wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ha4 Ma H4 Pluriforme samenleving

Total questions: 57

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.

de dominante cultuur is:

a)

De cultuur van een kleine groep mensen

b)

De cultuur waarin één iemand de baas (dus dominant) is.

c)

De cultuur die de meeste mensen in een land hebben.

d)

De normen waarden en gewoonten van een groep mensen

2.

een subcultuur is:

a)

De cultuur van een kleine groep mensen

b)

De cultuur die de meeste mensen in een samenleving hebben.

c)

Een cultuur van mensen die graag naar de Subway gaan

d)

De normen waarden en gewoonten van een groep mensen

3.

In Nederland hoort Sinterklaas vieren bij een subcultuur

a)

waar

b)

niet waar

4.

Moslims vormen in Nederland de dominante cultuur

a)

waar

b)

niet waar

5.

Subculturen kunnen ontstaan op basis van muzieksmaak en je woonplaats

a)

waar

b)

niet waar

6.

een vooroordeel is:

a)

een oordeel over iemand zonder dat je die persoon echt kent

b)

een oordeel over één van je vrienden

c)

een oordeel van de rechtbank na een strafbaar feit

d)

een oordeel van je ouders over je vrienden

7.

als je een vooroordeel hebt over een hele groep mensen noem je dat:

a)

een vooroordeel

b)

tolerant zijn

c)

een stereotype

d)

discriminatie

8.

We spreken van discriminatie als:

a)

mensen gelijk worden behandeld

b)

mensen in dezelfde situatie anders worden behandeld

c)

mensen een baan niet krijgen omdat ze niet geschikt zijn

d)

als mensen in dezelfde situatie gelijk worden behandeld.

9.

klik de goede antwoorden aan: Er wordt bijvoorbeeld gediscrimineerd op basis van:

a)

culturele achtergrond

b)

leeftijd

c)

uiterlijk

d)

sekse

10.

als je tolerant bent dan:

a)

Vind je het prima als mensen andere normen en waarden hebben dan jij

b)

Vind je het lastig als mensen andere normen en waarden hebben dan jij

c)

Ga je graag mee in de normen en waarden van een ander

d)

Maak je ruzie als iemand het niet met je eens is

11.

we spreken van racisme als:

a)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar leeftijd

b)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar geslacht

c)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar afkomst

d)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar geloof

12.

wanneer ben je immigrant?

a)

Als je Nederland binnen komt om er te gaan wonen

b)

Als je uit Nederland vertrekt om in een ander land te gaan wonen

13.

Wanneer ben je een emigrant?

a)

Als je Nederland binnen komt om hier te gaan wonen

b)

Als je Nederland uit gaat om in een ander land te gaan wonen

14.

Wanneer ben je een asielzoeker?

a)

Als je vlucht voor oorlog

b)

Als je vlucht omdat je homoseksueel bent, en dat in jouw land niet mag

c)

Als je vlucht omdat je leven gevaar loopt vanwege je politieke mening

d)

Als je naar een ander land gaat voor werk, en een beter leven

15.

wanneer ben je allochtoon?

a)

als je zelf in een ander land geboren bent

b)

als je ouders allebei in een ander land geboren zijn

c)

als één van je ouders in een ander land geboren is

d)

als je opa of oma in een ander land geboren is

16.

Welke redenen hadden migranten de afgelopen 60 jaar om naar Nederland te komen?

a)

Het prettige klimaat

b)

werk

c)

gezinshereniging

d)

veiligheid, op de vlucht voor oorlog of ander geweld

e)

ze woonden in Nederlandse koloniën en die werden onafhankelijk. Uit angst voor onrust kwamen ze naar Nederland

17.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

18.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

19.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

20.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

21.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

22.

Welke stroming vindt dat je zelf verantwoordelijk bent om te integreren?

a)

Liberalisme

b)

Populisme

c)

Sociaal-Democratie

d)

Christen-Democratie

23.

Vul in: De overheid probeert de integratie te stimuleren. Dit doen ze door (a)   scholen te stimuleren.

24.

Vul in: Integratie kan je bevorderen volgens de overheid door extra lessen (a)   te geven

25.

Wanneer spreek je van gezinshereniging?

a)

Wanneer iemand zijn of haar gezin uit het buitenland naar Nederland haalt

b)

Wanneer iemand trouwt met een partner uit het buitenland

c)

Wanneer vluchtelingen elkaar na jaren van oorlog weer terug vinden

d)

Wanneer de man genoeg geld heeft verdiend en terug gaat naar zijn gezin in het buitenland.

26.

Wie bepaalt wie wordt toegelaten in Nederland?

a)

De regering

b)

De gemeentes

c)

De Europese Unie

d)

De IND

27.

Poolse mensen gaan in Nederland vooral naar Poolse kerkdiensten, Poolse Supermarkten en gaan enkel met Poolse mensen om. Welk begrip herken je hier?

a)

Segregatie

b)

Assimilatie

c)

Integratie

d)

Discriminatie

28.

Wat betekent integratie?

a)

Bevolkingsgroepen leven gescheiden van elkaar

b)

Bevolkingsgroepen moeten zich volledig aanpassen aan de dominante cultuur

c)

Uitwisseling van subculturen van nieuwkomers en de dominante cultuur.

d)

De bevolkingsgroepen moeten zich houden aan de Nederlandse waarden en normen

29.

Wat bepaalt je cultuur niet?

a)

normen en waarden

b)

politieke voorkeur

c)

tradities & gewoonten

d)

kunst, sport, feestdagen & symbolen

30.

