wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3v 9 feb

Total questions: 38

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Gegeven is de standaard kwadratische formule

y=ax2+bx+cy=ax^2+bx+c  . De grafiek bij deze formule is een DALparabool als...

a)

a>0a>0  

b)

a<1a<1  

c)

a<0a<0  

d)

a>1a>1  

2.

Gegeven is de standaard kwadratische formule

y=ax2+bx+cy=ax^2+bx+c  . De grafiek bij deze formule is een BERGparabool als...

a)

a>0a>0  

b)

a<1a<1  

c)

a<0a<0  

d)

a>1a>1  

3.

Welke formules horen bij een dalparabool?

1. y = -5x2 + 8

2. y = 6x2

3. y = -0,2x2

4. y = -7+0,25x2

a)

1 en 3

b)

2 en 4

c)

1, 3 en 4

d)

Alleen 2

4.

Wat zijn de coördinaten van de snijpunten van de grafiek van

y = (x - 6)(x + 2) met de horizontale as?

a)

x = 6 en x = -2

b)

-6 en 2

c)

(6 , 0) en (-2 , 0)

d)

y = x2 + 4x - 12

5.

Deze kwadratische formule snijdt de y-as in het punt

a)

(-1,0)

b)

(5,0)

c)

(0,-5)

d)

(2,-9)

6.

Gegeven is de formule y = (x-4)(x+1)

Wat is de symmetrie-as (x=?) van deze parabool?

a)

x = -½

b)

x = - 1½

c)

x = ½

d)

x = 1½

7.

Wat is het snijpunt van de formule y = (x-6)(x+4) met de verticale as (y-as)?

a)

x=0

b)

(-24,0)

c)

(0,24)

d)

(0,-24)

8.

Wat is de symmetrieas in de grafiek?

a)

x = 2

b)

x = 0

c)

x = 1

d)

x = 4

9.
Is de grafiek bij de formule 
y = -0,5x2
een dal- of een bergparabool?
a)
Dalparabool
b)
Bergparabool
c)
Geen idee
d)
Kan beide
10.

Wanneer je de formule y = x2 -5x +6 ontbindt in factoren krijg je de volgende formule:

a)

y = (x - 3) (x - 2)

b)

y = (x + 3) (x - 2)

c)

y = (x - 3) (x + 2)

d)

y = (x - 2) (x + 3)

11.

De snijpunten van de formule y = (x - 3) (x - 2) met de x-as zijn:

a)

(-2,1) en (-3,0)

b)

(0,2) en (0,3)

c)

(2,0) en (0,3)

d)

(2,0) en (3,0)

12.

Wanneer de snijpunten van een kwadratische formule met de x-as de punten (-1,0) en (7,0) zijn, dan is de x-coordinaat van de top

a)

x = 2

b)

x = 4

c)

x = 3

d)

x = 2,5

13.

Wanneer de snijpunten van een kwadratische formule (parabool) met de lijn y = 4 de punten (3,4) en (10,4) zijn, dan is de x-coordinaat van de top het punt,

a)

x = 6

b)

x = 6,5

c)

x = 7

d)

x = 7,5

14.

Wanneer bij de formule y = - x2 + 4x - 2 de x-coordinaat van de top gelijk is aan 3 (xtop = 3), is wat is dan de y-coordinaat van de top (ytop = ?)

a)

ytop = 1

b)

ytop = 4

c)

ytop = 3

d)

ytop = 2

15.

Wanneer bij de formule y = - x2 + 4x - 2 de x-coordinaat van de top gelijk is aan -2 (xtop = -2), is wat is dan de y-coordinaat van de top (ytop = ?)

a)

ytop = -14

b)

ytop = -6

c)

ytop = 2

d)

ytop = 14

16.

Schrijf de formule zo kort mogelijk. p = 2 x 4a + 2

a)

p = 12a + 2

b)

p = 8a + 4

c)

p = 8a + 2

d)

p = 4 + 8a

17.

