wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KT 5DA-HR Nagerechten beslag en deeg

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de ingrediënten van bladerdeeg?

a)

Bloem, water, zout, vetstof

b)

Bloem, melk, gist, zout

c)

Bloem, suiker, eieren, boter

d)

Bloem, cacao, bakpoeder, olie

2.

Wat is de functie van gisten in het deeg?

a)

Het deeg kleur geven

b)

Het deeg luchtig maken

c)

Het deeg zoet maken

d)

Het deeg laten rijzen

3.

Wat is de samenstelling van zuurdesem?

a)

Water en bloem

b)

Bloem en zout

c)

Melk en suiker

d)

Eieren en boter

4.

Wat zijn de voornaamste benodigdheden voor biscuitbeslag?

a)

Bloem, suiker, eieren

b)

Bloem, water, gist

c)

Bloem, zout, olie

d)

Bloem, melk, boter

5.

Wat is het verschil tussen genoisebeslag en klassiek biscuitbeslag?

a)

Boter en bloemsuiker

b)

Eieren en melk

c)

Suiker en zout

d)

Bloem en olie

6.

Wat is de toepassing van genoisebeslag?

a)

Bijgerecht bij salade

b)

Fijne onderlaag bij gebak

c)

Garnituur bij soep

d)

Hoofdgerecht bij diner

7.

Wat is de consistentie van lepelbeslag in vergelijking met klassiek biscuitbeslag?

a)

Plakkerig deeg

b)

Kruimelig deeg

c)

Zachter deeg

d)

Harder deeg

8.

Wat zijn de ingrediënten van tulpenbeslag?

a)

Boter, eiwit, bloemsuiker, bloem

b)

Bloem, suiker, eieren, boter

c)

Bloem, melk, gist, zout

d)

Bloem, water, zout, vetstof

9.

Wat is de eerste stap in de bereiding van bladerdeeg?

a)

Correct afwegen

b)

Voordeeg kneden

c)

Vetstof toeren

d)

Rusttijden nemen

10.

Wat is de temperatuur voor het afbakken van biscuitbeslag?

a)

220°C (dun) of 180°C (hoog)

b)

240°C (dun) of 200°C (hoog)

c)

180°C (dun) of 220°C (hoog)

d)

200°C (dun) of 160°C (hoog)

11.

Wat is de functie van melkzuurbacteriën in zuurdesem?

a)

Vochtopname

b)

Fermentatieproces

c)

Korstvorming

d)

Kleur geven aan deeg

12.

De naam van het bladerdeeg na de eerste rusttijd.

a)

Roerdeeg

b)

Toerdeeg

c)

Voordeeg

d)

Rustdeeg

13.

Ideale toer voor een optimaal volume van bladerdeeg:

a)

4e toer

b)

5e toer

c)

6e toer

d)

7e toer

14.

Een 5e toer van bladerdeeg geeft een....

a)

Ideaal volume

b)

wilde werking

c)

weinig volume

d)

tamelijk voldoende volume

15.

Waarom zou je de eieren gescheiden verwerken in biscuitdeeg?

a)

hardheid

b)

sponzigheid

c)

geen verschil

d)

krokantere korst

16.

Waarom zou je zetmeel toevoegen aan een biscuitdeeg?

a)

rijzen van het deeg

b)

luchtigheid

c)

krokantere korst

17.

In een lepelbiscuit voegen we meer suiker toe

a)

Om een betere korst te vormen

b)

Om een zachtere structuur te vormen

c)

Om de structuur vaster te maken

d)

Om beter op te stijven