WorksheetsOefentoets V1 P1
Total questions: 45
Worksheet time: 23mins
Wat is de woordraadstrategie?
Hiermee kun je woorden leren kennen.
Hiermee kun je woorden beter onthouden.
Hiermee kun je de betekenis van woorden uit de tekst ontdekken.
Hiermee kun je woorden leren onthouden.
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
Het bevat het belangrijkste nieuws van een nieuwsbericht.
Het vat de belangrijkste inhoud van een tekst in enkele zinnen samen.
Het vertelt in één zin wat de tekst over het onderwerp van de tekst zegt.
Wat is het onderwerp van een biografie over Poetin?
Dat weet je niet zonder het boek gelezen te hebben.
Een boek heeft nooit een onderwerp.
Poetin.
Poetin zoals hij het zelf zou vertellen.
Wat is de mogelijke hoofdgedachte van een tekst over schoonmaakmiddelen?
Ook een kast vol met jaren oude schoonmaakmiddelen?
De meeste schoonmaakmiddelen zijn eigenlijk overbodig.
Veel mensen weten niet dat je de schimmel in je badkamer met azijn kunt wegkrijgen.
Teksten over hetzelfde onderwerp en met hetzelfde doel hebben dezelfde hoofdgedachte.
Dat zou kunnen, maar hoeft niet.
Ja, want de teksten willen hetzelfde bereiken.
Nee, elke tekst is verschillend en heeft dus een andere hoofdgedachte.
Wat zit er altijd in het werkwoordelijk gezegde?
Persoonsvorm
Voltooid deelwoord
Infinitief
Alle vormen komen altijd voor
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Zij moest een heel stuk lopen om naar school te komen
moest
komen
moest te komen
moest komen
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Ze leest elke dag een paar bladzijdes in haar spannende boek.
(a)
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Ze wil elke avond graag even televisie kijken
wil
wil kijken
kijken
Waar of niet waar?
'Aan het' en 'te' kunnen bij het werkwoordelijk gezegde horen.
Waar
Niet waar
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
De boer rijdt de tractor van het erf naar het weiland.
rijdt naar
rijdt van naar
rijdt
rijd
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Merel is haar horloge op school kwijtgeraakt
is
kwijtgeraakt
is kwijtgeraakt op
is kwijtgeraakt
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Haar vriendin heeft het rokje uit de winkel nooit mooi gevonden.
heeft
heeft gevonden
gevonden
heeft uitgevonden
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Waarom wil mijn broertje altijd voetballen op het veldje tegenover ons huis?
waarom
voetballen
wil
wil voetballen
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Zij moet leren om naar haar moeder te luisteren
(a)
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Ze was naar haar moeder aan het luisteren.
(a)
Harry Potter gaat voor het eerst naar Zweinstein.
De uil bezorgt een brief.
Volgens mij is het neefje van Harry een gemene pestkop.
Eet professor Perkamentus graag snoep?
Het onderwerp in deze zin is:
Het onderwerp in deze zin is:
Het onderwerp is:
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'lege'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'blikje'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wat is het lidwoord en wat voor soort is het?: Dat is een heel goede vraag.
een, olw
een, blw
dat, olw
dat, blw
Wat is het lidwoord en wat voor soort is het?: In de winkel liggen veel boeken.
de, olw
de, blw
In, olw
Er zit geen lidwoord in de zin.
Is het zn concreet of abstract?: De ruzie liep flink uit de hand.
c-zn
a-zn
Wat voor zn is het?: Je moeder komt wat later thuis.
c-zn
a-zn
zn-e
Wat voor zn is het?: Later wil ik op reis naar Australië.
c-zn
a-zn
zn-e
