wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV2 H7 7.1 en 7.2

Total questions: 15

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welk van de volgende stoffen zijn energierijke stoffen?

a)

Koolhydraten en vetten

b)

Koolhydraten en eiwitten

c)

Eiwitten en vetten

d)

Koolhydraten en eiwitten

2.

Hieronder staan twee beweringen:

I. Door voedsel te drogen kun je het langer houdbaar maken, omdat bacterien en schimmels niet kunnen leven zonder zuurstof.

II. Door voedsel vacuum te verpakken kan je het langer houdbaar maken, omdat bacterien en schimmels dan heel langzaam groeien

a)

Alleen I is waar

b)

Alleen II is waar

c)

I en II zijn beide waar

d)

I en II zijn beide niet waar

3.

Wat is waar over de voortplanting van bacterien en schimmels?

a)

Bacterien vermeerderen door celdeling; schimmels door sporen

b)

Bacterien en schimmels vermeerderen beide door celdeling

c)

Bacterien en schimmels vermeerderen beide door sporen

d)

Bacterien vermeerderen zich door sporen; schimmels vermeerderen door celdeling

4.

Welk van onderstaande antwoorden geeft alleen voedingsstoffen weer?

a)

Koolhydraten, vetten, melk, water

b)

Koolhydraten, vetten, vitamines

c)

Vetten, vitamines, voedingsvezels

d)

Koolhydraten, vetten, kaas

5.

Welk van de volgende stoffen zijn bouwstoffen?

a)

Vitamines, koolhydraten, vetten

b)

Water, eiwitten, vetten, mineralen

c)

Water, koolhydraten, vetten

d)

Koolhydraten, vetten, vitamines, water

6.

Deze stof hoopt zich op in de bloedvaten bij het eten van te veel vetten.

a)

Cholesterol

b)

Caffeine

c)

Taurine

d)

Fluoride

7.

Welke stoffen zijn beschermende stoffen?

a)

Vitamines en mineralen

b)

Vitamines en vetten

c)

Mineralen en vetten

d)

Mineralen en water

8.
wat is je BMI?
a)
de verhouding tussen je lengte en je gewicht
b)
een maat voor gezond gewicht per leeftijd
c)
een instelling die bepaald hoeveel je mag eten per dag
9.
Waarvan is de hoeveelheid eten die je per dag nodig hebt afhankelijk?
a)

je leeftijd

b)

je activiteiten

c)

je geslacht

d)
alle drie
10.
Wanneer eet je gezond?
a)
als je minder eet dan dat je verbruikt
b)
als je alle voedingstoffen binnen krijgt
c)
als je niet te vet eet
d)

als je niet te zout eet

11.

1 glas melk bevat 150 ml.

Hoeveel gram calcium krijg je binnen met 2 glazen melk?

a)
600 g
b)
0,6 g
c)

400 g

d)

0,4 g

12.

Waar in je leven heb je allemaal energie voor nodig?

a)

Groeien en groter worden

b)

Een dagje niks doen

c)

Veel sporten

d)

Alle antwoorden zijn juist

13.

Er worden drie verschillende meelsoorten gebruikt om brood te maken, welke van de drie soorten in de afbeelding bevat het meeste energie?

a)

Volkoren tarwemeel

b)

Speltmeel

c)

Havermeel

14.

Welke zin over voedingsvezels is juist?

a)

voedingsvezels kunnen niet worden verteerd

b)

Voedingsvezels zorgen voor energie

c)

Voedingsvezels zorgen voor bouwstoffen

d)

Voedingsvezels is een voedingstof

15.

Wat is de schijf van vijf?

a)

Een schijf met de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid

b)

Een schijf met gezonde aanbevolen voeding

c)

Een schijf met vijf vakken die voedingstoffen laten zien