Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Brazilië - Landschap, Klimaat en Natuurlijke Hulpbronnen

Total questions: 35

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Welk vegetatietype hoort bij het tropisch regenwoudklimaat?

a)

Taiga

b)

Selva

c)

Cerrado

d)

Mangrove

2.

Wat is de belangrijkste natuurlijke hulpbron die Brazilië bezit?

a)

Nikkel

b)

Aardolie

c)

Bauxiet

d)

Bio-ethanol

3.

Welke energiebron wordt voornamelijk gebruikt in Brazilië?

a)

Hydro-elektriciteit

b)

Aardgas

c)

Kernenergie

d)

Steenkool

4.

Wat is een nadeel van het gebruik van bio-ethanol als brandstof in Brazilië?

a)

Minder CO2-uitstoot

b)

Minder werkgelegenheid

c)

Minder economische groei

d)

Ontbossing

5.

Wat is de breedteligging van Brazilië?

a)

Voornamelijk op het zuidelijk halfrond

b)

Evenredig verdeeld over beide halfronden

c)

Ligt op de evenaar

d)

Voornamelijk op het noordelijk halfrond

6.

Welk klimaat is te vinden in de regio rondom São Paulo en Rio de Janeiro?

a)

Tropisch regenwoudklimaat

b)

Savanneklimaat

c)

Subtropisch klimaat

d)

Woestijnklimaat

7.

Wat is de belangrijkste klimaatfactor die de klimaten in Brazilië beïnvloedt?

a)

Breedteligging

b)

Zee stromen

c)

Idee zegt

d)

Hoogteverschillen

8.

Wat is een nadeel van hydro-elektriciteit in Brazilië?

a)

Minder betrouwbare energiebron

b)

Uitputting van grondstoffen

c)

Hogere CO2-uitstoot

d)

Verstoring van de natuurlijke omgeving

9.

Welk vegetatietype is te vinden in de hooglanden van Brazilië?

a)

Selva

b)

Taiga

c)

Mangrove

d)

Cerrado

10.

Wat is de temperatuur in het tropisch regenwoudklimaat?

a)

Altijd onder de 0 graden Celsius

b)

Altijd boven de 30 graden Celsius

c)

Altijd tussen de 10-20 graden Celsius

d)

Altijd tussen de 20-30 graden Celsius

11.

Wat is de functie van mangroven in Brazilië?

a)

Bescherming tegen aardbevingen

b)

Bescherming tegen bosbranden

c)

Bescherming tegen overstromingen

d)

Bescherming tegen aardverschuivingen

12.

Wat is de impact van bio-ethanol productie op het milieu?

a)

Verhoogde CO2-uitstoot

b)

Minder ontbossing

c)

Verstoring van flora en fauna

d)

Verbetering van de luchtkwaliteit

13.

Wat is een gevolg van het gebruik van grootschalige machines in de suikerrietindustrie?

a)

Verbetering van de leefomgeving

b)

Meer werkgelegenheid

c)

Minder CO2-uitstoot

d)

Ontbossing

14.

Wat is een kenmerk van het tropisch regenwoud in Brazilië?

a)

Het wordt vaak overstroomd

b)

Het heeft een droog klimaat

c)

Het heeft weinig neerslag

d)

Het is gelegen in het noorden van Brazilië

15.

Wat is de Cerrado in Brazilië?

a)

Een gebied met weinig vegetatie

b)

Een gebied met veel regenwoud

c)

Een gebied met grote temperatuurverschillen

d)

Een gebied met veel neerslag

16.

Wat is een kenmerk van de caatinga in Brazilië?

a)

Het ligt in de regenschaduw van het kustgebergte

b)

Het heeft een overvloedige neerslag

c)

Het is een gebied met veel mangrove

d)

Het heeft een tropisch klimaat

17.