Schrijf de formule zo kort mogelijk: h = 6a x 3a + 2a2

a)

h = 18a2 + 2a2

b)

h = 11a2

c)

h = 5a + 6a

d)

h = 20a2

18.

Schrijf de formule zo kort mogelijk: t = 5p + 5p x 5p

a)

t = 50p2

b)

t = 5p + 25p

c)

t = 30p

d)

t = 5p + 25p2

19.

Schrijf de formule zo kort mogelijk: y = 4r x 4r - 2r

a)

y = 8r

b)

y = 16r2 - 2r

c)

y = 14r2

d)

y = 8r2

20.

Schrijf de formule zo kort mogelijk: y = 4a x a - 5a

a)

y = -16a

b)

y = 4a2 - 5a

c)

y = 5a2 - 4a

d)

y = 4a - 5a2

21.

Schrijf de formule zo kort mogelijk: q = 4c2 + 3c + 5

a)

q = 7c2 + 5

b)

kan niet korter

c)

q = 4c2 + 8c

d)

q = 12c2

22.

Schrijf de formule zo kort mogelijk: p = 2d x 3d x 5 + 2

a)

p = 6d2 + 10

b)

p = 30d2 + 2

c)

p = 32d2

d)

p = 5d2 + 10

23.

Schrijf de formule zo kort mogelijk: m = 4a2 - 3a x 2a + 1

a)

m = -2a2 + 1

b)

m = 2a2 - 1

c)

m = 4a2 - 6a2 + 1

d)

m = -10a2 + 1

24.

Gegeven is de formule: y = 2x2-x. Bereken y voor x = 0

a)

y = 0

b)

y = 2

c)

y = -1

d)

y = 1

25.

Welke formule hoort bij deze lineaire grafiek?

a)

y = 3x + 6

b)

y = 3x - 6

c)

y = -6x + 3

d)

y = -3x + 6

26.

Welke formule hoort bij deze lineaire grafiek?

a)

y = 4x - 0,5

b)

y = - 0,5x + 4

c)

y = 0,5x + 4

d)

y = 0,5x - 4

27.

Welke formule hoort bij deze lineaire grafiek?

a)

y = 8 - 2x

b)

y = 10 - 5x

c)

y = 8x + 5

d)

y = -5x + 8

28.

Bij een toename van 23% hoort de factor ...

a)

1,23

b)

0,23

c)

1,77

d)

0,77

29.

Bij een afname van 37% hoort de factor ...

a)

1,63

b)

0,63

c)

1,37

d)

0,37

30.

Bij een toename van 4,5% hoort de factor ...

a)

1,955

b)

9,55

c)

1,045

d)

0,45

31.

Bereken de groeifactor bij de volgende tabel

a)

1,20

b)

0,20

c)

0,83

d)

0,12

32.

De vorm van de formule bij een exponentiële formule zit er als volgt uit:

a)

h = b ⋅ gt

b)

y = ax2 + bx + c

c)

y = b + gt

d)

y = ax + b

33.

Je ziet twee formules A : h = 2 ⋅ 3t

en B: h = 2 ⋅ 0,3t

Welke van deze formules is de grafiek dalend?

a)

A

b)

B

34.

Je ziet de formule bij een groeiproces per jaar.

h = 2 ⋅ 0,3t

Met hoeveel % neemt de groei per jaar af?

a)

3%

b)

7%

c)

30%

d)

70%

35.

Bij welke tabel hoort een exponentiële groei?

a)

tabel I

b)

tabel II

c)

tabel III

d)

tabel IV

36.

Er zitten 400 muggen in een afgesloten ruimte. Het aantal muggen kun je berekenen volgens de formule:

aantal = 400 x 1,25t

t = tijd in maanden.

Hoeveel muggen zijn er na één jaar?

a)

5821 muggen

b)

500 muggen

c)

1526 muggen

d)

745 muggen

37.

y = 2x3y\ =\ -2x^3  
bereken y voor x = -5

a)

-50

b)

+50

c)

-250

d)

+250

38.

Stel een formule op bij de lijn die hoort bij de tabel.

Gebruik geen spaties in je antwoord.

(a)