WorksheetsImperatief.
Total questions: 9
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Imperatief.
Vul aan met de correcte vorm van het verbum (in de imperatief).
... (betalen) al je facturen!
(a)
2.
... (maken) een afspraak bij de dokter!
(a)
3.
... (lezen) goed de instructies!
(a)
4.
... (vieren) je verjaardag goed!
(a)
5.
... (gaan) liggen!
(a)
6.
... (doen) je T-shirt maar even uit!
(a)
7.
... (inademen) eens diep ... en uit!
(a)
8.
Wat is er speciaal aan de imperatief?
a)
Er is geen verbum.
b)
Er is geen subject.
9.
Imperatief = verbum in de ... vorm
a)
jij
b)
hij
c)
ik
d)
wij
100 %
