wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1HV T2 B1-6 + LO 1-3

Total questions: 41

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

De maag wordt aangegeven met nummer...

a)

3

b)

6

c)

9

d)

10

2.

Hoe heet het orgaan van nummer 6?

(a)  

3.

Welke orgaan filtert je bloed en maakt urine? Nummer...

a)

7

b)

8

c)

10

d)

11

4.

Hoe noem je het onderdeel aangegeven met nummer 5?

(a)  

5.

Hoe heet het organenstelsel waar organen 7 en 8 bij horen?

(a)  

6.

Welke organen gaan door het middenrif heen?

a)

Longen

b)

Luchtpijp

c)

Slokdarm

d)

Holle ader

e)

Aorta

7.

Hoe heet het gemarkeerde orgaan?

(a)  

8.

Welk orgaan hoort bij het spierstelsel?

a)

Wervelkolom

b)

Hart

c)

Longen

d)

Biceps

9.

Hoe heet het onderdeel waarmee de plant water en mineralen opneemt?

a)

Hoofdwortel

b)

Zijwortel

c)

Wortelharen

d)

Stengel

10.

Welke functie van de wortel zie je in de afbeelding?

a)

Water en mineralen opnemen

b)

De plant stevig vastzetten in de bodem

c)

Reservestoffen opslaan

11.

Wanneer gebruikt de plant de reservestoffen die in de wortel zitten vooral?

a)

In de zomer en herfst

b)

Als hij niet genoeg water heeft

c)

In de winter en lente

d)

Als het koud is

12.

Dit is een...

a)

Houtachtige plant

b)

Kruidachtige plant

13.

De hoofdnerf is aangegeven met nummer...

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

14.

Nummer 3 noem je het (a)  

15.

In welke delen van de plant kan fotosynthese plaatsvinden?

a)

Wortel

b)

Stengel

c)

Blad

16.

De groepen vaten in de plant liggen samen in....

a)

Vaatgroepen

b)

Vaatbundels

c)

Vatenstelsels

d)

Transportbundels

e)

Nerven

17.

Selecteer de organen.

a)

Een blad van een plant.

b)

De maag.

c)

Een stukje huid

d)

Alle bloedvaten in het lichaam.

18.

Een groep cellen die dezelfde vorm en functie hebben noem je een...

a)

Orgaan

b)

Weefsel

c)

Organisme

d)

Orgaanstelsel

19.

Bij welke onderdeel horen rode bloedcellen?

a)

Cellen

b)

Orgaanstelsel

c)

Orgaan

d)

Organisme

20.

Bij welke onderdeel horen de longen?

a)

Cellen

b)

Orgaanstelsel

c)

Orgaan

d)

Organisme

21.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

Verteringsstelsel

b)

Beenderstelsel

c)

Spierenstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

22.

Organen bestaan uit:

a)

Cellen

b)

Organismen

c)

Orgaanstelsels

23.

Wat is de functie van de celkern?

a)

Zorgt voor stevigheid

b)

Gevuld met vocht

c)

Regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Ligt om het celplasma heen

24.

Wat is de functie van de celwand?

a)

Zorgt voor stevigheid

b)

Gevuld met vocht

c)

Regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Ligt om het celplasma heen

25.

Welk celonderdeel wordt hiermee omgeschreven?: 'Stroperige vloeistof van water en opgeloste stoffen'

a)

Celkern

b)

Vacuole

c)

Celplasma

d)

Celmembraan

26.

Welk celonderdeel wordt hiermee omgeschreven?: 'Geven de plant een groene kleur'

a)

Celkern

b)

Vacuole

c)

Celplasma

d)

Bladgroenkorrels

27.

Vormen de spieren van je lichaam samen een orgaan, een organenstelsel of een weefsel?

a)

Orgaan

b)

Orgaanstelsel

c)

Weefsel

28.

Welke van de volgende organen behoort tot het bloedvatenstelsel?

a)

Het hart

b)

De holle ader

c)

De lever

d)

Het ruggenmerg

29.

Welke onderdelen horen bij een dierlijke cel?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Celkern

c)

Celmembraan

d)

Celwand.

30.

Welke celonderelen komen ook bij dierlijke cellen voor?

a)

2, 3 en 6

b)

2, 3 en 5

c)

1, 3 en 5

d)

2, 4 en 6

31.

Hoe heet nummer 3?

(a)  

32.

In de afbeelding zie je de neus. De neus is een...

a)

Orgaanstelsel

b)

Orgaan

c)

Weefsel

d)

Cel

33.

Om het preparaat met het rode objectief (4x) scherp te stellen gebruik je nummer...

a)

1

b)

7

c)

4

d)

5

e)

10

34.

De revolver is aangegeven met nummer...

a)

1

b)

6

c)

7

d)

10

e)

4

35.

Hoe heet nummer 7? Je hebt er 3 van (rood, geel en blauw)

(a)  

36.

In de afbeelding zie je een dwarsdoorsnede van de borstholte van een mens. Hoe heet het gemarkeerde orgaan?

(a)  

37.

DNA streng: ACGT
Geeft de DNA volgorde van de tegenovergestelde streng.

(a)  

38.

Fasen van de celdeling:

  1. 1. Plasmagroei

  2. 2. DNA kopiëren

  3. 3. Celdeling

  4. 4. Kerndeling

    Kies de juiste volgorde

a)

2-4-1-3

b)

2-4-3-1

c)

3-4-1-2

d)

4-3-1-2

39.

Cellen die zich oneindig kunnen delen heten

(a)  

40.

Vink de cellen aan die dezelfde genen bezitten als jouw huidcel.

a)

Mijn oogcel

b)

Mijn botcel

c)

Mijn zenuwcel

d)

Mijn spiercel

41.

Hoeveel chromosomen heeft de menselijke cel net voor de kerndeling?

(a)