wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V5 Biologie Enzymen

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de functie van een enzym?

a)

Enzymen breken zichzelf af tot kleine deeltjes

b)

Enzymen versnellen chemische reacties

c)

Enzymen vertragen chemische reacties

d)

Enzymen voegen producten samen tot reagentia

2.

Hoe wordt een stof genoemd wanneer het een chemische reactie versnelt? 

a)

Reversibel

b)

Katalyserend

c)

Specifiek

d)

Fragiel

3.

De grafiek laat zien hoe enzymen de reacties binnen de cel beïnvloeden. Welke bewering vat het beste de informatie uit het diagram samen?

a)

Enzymen verhogen het energieniveau van de reactieproducten

b)

Enzymen maken de richting van de reactie reversibel

c)

Enzymen verlagen de activeringsenergie

d)

Enzymen verlagen het energieniveau van de reactieproducten

4.

Wat is letter A?

a)

Product

b)

Enzym-substraat complex

c)

Actieve site

d)

Substraat

5.

Enzymen zijn....

a)

Eiwitten

b)

Vetten

c)

Koolhydraten

d)

Aminozuren

6.

Enzymen versnellen chemische reacties door verandering van de...

a)

pH

b)

Waterstofbruggen

c)

Activeringsenergie

d)

Kinetische energie

7.

Wat is letter D (zie afbeelding)?

a)

Actieve site

b)

Enzym

c)

Substraat

d)

Product

8.

Wat is letter B?

a)

Actieve site

b)

Enzym

c)

Substraat

d)

Product

9.

Wat is letter C (zie afbeelding)?

a)

Actieve site

b)

Enzym

c)

Substraat

d)

Product

10.

Wat is letter E (zie afbeelding)?

a)

Actieve site

b)

Enzym

c)

Substraat

d)

Product

11.

Bij welk organisme verwacht je de grootste enzymactiviteit?

a)
  • Kikker bak 1

  • 5 °C

b)

Muis bak 2

5 °C

c)

Kikker bak 3

20 °C

d)

Muis bak 4

20 °C

12.

Elke stof die wordt beïnvloed door een enzym wordt een ……. genoemd?

a)

Co-enzym

b)

Vitamine

c)

Substraat

d)

Polypeptide

13.

Welke van de volgende conclusies kan uit deze grafiek worden getrokken?

a)

De optimale pH van het enzym is 6,6

b)

De activiteit van het enzym neemt toe tussen pH = 5,0 tot pH = 9,0

c)

De optimale pH van het enzym is 5,8

d)

De activiteit van het enzym is groter bij een pH van 8,0

14.

Wat gebeurt er als enzymen worden verhit tot een (te) hoge temperatuur?

a)

De enzymen gaan dood

b)

De aminozuursequentie van de enzymen verandert

c)

De ruimtelijke vorm van het enzym verandert

d)

De enzymen blijven hetzelfde

15.

In de figuur wordt het verband weergegeven tussen de temperatuur en de snelheid van een reactie die door een enzym wordt beïnvloed. In figuur 2 wordt met grafiek S het verband weergegeven tussen de pH en de reactiesnelheid bij temperatuur Q.

Het verband tussen pH en reactiesnelheid bij temperatuur P kan worden weergegeven door grafiek:

a)

R

b)

S

c)

T

d)

U

16.

Enzymen zorgen ervoor dat een reactie _______ verloopt en ______ energie gebruikt .

(a)  

17.

Enzymen bestaan uit welke van de volgende monomeren?

a)

Aminozuren

b)

Nucleotiden

c)

Monosacchariden

d)

Vetzuren

18.

Hiernaast zie je de vorming van sacharose. Naast sacharose ontstaat er nog een molecuul. Welk molecuul is dit?

a)

H+

b)

ATP

c)

CO2

d)

H2O

19.

Bij A en B wordt evenveel  enzymactiviteit gemeten (dus substraat omgezet). Dat betekent ..

a)

dat er bij A meer enzymmoleculen actief zijn dan bij B

b)

dat er bij A en B evenveel enzymmoleculen actief zijn

c)

dat er bij A minder enzymmoleculen actief zijn dan bij B

20.

Aan een reageerbuis gevuld met een maltose-oplossing van 0 °C wordt een enzym afkomstig van een zoogdier toegevoegd om maltose om te zetten in glucose.
De inhoud van de buis wordt al roerend langzaam tot 80 °C verwarmd.

Welke grafiek kan aangeven hoe het glucosegehalte in de buis verandert?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4