Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 2&3 international sensitivity

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het belangrijkste verschil tussen monochronische en polychronische culturen?

a)

Monochronische culturen zijn flexibeler met tijd.  

b)

Polychronische culturen doen één ding tegelijk.  

c)

Monochronische culturen zijn punctueler en richten zich op één ding tegelijk.  

d)

Polychronische culturen zijn strenger met planning. 

2.

Welke van de volgende ruimtes wordt gedeeld met een grote groep mensen? 

a)

Sociale ruimte 

 

b)

Persoonlijke ruimte  

c)

 Intieme ruimte  

d)

Publieke ruimte 

3.

Wat is de belangrijkste reden waarom mensen een stap achteruitzetten als iemand te dichtbij komt?

a)

Ze voelen zich bedreigd of beledigd.  

b)

Ze willen laten zien dat ze assertief zijn.  

c)

Ze willen een beter zicht op de omgeving krijgen.  

d)

Ze willen de persoon ruimte geven. 

4.

In welke ruimte brengen mensen graag tijd door met familie en vrienden?  

a)

Sociale ruimte  

b)

Persoonlijke ruimte  

c)

Intieme ruimte  

d)

Publieke ruimte

5.

Wat is een eigenschap van polychronische culturen?

a)

Strikte planning en punctualiteit

b)

Focus op één taak tegelijk  

c)

Flexibiliteit met tijd en de neiging om meerdere dingen tegelijk te doen

d)

Voorkeur voor directe communicatie

6.

Welke landen behoren tot de 'doe-culturen' ?

a)

Indonesië en Turkije 

b)

China en Australië 

c)

Nederland en Spanje

d)

Marokko en Suriname 

7.

Wat is een belangrijk motiverend aspect in 'doe-culturen'?

a)

Samen zijn met vriendelijke collega's 

b)

Spontane stroming van gebeurtenissen

c)

Collectieve verantwoordelijkheid 

d)

Groei en promotiemogelijkheden

8.

Welk land werd genoemd als een voorbeeld van een individueel gerichte cultuur?

a)

Indonesië 

b)

Japan

c)

Nederland

d)

Turkije

9.

Wat is een kenmerk van ruimtegebruik in Azië?

a)

 Voorkeur voor privékantoren 

b)

Waardering voor fysieke scheidingswanden tussen bureaus 

c)

Delen van kantoorruimte door medewerkers 

d)

Gebruik van symbolen van rang zoals stoelplaatsing

10.

Wat motiveert werknemers volgens de beschrijving van zijn-culturen? (Theorie Maslow en Herzberg)

a)

Materiële beloningen zoals salarisverhoging  

b)

Het plezier van sociale interacties en samenzijn met vriendelijke collega's 

c)

Het vooruitzicht op promotie en groeimogelijkheden

d)

Strikte discipline en controle door managers