wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T5 | BS 2 Vrouw

Total questions: 34

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een vrouw schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.

Wat is de naam van onderdeel 5?

a)

anus

b)

binnenste schaamlippen

c)

clitoriseikel

d)

vagina

2.

n de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een vrouw schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.

Wat is de naam van onderdeel 1?

a)

anus

b)

binnenste schaamlippen

c)

clitoriseikel

d)

vagina

3.

In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een vrouw schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.

In welk van de genummerde delen groeit een baby als de vrouw zwanger is?

a)

in deel 1

b)

in deel 2

c)

in deel 3

d)

in deel 4

4.

Waar wordt een deel van weggehaald bij een vrouwenbesnijdenis?

a)

de binnenste schaamlippen

b)

de buitenste schaamlippen

c)

het maagdenvlies

5.

In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een vrouw schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.

Wat is de naam van onderdeel 2?

a)

anus

b)

binnenste schaamlippen

c)

clitoriseikel

d)

vagina

6.

In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een vrouw schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.

Wat is de naam van onderdeel 6?

a)

buitenste schaamlippen

b)

binnenste schaamlippen

c)

clitoriseikel

d)

vagina

7.

In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een vrouw schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.

In welk van de genummerde delen wordt de eicel vervoert naar de baarmoeder?

a)

in deel 1

b)

in deel 2

c)

in deel 3

d)

in deel 4

8.

Waar wordt een deel van weggehaald bij een vrouwenbesnijdenis?

a)

de anus

b)

de clitoris

c)

de vagina

9.

Hoe lang duurt een menstruatie meestal?

a)

1 tot 2 dagen

b)

3 tot 5 dagen

c)

5 tot 7 dagen

10.

Tijdens de menstruatie wordt het slijmvlies van de baarmoeder....

a)

dikker

b)

dunner

11.

In de afbeelding is een menstruatiecyclus weergegeven die 28 dagen duurt. In het binnenste deel van de afbeelding is de verandering in het slijmvlies getekend.

De letters P, Q, R en S geven bepaalde perioden in deze cyclus aan:
S geeft dag 1 aan
P geeft dag 7 aan
Q geeft dag 16 aan
R geeft dag 21 aan

In welke periode vindt de eisprong plaats?

a)

in periode S

b)

in periode P

c)

in periode Q

d)

in periode R

12.

Meisjes en vrouwen gebruiken tijdens de menstruatie vaak middelen om de resten van het baarmoederslijmvlies en het bloed op te vangen.

Hoe noem je het middel dat is weergegeven in de afbeelding?

(a)  

13.

Hoe lang duurt een menstruatiecyclus ongeveer?

a)

12 dagen

b)

28 dagen

c)

44 dagen

14.

Is het slijmvlies van de baarmoeder tijdens de eisprong dik?

a)

ja

b)

nee

15.

In de afbeelding is een menstruatiecyclus weergegeven die 28 dagen duurt. In het binnenste deel van de afbeelding is de verandering in het slijmvlies getekend.

De letters P, Q, R en S geven bepaalde perioden in deze cyclus aan:
S geeft dag 1 aan
P geeft dag 7 aan
Q geeft dag 16 aan
R geeft dag 21 aan

In welke periode vindt de menstruatie plaats?

a)

in periode S

b)

in periode P

c)

in periode Q

d)

in periode R

16.

Meisjes en vrouwen gebruiken tijdens de menstruatie vaak middelen om de resten van het baarmoederslijmvlies en het bloed op te vangen.

Hoe noem je het middel dat is weergegeven in de afbeelding?



(a)  

17.

Dit orgaan is gevoelig voor prikkels die een fijn gevoel geven

a)

clitoriseikel

b)

vagina

c)

urinebuis

d)

binnenste schaamlippen

18.

Hierdoor komt bij de geboorte het kind naar buiten.

a)

clitoriseikel

b)

vagina

c)

urinebuis

d)

binnenste schaamlippen

19.

Hierdoor verlaat urine het lichaam van een vrouw.

a)

clitoriseikel

b)

vagina

c)

urinebuis

d)

binnenste schaamlippen

20.

Zijn na de puberteit vaak groter dan de buitenste schaamlippen.

a)

clitoriseikel

b)

vagina

c)

urinebuis

d)

binnenste schaamlippen

21.

de vrouwelijke geslachtscellen

a)

eicellen

b)

eisprong

c)

eierstokken

d)

overgang

e)

eileiders

22.

het vrijkomen van een eicel uit een eierstok

a)

eicellen

b)

eisprong

c)

eierstokken

d)

overgang

e)

eileiders

23.

hierin vindt de ontwikkeling van eicellen plaats

a)

eicellen

b)

eisprong

c)

eierstokken

d)

overgang

e)

eileiders

24.

periode in het leven van een vrouw waarin er geleidelijk minder eicellen tot ontwikkeling komen

a)

eicellen

b)

eisprong

c)

eierstokken

d)

overgang

e)

eileiders

25.

vervoeren van eicellen naar de baarmoeder

a)

eicellen

b)

eisprong

c)

eierstokken

d)

overgang

e)

eileiders

26.

Wanneer een meisje of vrouw tijdens ‘de eerste keer’ niet bloedt, was ze geen maagd meer.

a)

juist

b)

onjuist

27.

Gemiddeld worden meisjes voor het eerst ongesteld als

a)

13 jaar zijn

b)

16 jaar zijn

28.

Het slijmvlies en bloed verlaten het lichaam via de

a)

urinebuis

b)

vagina

29.

Tijdens de menstruatie wordt het slijmvlies in de baarmoeder

a)

dikker

b)

dunner

30.

Na een menstruatie wordt het slijmvlies in de baarmoeder

a)

dikker

b)

dunner

31.

Noem een ander woord voor eisprong.

(a)  

32.

Hoeveel dagen duurt de menstruatiecyclus volgens de afbeelding?

(a)  

33.

Op welke dag in de menstruatiecyclus vindt gemiddeld de eisprong plaats?

(a)  

34.

Fleur heeft een menstruatiecyclus die als volgt verloopt: de ene keer duurt haar cyclus vier weken, de andere keer duurt haar cyclus drie weken. In de afbeelding zie je de menstruatiecyclus van Fleur in januari.

Hoeveel dagen duurde de menstruatiecyclus van Fleur in februari?



(a)