wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H10.1 en H12 beco

Total questions: 9

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Je kijkt eerst naar de middelen en daar wordt een doel bij gezocht. Dit noem je...

a)

Causation

b)

Effectuation

2.

Je kijkt eerst naar het doel en daar zoek je middelen bij. Dit noem je...

a)

Causation

b)

Effectuation

3.

Wat zijn rechtspersonen?

a)

Eenmanszaak, VOF, BV en NV

b)

BV en NV

c)

BV, NV, vereniging en stichting

d)

Eenmanszaak, VOF, vereninging en stichting

4.

Waar zit het verschil in tussen de eenmanszaak en de VOF?

a)

Natuurlijke personen --> aansprakelijkheid voor de schulden

b)

Het aantal eigenaren

c)

Het aantal werknemers

d)

Het aantal eigenaren en het aantal werknemers

5.

De vereniging en de stichting zijn beide niet-commerciële organisaties. Er zit ook een verschil tussen beide rechtsvormen. Wat is dat?

a)

Een vereniging heeft leden en een stichting heeft geen leden

b)

Een stichting heeft leden en een vereniging heeft geen leden

c)

Een vereniging heeft een doel en een stichting niet

d)

Een stichting heeft een doel en een vereniging niet

6.

Als een aanbieder marktleider is met 67% van het marktaandeel. Dan hebben we het over...

a)

De absolute omvang

b)

De relatieve omvang

7.

Organisaties voldoen aan maatschappelijke behoeften. Wat is geen maatschappelijke behoefte waar organisaties aan voldoen?

a)

Werken aan innovatie

b)

Leveren van belastingopbrengsten

c)

Zorgen voor werkgelegenheid

d)

Het zijn allemaal voorbeelden van maatschappelijke behoeften waar organisaties aan voldoen

8.

De 3 onderdelen van maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn...

a)

Op een sociale manier zorgen voor winst dat niet ten koste gaat aan de dieren

b)

People, planet, profit

c)

People, planet, profijt

d)

Mensen, dieren en de aarde

9.

De verklaring van de accountant moet aan 4 dingen voldoen. Aan welke hoeft het NIET te voldoen?

a)

Betrouwbaar: het moet juist, volledig en tijdig zijn

b)

Aarnvaardbaar: het moet volgens de wet- en regelgeving zijn

c)

Rechtmatig: de kosten en opbrengsten zijn "terecht" verdeeld over de juiste periode van het jaar

d)

Optimaal: het moet zo veel mogelijk winst opleveren