NEW
Font size
WorksheetsGrammatica
Total questions: 73
Worksheet time: 48mins
Wat is de pv: Mijn vader viert zijn verjaardag morgen.
Mijn vader
viert
zijn
morgen
Wat is de pv: Wat is jouw naam?
Wat
is
jouw
naam
Wat is de pv: Hebben jullie veel pepernoten gegeten?
Hebben
jullie
pepernoten
gegeten
Wat is de pv: Ik help jou altijd op vrijdag.
Ik
help
jou
op vrijdag
Wat is de pv: Ze hebben de fiets niet binnen gezet
hebben
gezet
Ze
de fiets
Wat is de pv: Ik doe altijd mijn best tijdens toetsen.
mijn best
toetsen
doe
Ik
Wat is de pv: Ga jij de honden nog uitlaten vandaag?
de honden
vandaag
nog
Ga
Wat is de pv: Wie brengt de post naar de brievenbus?
Wie
brengt
de post
de brievenbus
Wat is de pv: Deze moeilijke zin is bijna niet te doen.
Deze moeilijke zin
is
bijna
niet te doen
Wat is de pv: Waarom zijn bananen krom?
krom
zijn
bananen
Waarom
Wat is de pv: De Kidsweek ligt te wachten in de klas.
ligt
de Kidsweek
te wachten
de klas
Wat is de pv: Wij zijn op tijd naar huis gegaan.
naar huis
wij
gegaan
zijn
Wat is de pv: Gisteren overstroomde de rivier compleet.
gisteren
de rivier
compleet
overstroomde
Wat is de pv: Volgende week ga ik met mijn vriendin naar de bios.
ga
ik
mijn vriendin
week
Wat is de pv: Bij biologie zitten we op de eerste rij.
we
biologie
zitten
rij
Wat is de pv: Ik wil ook wel eens een film in de klas kijken.
ik
wil kijken
wil
in de klas
Wat is de pv: Ik ben gestruikeld over het snoer van mijn laptop.
het snoer
ik
ben
ben gestruikeld
Wat is de pv: Waarom gaat mijn schoenveter steeds los?
Waarom
schoenveter
gaat
gaat los
Wat is de pv: Daisy gaat iets aardigs zeggen.
Daisy
zeggen
aardigs
gaat
Wat is de pv: In deze nieuwe zaak verkopen ze glitterlijm en kneedgum.
glitterlijm
verkopen
deze
kneedgum
Jantje loopt op straat.
Jantje
Loopt
Op straat
Geen idee
De hond van de buren blaft de hele dag.
De hond van de buren
De hele dag
Blaft
Geen diee
De lange jongen heeft gisteren het kleine meisje gekust.
De lange jongen
Gisteren
Het kleine meisje
heeft
Gekust
Waarom loopt de buurjongen altijd buiten in zijn korte broek?
Waarom
Buiten
De buurjongen
Loopt
In zijn korte broek
De persoonsvorm staat in een vraagzin meestal vooraan.
Staat
De persoonsvorm
In een vraagzin
meestal
Vooraan
In deze klas zitten best wel een paar bijzondere kinderen.
In deze klas
Best wel een paar
Bijzondere kinderen
Zitten
Het is niet lastig om de persoonsvorm te vinden.
Niet lastig
De persoonsvorm
te vinden
Is
Je moet altijd goed je best doen in de les bij mevrouw Verhaar.
Je
Je best
Doen
Moet
Bij mevrouw Verhaar
In de winter vind ik het veel te koud buiten.
In de winter
Vind
Ik
Veel te koud
Deze toets heeft maar tien vragen.
Heeft
Deze toets
Maar tien vragen
tt en vt zijn afkortingen voor
totdat en voordat
tegenwoordige tijd en verleden tijd
Als je de tijd in een zin verandert, verander je......
het onderwerp
de persoonsvorm
Met de tijdproef ....
zet je de persoonsvorm in een andere tijd.
maak je meervoud.
- Emma installeert een app op haar telefoon.
- Emma installeerde een nieuwe app op haar telefoon.
Kies het antwoord dat klopt:
Zin 1 en 2 zijn allebei tegenwoordige tijd.
Zin 1 en 2 zijn allebei verleden tijd.
Zin 1 is tegenwoordige tijd, zin 2 is verleden tijd.
Zin 1 is verleden tijd, zin 2 is tegenwoordige tijd.
Zin: Mijn vader luistert naar muziek.
Als je de tijdproef doet, krijg je:
Mijn vader luistert niet naar muziek.
Mijn vader luisterde naar muziek.
Mijn vader luistert naar muziek.
Zin: De hond gaf een poot.
Als je de tijdproef doet, krijg je:
De kat gaf een poot.
De hond gaf pootjes.
De hond geeft een poot.
Zin: De fietsen staan in de stalling.
Als je de tijdproef doet, krijg je:
De fietsen stonden in de stalling.
De fiets staat in de stalling.
