Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Test H2_H3

Total questions: 16

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Welk spaarmotief wordt hieronder beschreven?
Je spaart omdat je een buffertje wilt hebben voor als het tegen zit.

a)

Sparen voor een doel

b)

Sparen uit voorzorg

c)

Sparen voor rente

d)

Sparen voor de toekomst

2.

Welke van de volgende stellingen is/zijn juist?
1. De rente op spaargeld is hoger dan de rente voor een lening.
2. Bij een spaardeposito krijg je een hogere rente dan bij een vrije spaarrekening.

a)

Stelling 1 is juist; stelling 2 onjuist

b)

Beide stellingen zijn juist.

c)

Beide stellingen zijn onjuist.

d)

Stelling 1 is onjuist;

Stelling 2 juist

3.
Op 1 januari 2022 heb je € 2000 op een spaarrekening gezet. Je ontvangt hierover 3% enkelvoudige rente. Hoeveel geld staat er op de spaarrekening op 31 december 2025
a)

€ 2180

b)

€ 2240

c)

€ 2166,67

d)

€ 2133,33

4.

Aan aandeelhouders wordt een deel van de winst uitgekeerd. Dat heet

(a)  

5.

Teken een grafiek van een annuiteitenhypotheek. Markeer duidelijk het rentedeel (rood) en het aflossingsdeel (blauw).

6.

Je leent een bedrag van € 2000. Dit betaal je in 18 maandelijkse termijnen van € 125 terug. Bereken je kredietkosten

a)

€ 4250

b)

€ 2250

c)

€ 250

d)

€ 450

7.

Je leent een bedrag van € 2000. Dit betaal je in 18 maandelijkse termijnen van € 125 terug. Bereken de kredietkosten in procenten.

a)

12,5%

b)

125%

c)

8%

d)

18%

8.

Het bedrag dat je kunt lenen is NIET afhankelijk van...

a)

Je verdiencapaciteit.

b)

Eventuele andere leningen

c)

Je gezinssituatie.

d)

De hoogte van de rente

9.

Je buurman heeft een nieuw huis gekocht. Hij heeft een lineaire hypotheek voor € 350.000 met een rentepercentage van 3,4%. Wat is de maandelijkse aflossing?

a)

€ 11.666,67

b)

€ 972,22

c)

€ 674,58

d)

€ 10.452,31

e)

€ 854,38

10.

Je buurman heeft een nieuw huis gekocht. Hij heeft een lineaire hypotheek voor € 350.000 met een rentepercentage van 3,4%. De maandelijkse aflossing is dan € 972,22. Hoeveel rente betaal je in de eerste maand?

a)

€ 33,06

b)

€ 11.900

c)

€ 991,67

d)

€ 3.305,55

e)

€ 854,38

11.

Welke van de volgende stellingen is/zijn juist?
1. Bij een persoonlijke lening mag je zelf bepalen waar je het geld aan uit geeft;

  1. 2. Eigen risico betekent dat je je niet verzekert, maar zelf het risico loopt;

  2. 3. Het bedrag dat je op je bankrekening krijgt, heet nettoloon

a)

Alle drie juist

b)

Alle drie onjuist

c)

1 onjuist

2 onjuist

3 juist

d)

1 juist

2 juist

3 onjuist

e)


1 juist

2 onjuist

3 juist

12.

Een chocoladeletter kost in de winkel € 2,35 exclusief BTW. Wat is het bedrag inclusief BTW? Bedenk zelf of dit een basisgoed of een luxegoed is.

a)

€ 0,21

b)

€ 2,56

c)

€ 0,49

d)

€ 2,84

13.

Over producten waarvan de overheid het gebruik wil beperken betaal je

(a)  

14.

Je bruto inkomen is € 42.000 per jaar. Hoeveel belasting betaal je?
Schrijf een berekening op!

a)

€ 21.840

b)

€ 17.440

c)

€ 19.440

d)

€ 11.840

e)

€ 18.640

15.

De kans dat je fiets wordt gestolen is 1 op 7. Een nieuwe fiets kost € 850. Bereken je risico. De premie is € 89,75 per jaar

a)

€ 89,75

b)

€ 104,71

c)

€ 121,43

d)

€ 31,68

16.

Teken een emoji die hoort bij jouw verwachtingen van de repetitie volgende week.