Wat is een reden voor de sterke urbanisatie in Brazilië?

a)

Minder vraag naar elektriciteit in de steden

b)

Economische groei en werkgelegenheid in de steden

c)

Toename van de bevolkingsgroei op het platteland

d)

Meer ruimte voor inheemse bevolking in de steden

18.

Wat is een gevolg van het bouwen van stuwdammen in Brazilië?

a)

Toename van natuurgebieden

b)

Kleiner leefgebied voor inheemse bevolking

c)

Minder elektriciteitsvoorziening

d)

Minder vraag naar elektriciteit

19.

Wat wordt bedoeld met 'perceptie' in de context van Brazilië?

a)

Een stereotiep beeld van Brazilië

b)

Een geografisch beeld van Brazilië

c)

Een feitelijk beeld van Brazilië

d)

Een positief beeld van Brazilië

20.

Wat is een gevolg van de bevolkingsgroei op het platteland in Brazilië?

a)

Minder kosten voor de economische groei

b)

Meer emancipatie

c)

Minder urbanisatie

d)

Hogere geboortecijfers

21.

Wat is een gevolg van de economische groei in Brazilië?

a)

Minder kosten voor de bevolking

b)

Meer vraag naar elektriciteit

c)

Toename van natuurgebieden

d)

Minder vraag naar elektriciteit

22.

Wat is een gevolg van de afname van de demografische druk in Brazilië?

a)

Minder urbanisatie

b)

Minder kinderen per vrouw

c)

Minder vraag naar elektriciteit

d)

Meer kosten voor de economische groei

23.

In dit land is de verstedelijksgraad laag, maar het verstedelijkingstempo hoog. Dit is een..

a)

Arm land

b)

Rijk land

24.

Wat wordt bedoeld met 'urbanisatiegraad'?

a)

Percentage stedelingen in een land

b)

Percentage rijke mensen in een stad

c)

Percentage plattelandsbewoners

d)

Percentage mensen wat naar de stad verhuist

25.

Bekijk de bron: Welke factor heeft veel invloed op het BS en BW klimaatgebied?

a)

Relief

b)

Geografische ligging

c)

Zeestroom

d)

Invloed van de ITCZ

26.

Bekijk de bron: Welke factor heeft veel invloed op het Aw en het Am klimaatgebied?

a)

Relief

b)

Geografische ligging

c)

Zeestroom

d)

Invloed van de ITCZ

27.

Bekijk de bron: Welke factor heeft veel invloed op het Af Klimaatgebied?

a)

Relief

b)

Geografische ligging

c)

Zeestroom

d)

Invloed van de ITCZ

28.

Welk probleem is er in Brazilie met de aardolie velden?

a)

Vele zijn moeilijk bereikbaar

b)

Ze liggen in dichtbevolkte gebieden

c)

Ze liggen in de Amazone

29.

Wat is de grootste rivier in Brazilie?

a)

Xingu

b)

Belo Monte

c)

Itaipu

d)

Amazone

30.

Welke energie wordt het meest gebruikt voor het opwekken van electriciteit

a)

Hydro-energie

b)

Kern-energie

c)

Biomassa

d)

Fossiele brandstoffen

31.

Waar wonen de meeste inwoners in Brazilie?

a)

Noorden

b)

Oosten

c)

Zuiden

d)

Westen

32.
Grote bedrijven kopen het land van de kleine boeren.
a)
Verdringing
b)
Omkopen
c)
Corruptie
33.

Ander woord voor tropisch regenwoud in het Portugees:

a)

Selva

b)

Pantanal

c)

Cerrado

d)

Caatinga

34.

Het noordoosten van Brazilië kent een steppeklimaat. Dit komt doordat:

a)

Het gebied aan de loefzijde van de Serra do Mar ligt

b)

Het gebied aan de lijzijde van de Serra do Mar ligt

c)

Het gebied geen aanlandige wind kent

d)

Het gebied niet onder de invloed staat van de ITCZ

35.

De ITCZ staat in juli ten noorden van de evenaar

a)

Waar

b)

Onwaar