wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vw4 AK H2 Wereldbeeld

Total questions: 36

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.

Het niet kunnen lezen en schrijven.

(a)  

2.

Dat deel van de bevolking dat tegen betaling een beroep uitoefent plus de werklozen, de beroepsbevolking wordt ingedeeld in de primaire, secundaire en tertiaire sector.

(a)  

3.

De toegevoegde waarde van alle goederen en diensten die door binnen- en buitenlandse ondernemingen in een land in een jaar worden geproduceerd gedeeld door het aantal inwoners.

(a)  

4.

De toegevoegde waarde van alle goederen en diensten die door nationale ondernemingen worden geproduceerd, dit kan ook in het buitenland zijn.

(a)  

5.

Het inkomen per inwoner binnen een regio.

(a)  

6.

Maatstaf samengesteld uit de koopkracht, alfabetiseringsgraad en de levensverwachting om de maatschappelijke ontwikkeling vast te stellen.

(a)  

7.

Wat er binnenkomt aan salaris, winst, rente, etc.

(a)  

8.

De hoeveelheid goederen of diensten die je in een land voor 1 dollar kunt kopen.

(a)  

9.

Het aantal jaren dat iemand gemiddeld nog te leven heeft, gelet op de huidige sterftekans, de levensverwachting bij de geboorte wordt het meest gebruikt.

(a)  

10.

Grote en ongewenste verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen de verschillende groeipen van de bevolking.

(a)  

11.

Een indeling van de wereld in centrum, semiperiferie en periferie naar ontwikkelingsgraad en verbondenheid door onderlinge handelsrelaties.

(a)  

12.

Het gemiddeld aantal inwoners per vierkante kilometer.

(a)  

13.

De manier waarop de bevolking over een gebied verdeeld is.

(a)  

14.

De verspreiding van een cultuurelement.

(a)  

15.

Gebied waarin culturen voorkomen die sterk op elkaar lijken.

(a)  

16.

Een manier en systeem van verering van een of meerdere goden.

(a)  

17.

Een gesproken en geschreven communicatiemiddel waarmee een boodschap kan worden overgebracht.

(a)  

18.

De mate waarin het politieke stelstel van een land democratisch is.

(a)  

19.

Universele basisrechten van de mens zoals recht op vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid.

(a)  

20.

Samenwerking op economisch of politiek terrein tussen een groep van landen, vaak binnen de regio.

(a)  

21.

Op basis van welk criterium is regio 10 ingedeeld?

(a)  

22.

Welke talen spreekt men in cultuurgebied 2?

(a)  

23.

Het verdwijnen of sterk afnemen van de industriële activiteit in een gebied. Dit heft sociaal-economische gevolgen, bijvoorbeeld voor de soort werkgelegenheid.

(a)  

24.

De specialisatie van werkgelegenheid in de verschillende delen van de wereld.

(a)  

25.

Ontwikkeling van het aantal mensen in een gebied als gevolg van geboorte, sterfte en migratie.

(a)  

26.

De gefaseerde overgang van een hoog geboorte- en sterftecijfer naar een laag geboorte- en sterfte cijfer.

(a)  

27.

Het niet-actieve deel van de bevolking (<19 en >65) uitgedrukt als percentage van de actieve (werkende) bevolking.

(a)  

28.

Het aantal kinderen per 1000 levendgeborenen dat voor de vijfde verjaardag overlijdt.

(a)  

29.

De verdeling van de bevolking over de verschillende leeftijdsklassen of cohorten.

(a)  

30.

Gemiddeld aantal levendgeboren kinderen dat een vrouw in haar leven krijgt.

(a)  

31.

Welk diagram past bij een welvarend land?

a)

bovenste

b)

middelste

c)

onderste

32.

Welk begrip pas het beste bij deze bron?

a)

demografische druk

b)

demografisch transitiemodel

c)

vruchtbaarheidscijfer

d)

leeftijdsopbouw

33.

Welk begrip past bij de afbeelding?

a)

regionale ongelijkheid

b)

sociale ongelijkheid

c)

koopkracht

d)

bruto regionaal product

34.

Klopt de volgende zin?

In ontwikkelingslanden heeft men een hoge urbanisatiegraad en een laag urbanisatietempo.

a)

ja

b)

nee

c)

geen idee

35.

Bij welke indicator is de levensverwachting een van de meetinstrumenten?

(a)  

36.

Welk werelddeel gaat relatief gezien het meeste krimpen?

a)

europa

b)

azie

c)

latijns-amerika

d)

noord-amerika