wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Infectieleer en ziekteleer

Total questions: 18

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Op de afbeelding zien we

a)

Bacteriën

b)

Een virus

c)

Een schimmel

d)

Een gist

2.

Voorbeelden van micro-organismen zijn:

a)

Bacteriën

b)

Schimmels

c)

aerosolen

d)

Virussen

3.

Pathogenen zijn

a)

Micro-organismen die niet nuttig en niet schadelijk zijn

b)

Nuttige micro-organismen

c)

Schadelijke micro-organismen

4.

Commensalen zijn

a)

Micro-organismen die niet nuttig en niet schadelijk zijn

b)

Nuttige micro-organismen

c)

Schadelijke micro-organismen

5.

Wanneer een pathogeen het lichaam binnendringt

a)

Spreken we van een infectie

b)

Gebeurt er niets

c)

Spreken we van een besmetting

d)

Wordt het lichaam ziek

6.

Een bacterie plant zich voort door

a)

Een cel van een gastheer te kapen

b)

Celdeling

c)

Van een dier op een mens over te gaan

d)

Van een mens naar een dier over te gaan

7.

Pathogene bacteriën produceren

a)

virussen

b)

pyrogenen

c)

toxinen

d)

schimmels

8.

Een veel voorkomende infectieziekte in de tandheelkunde

(a)  

9.

Een virus

a)

Heeft geen celwand

b)

Heeft een celwand

c)

Vermenigvuldigt zich door deling

d)

Heeft een levende gastheer nodig

10.

Dit zijn voorbeelden van een virus

a)

Parodontitis

b)

HIV

c)

Influenza

d)

Herpes Simplex

11.

We spreken van kruisbesmetting wanneer

a)

een instrument niet goed gereinigd wordt

b)

er sprake is van overdracht van micro-organismen van de ene persoon op de andere

c)

een micro-organisme het lichaam binnendringt

d)

een oppervlakte niet goed gereinigd is.

12.

Congenitale overdracht is overdracht van micro-organismen via

a)

de lucht

b)

de anus

c)

de mond

d)

de baarmoeder

13.

Hoe verspreiden micro-organismen zich door het lichaam?

a)

Via een flegmone

b)

Via aerosolen

c)

Via de lymfebanen

d)

Via het bloed

14.

Een bacteriemie kan leiden tot

a)

Scepsis

b)

een blaasontsteking

c)

Gingivitis

d)

Parodontitis

15.

Wat betekent virulentie?

a)

De mate waarin een persoon besmet is

b)

De weerstand van het lichaam

c)

De aanvalskracht van micro-organisme

16.

Of je ziek wordt van een besmetting hangt af van

a)

De virulentie van het micro-organisme

b)

Of het om een bacterie gaat of om een virus

c)

Het type micro-organisme

d)

De weerstand tegen micro-organismen

17.

Wat zijn kenmerken van een ontsteking

a)

Roodheid

b)

Tumor

c)

Zwelling

d)

Kou

18.

Wat zijn leukocyten?

a)

Schimmels

b)

Bacteriën

c)

Witte bloedcellen

d)

Rode bloedcellen