wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H6 begrippenlijst T4

Total questions: 18

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Het inkomen waar de belasting over berekend wordt.

a)

loonhffing

b)

bruto loon

c)

belastbaar inkomen

d)

bruto loon per jaar

2.

Betaalde hypotheekrente is een ......

a)

Aftrekpost

b)

Bijtelling

3.

Bedrag dat je bij je inkomen moet optellen als je een auto van de zaak gebruikt.

a)

Aftrekpost

b)

Bijtelling

c)

Vorm van extra loon

d)

Belastbaar inkomen

4.

Het rendement dat je volgens de overheid hebt op je spaargeld of beleggingen.

a)

winst

b)

belasting voordeel

c)

heffingsvrij vermogen

d)

fictief rendement

5.

Belasting die iedereen uiteindelijk over zijn prive-inkomen moet betalen.

a)

loonbelasting

b)

belasting op inkomen

c)

loonheffing

d)

het goede antwoord staat er niet bij

6.

Is een progressief belastingstelsel gunstig voor tijke mensen?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Soms

7.

Het schijventarief kent twee tarieven: 37,1 % en 75%.

a)

juist

b)

Onjuist

8.

Het totaal van al je spaargeld en beleggingen na aftrek van de schulden.

a)

restschuld

b)

inkomen

c)

bezittingen

d)

het goede antwoord staat er niet bij

9.

Mensen met betaald werk.

a)

actieven

b)

beroepsbevolking

c)

inactieven

d)

mensen met werk in de informele sector

10.

De verschillen tussen de inkomens worden in verhouding kleiner.

a)

niverllering

b)

denivellering

c)

inkomensverdeling

d)

het juiste antwoord staat er niet bij.

11.

Het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe en de gemiddelde leeftijd van de bevolking stijgt.

a)

veroudering

b)

het grijzer worden van de bevolking

c)

stijging van de gemiddelde leeftijd

d)

vergrijzing

12.

Als rijken minder belasting gaan betalen dan is er sprake van ........

a)

nivellering

b)

denivellering

13.

Degene die in staat is veel belasting te betalen, moet in verhouding meer betalen.

a)

draagkeacht beginsel

b)

profijtbeginsel

c)

progressief belastingstelsel

d)

belasting naar inkomen

14.

Betalen voor een paspoort is een voorbeeld van ........

a)

draagkracht beginsel

b)

ptofijtbeginsel

c)

geen van deze twee

15.

De bestuurder van een kano die 16 jaar oud is moet ook wegenbelasting betalen?

a)

juist

b)

onjuist

c)

soms

16.

Reiskosten met openbaar vervoer zijn een aftrekpost?

a)

juist

b)

onjuist

c)

nooit

17.

Giften aan een goed doel is een ......

a)

Aftrekpost

b)

Bijtelling

c)

geen van deze twee

18.

Eigen woningforfait is een ....

a)

bijtelling

b)

aftrekpost

c)

geen van beide