wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geschiedenis, hoofdstuk 2

Total questions: 10

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Match de volgende gebeurtenissen met de juiste oorzaken.

a)

De Franse revolutie

1.

Onvrede vanwege de hoge belastingen.

b)

Lodewijk XVI wordt onthoofd

2.

De mislukte vlucht van de koning.

c)

De opkomst van generaal Napoleon

3.

Oorlogsdreiging van buitenaf

d)

Napoleon pleegt een staatsgreep

4.

Het parlement geeft macht uit handen.

e)

De Bataafse revolutie

5.

Patriotten riepen hulp in van Frankrijk.

2.

Bij welke stand hoorden deze mensen?

Categorize the following

bisschop

monnik

edelman

graaf

hertog

boer

bedelaar

burger

geleerde

koopman

leraar

smid

timmerman

1
2
3
3.

Verbind de zinnen die bij elkaar horen.

a)

De koning riep de 3 standen bijeen.

1.

De koning wilde belastingen verhogen.

b)

De Franse bevolking was ontevreden.

2.

De belastingen waren te hoog.

c)

De Franse Revolutie begon 14 juli 1789.

3.

De bestorming van de Bastille in Parijs.

d)

Frankrijk werd aangevallen.

4.

Napoleon versloeg de vijanden.

4.

Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van wat als eerste gebeurde, tot wat het laatst gebeurde.

a)

Slavenhandelaren verscheepten miljoenen slaven uit Afrika.

b)

In de kolonies werkten de slaven op de kolonies.

c)

Dankzij de slavernij maakten slavenhouders grote winsten.

d)

Nieuwe ideeën over gelijkheid leiden tot protesten tegen slavernij.

e)

Slaven kwamen in opstand.

1)
2)
3)
4)
5)
5.

Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van wat als eerste gebeurde, tot wat het laatst gebeurde.

a)

Groot-Brittannië verbood de handel in slaven.

b)

Nederland schafte de slavenhandel af.

c)

Groot-Brittannië verbood de slavernij.

d)

Nederland verbood de slavernij.

1)
2)
3)
4)
6.

Wat veranderde er in de tijd van pruiken en revoluties?

a)

Een aantal landen in Europa kreeg een democratische grondwet.

b)

De belastingen werden opgeheven.

c)

De slavernij in de kolonies werd afgeschaft.

d)

Er waren geen edellieden en geestelijken meer.

7.

Organize these options into the right categories

Categorize the following

mensen in Europa

regeringen in Europa

slavenhandelaren

plantagehouders in Amerika

voor afschaffing slavernij
tegen afschaffing slavernij
8.

Welke uitspraken over slavernij zijn juist?

a)

Met de handel in slaven werd veel geld verdiend.

b)

Slaven werden goed behandeld op de plantages.

c)

Slaven werden gekocht en verkocht.

d)

Slaven die in opstand kwamen, werden zwaar gestraft.

9.

Waar of niet waar?

De bestorming van de Bastille vond plaats bij Waterloo.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Waar of niet waar?

De staatsgreep van Napoleon betekende het einde van de Franse Revolutie, omdat Napoleon de democratie afschafte, waardoor niemand meer iets te vertellen had. Napoleon veranderde de grondwet en kreeg alle macht.

a)

Waar

b)

Niet waar