De fiets is weg.
Zin: Ik vind deze vraag moeilijk.
De persoonsvorm in deze zin is:
Ik
vind
deze vraag
moeilijk
Zin: Onze school wordt verbouwd.
In deze zin is de persoonsvorm:
Onze school
wordt
verbouwd
Zin: Mijn broer heeft alles opgegeten.
In deze zin is de persoonsvorm:
Mijn broer
heeft
alles
opgegeten
Wat is het onderwerp van de zin?
Deze film wordt deze week herhaald.
Deze film
wordt
deze week
herhaald
Zoek het onderwerp in de zin:
Die conclusie lijkt mij niet juist.
Die conclusie
lijkt
mij
niet juist.
Zoek het onderwerp in de zin:
Yasar gaat vandaag naar het strand.
Yasar
gaat
vandaag
naar het strand.
Zoek de persoonsvorm in de zin:
Ik heb geen problemen met betaald parkeren.
Ik
heb
geen problemen
met betaald parkeren.
Zoek het onderwerp in de zin:
De walvis zwemt in de zee.
De walvis
zwemt
in
de zee.
Zoekt de persoonsvorm in de zin:
Noortje geeft mij een bos bloemen.
Noortje
geeft
mij
een bos bloemen.
Wat is het wwg: Hij heeft de hele avond televisie gekeken.
heeft televisie gekeken
heeft gekeken
televisie gekeken
Wat is het wwg: Volgens de buren staat het geluid wel erg hard.
staat
het geluid
staat erg hard
Wat is het wwg: Hem vroegen ze niets.
niets
vroegen
vroegen niets
Wat is het wwg: Durf jij daar te blijven staan?
durf blijven staan
durf te staan
durf te blijven staan
Wat is het wwg: Hij had daar moeten staan.
had
had moeten staan
had daar moeten
Wat is het wwg: Hij at heel vaak zijn boterhammen niet op.
at vaak
at
at op
Wat is het wwg: Hij heeft de hele avond televisie gekeken.
heeft televisie gekeken
heeft gekeken
televisie gekeken
Wat is de pv: Mijn vader viert zijn verjaardag morgen.
Mijn vader
viert
zijn
morgen
Wat is de pv: Wat is jouw naam?
Wat
is
jouw
naam
Wat is de pv: Hebben jullie veel pepernoten gegeten?
Hebben
jullie
pepernoten
gegeten
Wat is de pv: Ze hebben de fiets niet binnen gezet
hebben
gezet
Ze
de fiets
Wat is de pv: Wie brengt de post naar de brievenbus?
Wie
brengt
de post
de brievenbus
Wat is het wg in de volgende zin?
De mannen heetten Jan en Olaf.
mannen
heetten
mannen heetten
mannen Olaf en Jan
Wat is het wg in de volgende zin?
De dames zien ons wel zitten.
zien
zitten
zien zitten
zien ons wel zitten
Wat is het wg van de volgende zin?
Gisteren waren we pas om 11 uur aangekleed.
gisteren
we
waren
waren aangekleed
Wat is het wg van de volgende zin?
De opa's lazen hun krantje op een bankje in de zon.
lazen
de opa's
lazen op
lazen in
Wat is het wg in de volgende zin?
Gerben heeft naar ons zitten kijken.
heeft
zitten
kijken
heeft zitten kijken
Wat is het wg in deze zin?
De Mini heeft weer eens pech onderweg gekregen.
heeft
Mini
heeft gekregen
heeft weer eens gekregen
Wat is het wg in deze zin?
De octopus heeft op een middag al zijn poten zitten tellen.
heeft
heeft tellen
heeft zitten tellen
heeft poten zitten tellen
Wat is het wg in deze zin?
Klaas wilde zijn zusje beschermen.
Klaas
Klaas wilde
wilde
wilde beschermen
Wat is het wg van deze zin?
De Mercedes racet over de straten van Mallorca.
racet
racet over
racet over de
racet straten
Wat is het wg in deze zin?
Ik schreef de zin niet goed op.
schreef
schreef op
schreef niet op
schreef de zin
Wat is het wg van deze zin?
Ik keek 'Wie is de Mol' bij mijn oma.
keek
keek is
keek mijn oma
keek bij
Wat is het wg in deze zin.
Klas 1A heeft alle opdrachten in het boek nagekeken.
heeft
heeft nagekeken
heeft gekeken
heeft opdrachten nagekeken
Wat is het wg van deze zin?
De dokter probeerde een nieuw medicijn uit op zijn patiënt.
de dokter
probeerde
probeerde uit
probeerde op
Wat is het wg van deze zin?
Ik ga een smiley op mijn voorhoofd tekenen.
ga
ga tekenen
ga op tekenen
ga mijn voorhoofd tekenen
Wat is het wg van deze zin?
Op een onbewoond eiland zijn de gestrande reizigers blijven wonen.
eiland
zijn
zijn wonen
zijn blijven wonen
