Ouders RR en Rr, zusters RR en/of Rr.

b)

  Ouders Rr en Rr, zusters alleen RR.

c)

Ouders RR en Rr, zusters alleen Rr.

d)

Ouders Rr en Rr, zusters RR en/of Rr.

17.

Cavia's met een bruingele vacht zijn homozygoot voor de vachtkleur. Ook cavia's met een witte vacht zijn homozygoot voor de vachtkleur. Lichtgele cavia's hebben een intermediair fenotype.

Twee cavia's worden een aantal malen gepaard. Dit lever 23 nakomelingen op: 6 bruingele, 5 witte en 12 lichtgele dieren.

Wat is waarschijnlijk de vachtkleur van elk van de ouders?

a)

lichtgeel en bruingeel

b)

lichtgeel en wit

c)

lichtgeel en lichtgeel

d)

bruingeel en wit