wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NaSk H7 Energie

Total questions: 22

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke gas heb je nodig bij verbranding?

a)

Koolstofdioxide

b)

stikstof

c)

zuurstof

d)

geen van de 3 genoemde

2.

Er zijn 3 voorwaarden voor het verlopen van een verbrandings reactie:

- Er moet voldoende zuurstof zijn.

- de ontbrandingstemperatuur moet bereikt zijn

- er moet een (a)   zijn

3.

Wanneer het glaasje over de kaars wordt gezet, gaat het kaarsje uit. Waarom?

a)

Het lontje raakt op

b)

Er is niet genoeg ruimte voor de vlam om te branden

c)

De zuurstof in het potje raakt op

d)

de koolstofdioxide in het potje raakt op

4.
Als je een brand blust met water, welke voorwaarde haal je dan weg?
a)
brandstof
b)
zuurstof
c)
ontbrandingstemperatuur
d)
geen van de andere opties
5.
Voor elke brand is zuurstof nodig?
a)
waar
b)
niet waar
6.
Je kan alle branden met water blussen
a)
waar
b)
niet waar
7.
Is er bij een blauwe vlam, voldoende of onvoldoende zuurstof aanwezig?
a)
voldoende, want het is een volledige verbranding
b)
onvoldoende, want het is een volledige verbranding
c)
onvoldoende, want het is een onvolledige verbranding
d)
voldoende, want het is een onvolledige verbranding
8.
Binnenin een schoorsteen vindt roetvorming plaats, wat voor soort verbranding is dat dan?
a)
volledig
b)
onvolledig
9.

Wat zijn aardolie en aardgas?

a)

Het zijn duurzame brandstoffen.

b)

Het zijn fossiele brandstoffen.

10.
energie kan je omzetten van de ene vorm in de andere. bij een elektriciteitscentrale wordt...
a)
warmte energie omgezet in elektrische energie
b)
elektrische energie omgezet in lichtenergie
c)
chemische energie omgezet in elektrische energie
11.
bij een zonnecel wordt
a)
stralingsenergie omgezet in elektrische energie
b)
warmte energie omgezet in elektrische energie
c)
gebeurt fotosynthese
12.
Steenkool, aardgas en aardolie zijn.......brandstoffen.
a)
Natuurlijk
b)
Groene
c)
Oneindige
d)
Fossiele
13.
Welke voorwaarden zijn er nodig voor een brand?
a)
Brandstof, Zuurstof, Stikstof
b)
Brandstof, Zuurstof, Ontbrandingstemperatuur
c)
Zuurstof, Benzine, Hout
d)
Stikstof, Zuurstof, Zwafel, ontbrandingstemperatuur
14.

Bij een onvolledige verbranding van een koolwaterstof ontstaan

a)

koolstof, koolstofmono-oxide en water

b)

koolstofdioxide en water

15.

De hete steel van een lepel hoort bij?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

16.

Tocht in huis is een vorm van?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

17.

Water dat door warmte beweegt is?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

18.

Een terrasverwarmer is?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

19.

Welke van de onderstaande dingen draagt bij aan het broeikaseffect?

a)

koolstofdioxide

b)

wolken

c)

zuurstof

d)

planten

e)

dieren

20.

Welke van de onderstaande uitspraken is juist?

a)

Alleen door het smelten van landijs, stijgt de zeespiegel.

b)

Alleen door het smelten van zee-ijs, stijgt de zeespiegel.

c)

Het maakt niet uit of het landijs of zee-ijs is, de zeespiegel stijgt door beide.

d)

Het maakt niet uit of het landijs of zee-ijs is, de zeespiegel blijft hetzelfde.

21.

Welke van onderstaande gevolgen van de opwarming kunnen in Nederland voorkomen? (meerdere mogelijk)

a)

drogere zomers

b)

nattere winters

c)

diersoorten die normaal hier niet voorkomen zullen een plaag gaan vormen

d)

altijd lekker weer

e)

plantensoorten sterven uit

22.

Welke stoffen veroorzaken zure regen?

a)

Zwaveldioxide

b)

Stikstofoxide

c)

Koolstofdioxde

d)

Methaangas