wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

EHBSO

Total questions: 16

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekenen de letters EHBSO?

a)

Eerste hulp bij spier overbelasting

b)

Eerste hulp bij school ongevallen

c)

Eerste hulp bij sport ongevallen

d)

Eerste hulp bij sport overbelasting

2.

Let op: Welk antwoord klopt niet!

Waarom doe je een warming up?

a)

Mentaal en fysiek voorbereiden op sportieve activiteit

b)

Kans op blessures neemt af

c)

Ademhaling wordt sneller

d)

Afvalstoffen van vorige training / wedstrijd afvoeren

3.

Wat behoort NIET bij een klassieke warming up?

a)

warming up

b)

cooling down

c)

stretchen

d)

sport specifieke oefeningen

4.

Wat is het belangrijkste effect van statisch stretchen?

a)

Het vergroot de bewegingsuitslag

b)

Het vergroot je explosiviteit

c)

Het vermeerderd je kracht

d)

Je gehele lichaam warmt op

5.

Wat is het grootste voordeel van dynamisch stretchen?

a)

Je vergroot je bewegingsuitslag

b)

Behoud van kracht en explosiviteit

c)

Je afvalstoffen verdwijnen goed uit je lichaam

d)

Je spieren worden sterker

6.

Welke vorm hoort niet bij blessurepreventie?

a)

Voorkoming van sportletsel

b)

Voorkomen van verergering van sportletsel

c)

Voorkomen van onnodig sportletsel

d)

Voorkomen van herhaling van sportletsel

7.

Een klap op de neus bij boksen is een:

a)

Acute exogene blessure

b)

Acute endogene blessure

c)

Chronische exogene blessure

d)

Chronische endogene blessure

8.

Een tenniselleboog is een:

a)

Acute exogene blessure

b)

Acute endogene blessure

c)

Chronische exogene blessure

d)

Chronische endogene blessure

9.

Wat moet je als EHBSO'er als eerste doen als je iemand te hulp schiet?

a)

Slachtoffer geruststellen

b)

112 bellen

c)

Letten op veiligheid

d)

Slachtoffer verplaatsen

10.

In welk tempo moet je reanimeren?

a)

Tempo maakt niet uit als je maar doorgaat

b)

In een tempo dat vol te houden is

c)

Tempo 30 borstcompressies per minuut

d)

Tempo: Papegaaitje leef je nog?

11.

Hoe schiet je te hulp als iemand stikt?

a)

Rautekgreep

b)

Stabiele zijligging

c)

Heimlichgreep

d)

Reanimeren

12.

Hoe verplaats je iemand die 1 been niet kan belasten?

a)

Ondersteunend verplaatsen

b)

Rautekgreep

c)

Heimlichgreep

d)

Met een brancard

13.

Waar staan de letter ICE voor in de ICE-regel?

a)

In

Case

of

Emergency

b)

Isoleren

Compressie

Elevatie

c)

Immobiliseren

Caring

Elevatie

d)

Immobiliseren Compressie

Elevatie

14.

Hoe noem je het als iemand z'n suikerspiegel te laag is?

a)

Hypo

b)

Hyper

15.

Welke symptomen heeft iemand met een te lage suikerspiegel?

a)

Zweten

Trillen

Hartkloppingen

Duizelig zijn

b)

Veel plassen

Vermoeid zijn

Veel dorst hebben

16.

Met alcohol op hoef je geen warming-up te doen want van alcohol warm je op!

Feit of Fabel?

(a)