wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K4 Thema 10 Regeling Bs 4 Iris en ooglens

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Sven is bijziend, hij kan van dichtbij dus scherp zien en veraf niet. De lens in het oog van Sven is van zichzelf 1: platter/boller. Daarom heeft hij een bril met 2: platte/bolle lenzen nodig.

a)

1: platter

2: platte

b)

1: platter

2: bolle

c)

1: boller

2: bolle

d)

1: boller

2: platte

2.
De iris:
a)
Regelt de druk in het oog.
b)
Regelt de hoeveelheid licht in het oog.
c)
Regelt de richting van het oog.
d)
Regelt de spierspanning in het oog.
3.
Als de lensbandjes zijn ontspannen dan is de ooglens:
a)
Bol
b)
Plat
c)
Dat is niet te zeggen.
4.

Wat kost meer kracht en energie voor je ogen?

a)
TV kijken
b)
Naar de blaadjes van bomen kijken.
c)
Een boek lezen.
5.
Het beeld dat zich op het netvlies vormt is:
a)
Omgekeerd
b)
Het zelfde
c)
Groter
6.
Het boller en platter worden van de lens noemen we:
a)
Accomodaty
b)
Accomoderen
c)
Accomolatie
d)
Accodilatie
7.
Bij ver zien zijn de lensbandjes
a)
Ontspannen
b)
Strak getrokken
8.
Bij ver zien zijn de ogen
a)
In rust toestand
b)
Geaccommodeerd
9.
Bij ver zien zijn de lenzen
a)
Boller
b)
Zo plat mogelijk
10.
In welke volgorde komt het licht je oog binnen?
a)
hoornvlies, lens, pupil, glasachtig lichaam, vaatvlies, netvlies
b)
harde oogvlies, pupil, lens, glasachtig lichaam, netvlies
c)
harde oogvlies, lens, pupil, glasachtig lichaam, vaatvlies, netvlies
d)
hoornvlies, pupil, lens, glasachtig lichaam, netvlies
11.

Als je verziend bent dan ....

a)

Zie je van dichtbij niet scherp

b)

Zie je ver weg niet scherp

12.

Als je bijziend bent dan ...

a)

Zie je van veraf niet scherp

b)

Zie je dichtbij niet scherp

13.
De pupil is eigenlijk een opening in plaats van een zwart gedeelte.
a)
Juist
b)
Onjuist
14.

De lens van een oog is bol. Kijkt dit oog nu naar een voorwerp ver weg of dichtbij?

a)

ver weg

b)

dichtbij

15.

In het midden van het gekleurde gedeelte van het oog zit een opening, dat is

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

16.

Het gekleurde deel van het oog heet

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

17.

Wat is de functie van het pupilreflex?

a)

Ervoor zorgen dat er steeds een scherp beeld op netvlies ontstaat

b)

De hoeveelheid licht regelen die op het netvlies valt

c)

De ogen beschermen tegen indringend vuil

18.

bij welke van de ogen zou het waarschijnlijk donker zijn?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

bij beide

19.

Wat is de functie van de ooglens?

a)

Zorgen dat licht goed (scherp) op het netvlies valt

b)

Licht opvangen en impulsen maken

c)

Zorgen dat de pupil groter en kleiner kan worden

d)

Inzoomen en uitzoomen

20.

Als je vanuit een donkere ruimte naar een lichte ruimte loopt, welke spiertjes in de iris spannen zich dan aan?

a)

De kringspieren

b)

De lengtespieren

c)

Er zitten geen spieren in de iris

d)

Zowel de kringspieren als de lengtespieren

21.

Als je vanuit een lichte naar een donkere ruimte loopt, welke spiertjes in de iris spannen zich dan aan?

a)

De kringspieren

b)

De lengtespieren

c)

Er zitten geen spieren in de iris

d)

Zowel de kringspieren als de lengtespieren