Als we iemand zien, vormen we vaak automatisch een beeld van diens:

a)

identiteit

b)

politieke voorkeur

c)

sociale omgeving

d)

kunst, sport, feestdagen & symbolen

31.

Gothics vormen een:

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

c)

etnische subcultuur

d)

een tegencultuur

32.

Naar school of je werk fietsen, tussen de middag een boterham eten en op 5 december Sinterklaas vieren zijn voorbeelden van:

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

c)

etnische subcultuur

d)

een tegencultuur

33.

Uit welk land komen migranten van koloniën?

a)

Argentinië

b)

Suriname

c)

Syrië

d)

Marokko

34.

Bij internalisatie:

a)

is er sprake van onvolledige socialisatie.

b)

gedragen mensen zich zoals de groep van hen verwacht.

c)

staat de loyaliteit aan de dominante cultuur centraal.

d)

leren mensen door sociale controle cultuurkenmerken aan.

35.

Welke term wordt steeds vaker in plaats van "allochtoon" gebruikt?

a)

inwoners met een migratieachtergrond

b)

verhuisd

c)

ontworteld

d)

inwoners met buitenlands invloed

36.

Wat is een pluriforme samenleving?

a)

Een samenleving met veel verschillende subculturen

b)

Samenleving van mensen met verschillende culturen en levensstijlen

c)

Een samenleving waar maar 1 cultuur is

d)

Een samenleving met 1 dominante cultuur

37.

Het gezin, de media, politiek, vrienden, verenigingen zijn:

a)

socialiserende instituties

b)

onderdeel van een cultuur

c)

tegenculturen

d)

voorbeelden van een collectieve cultuur

38.

Waartoe behoort een jaarclub studenten? Meerdere antwoorden zijn mogelijk.

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

c)

etnische subcultuur

d)

een tegencultuur

39.

Vluchtelingen die aankomen in Nederland zoeken vaak landgenoten op en vormen daarmee een:

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

c)

etnische subcultuur

d)

een tegencultuur

40.

Krakers willen de gehele samenleving veranderen, en vormen daarom een:

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

c)

etnische subcultuur

d)

een tegencultuur

41.

Wat is niet van invloed bij het ontstaan van culturele verschillen?

a)

stad <-> platteland

b)

jong <-> oud

c)

wel <-> geen grondwet

d)

hoog <-> laag opgeleid

42.

De beste omschrijving van socialisatie is dat mensen

a)

Waarden en normen krijgen overgedragen.

b)

Sancties leren waarderen.

c)

Subculturen leren kennen.

d)

Kenmerken van de dominante cultuur leren kennen.

43.

Als je bij een bedrijf werkt krijg je te maken met een

a)

Generatieconflict

b)

Bedrijfscultuur

44.

In de stad is meer sprake van ... dan op het platteland

a)

Loyaliteit

b)

Anonimiteit

c)

Sociale cohesie

d)

Rolpatronen

45.

Welk rijtje begrippen hoort het meest bij elkaar?

a)

Allochtoon, autochtoon en jongeren

b)

Mannen, vrouwen en rolpatronen

c)

Bedrijfscultuur, beroep en afkomst

d)

Regionale verschillen, sociale cohesie, hipsters

46.

Van welke vorm van cultuur zou dit een voorbeeld zijn?

a)

Dominante cultuur

b)

Tegencultuur

c)

Subcultuur

47.

Van welke vorm van cultuur zou dit een voorbeeld zijn?

a)

Dominante cultuur

b)

Subcultuur

c)

Tegencultuur

48.

Van welke vorm van cultuur zou dit een voorbeeld zijn?

a)

Dominante cultuur

b)

Tegencultuur

c)

Subcultuur

49.

Wat is geen cultuurkenmerk?

a)

Kunst en sport

b)

Wetten

c)

Feestdagen

d)

De natuur

50.

Wat is de beste omschrijving? Een pluriforme samenleving is een samenleving met:

a)

Veel etnische groepen

b)

Een grote culturele diversiteit

c)

Evenveel allochtonen als autochtonen

d)

Veel botsingen tussen subculturen en de dominante cultuur

51.

De manier waarop veel mannen en vrouwen zich gedragen is het gevolg van internalisatie

a)

Waar

b)

Niet waar

52.

Internalisatie is

a)

Als je weigert andere normen en waarden te leren en gebruiken.

b)

Als je een persoonlijke identiteit ontwikkelt.

c)

Als je je gedraagt zoals men van je verwacht.

d)

Als je je vooral inzet op individualisme.

53.

Nederland is

a)

Individualistisch en masculien

b)

Individualistisch en feminien

c)

Collectivistisch en masculien

d)

Collectivistisch en feminien

54.

Waar zorgden de hogere lonen voor?

a)

Meer huizen

b)

Meer sparen

c)

Meer banen

d)

Consumptiemaatschappij

55.

Ik mocht naar de middelbare school en kreeg later een goede baan. Dat was heel bijzonder voor een meisje

a)

Ontzuiling

b)

Emancipatie

c)

Globalisering

d)

Individualisering

56.

In Nederland hebben we een aantal basisafspraken. Welke horen daar bij?

a)

vrijheid van menigsuiting

b)

vrije schoolkeuze

c)

vrijheid van godsdienst

d)

gelijkheid van mannen en vrouwen

e)

verbod op discriminatie

57.

integratie is:

a)

als nieuwkomers zich 100% aanpassen aan de Nederlandse cultuur

b)

als nieuwkomers zich nauwelijks aanpassen en na jaren ook de taal niet spreken

c)

als nieuwkomers zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur, maar ook dingen van hun eigen cultuur houden