Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Stevigheid en Beweging

Total questions: 30

Worksheet time: 2hrs 28mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding hiernaast staan tekeningen van drie soorten weefsel weergegeven.
Welke tekening geeft het weefsel weer waarin het medicijn als eerste terechtkomt als het intramusculair wordt toegediend? Intramusculair wil zeggen in een skeletspier.

a)

R

b)

S

c)

T

2.

In de afbeelding staat onder andere het spronggewricht aangegeven.
Met welk gewricht bij de mens komt het spronggewricht overeen?

a)

Het ellebooggewricht

b)

Het enkelgewricht

c)

Het polsgewricht

d)

Het kniegewricht

3.

In informatie 7 is ook het skelet van een dinosauriër afgebeeld.
Is een dinosauriër een hoefganger, een teenganger of een zoolganger?

a)

Een hoefganger

b)

Een teenganger

c)

Een zoolganger

4.

In de afbeelding zijn de botten in een hand en een deel van de onderarm weergegeven. Welke letter geeft een handwortelbeentje aan?

a)

R

b)

Q

c)

P

d)

T

5.

De achillespees is een grote pees die spier P met het hielbeen verbindt. Wat is de naam van spier P?

(a)  

6.

In de afbeelding hieronder staan vier manieren getekend waarop de voet kan bewegen.
Welke tekening geeft de beweging weer die de voet maakt als de achillespees omhoog
getrokken wordt?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

7.

In ernstige gevallen van slijtage van het heupgewricht wordt bij een patiënt een zogenaamde heupprothese aangebracht. Tijdens een operatie wordt dan de kop van een heupgewricht verwijderd en vervangen door een kop van metaal. Soms wordt ook nog de kom vervangen (zie de afbeelding).
De heupprothese verbindt de botten P en Q uit de afbeelding met elkaar.
bot P is het

(a)  

8.

In ernstige gevallen van slijtage van het heupgewricht wordt bij een patiënt een zogenaamde heupprothese aangebracht. Tijdens een operatie wordt dan de kop van een heupgewricht verwijderd en vervangen door een kop van metaal. Soms wordt ook nog de kom vervangen (zie de afbeelding).
De heupprothese verbindt de botten P en Q uit de afbeelding met elkaar.
bot Q is het

(a)  

9.

Hoe heten de armen en benen samen?

(a)  

10.

Welke beweging ontstaat als spier P zich verder samentrekt?

a)

De vingers worden gebogen

b)

De vingers worden gestrekt

c)

De arm wordt gebogen

d)

De arm wordt gestrekt

11.

Wat voor soort weefsel wordt tijdens de operatie op plaats Q verwijderd?

a)

Kraakbeenweefsel

b)

Spierweefsel

c)

Zenuwweefsel

d)

Beenweefsel

12.

Artrose is een zeer pijnlijke aandoening aan gewrichten. Artrose ontstaat door sterke slijtage van het kraakbeen in gewrichten.
Afbeelding 2 geeft de doorsnede van een heupgewricht weer. Enkele plaatsen in het gewricht zijn met cijfers aangegeven.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

13.

Bevat kraakbeen meer, minder of evenveel kalk dan been?

a)

Meer

b)

Minder

c)

Evenveel

14.

Hoe noemen we de wervels aangegeven met 1?

(a)  

15.

Hoe heet bol L?

a)

Heupbeen

b)

Spaakbeen

c)

Ellepijp

d)

Hielbeen

16.

Welke onderdelen zijn van kraakbeen?

a)

1

b)

2

c)

3

17.

Welke onderdelen behoren tot de borstkas?

a)

Borstbeen

b)

Schouderblad

c)

Borstwervels

d)

Ribben

e)

Sleutelbeen

18.

Wat loopt er door het wervelgat?

a)

Ruggenmerg

b)

Spieren

c)

Bloed

d)

Vocht

19.

Wat zijn de functies van onderdeel 2?

a)

Vering

b)

Signalen doorgeven via zenuwen

c)

Bewegen

d)

Vast houden van ribben

e)

Stevigheid geven aan de wervelkolom

20.

Wat is onderdeel C?

a)

Bloedvat

b)

Spier

c)

Zenuw

d)

Pees

21.

Op welke plaatsen zit kraakbeen in je lijf?

a)

In je neus

b)

In je oren

c)

In gewrichten

d)

Tussen je wervels

e)

Tussen je borstbeen en ribben

22.

Welke letter geeft de biceps aan?

a)

A

b)

B

c)

C

23.

Waardoor wordt de knieschijf op haar plek gehouden?

a)

Gewrichtsband

b)

Meniscus

c)

Gewricht

d)

Naadverbinding

24.

Waardoor kunnen botten in een gewricht gemakkelijk langs elkaar bewegen?

a)

Door gewichtssmeer

b)

Door gewrichtsbanden

c)

Door kraakbeen

d)

Door de beenverbinding

25.

Wat moet op de plaats van het vraagteken staan?

a)

Spier

b)

Pees

c)

Spierbundel

d)

Spiervezel

26.

Hoe zitten spieren vast aan botten?

(a)  

27.

Hoe heet onderdeel 1?

(a)  

28.

Een persoon heeft haar gewrichtskapsel te ver uitgerekt. Dit noemen wij een ........

a)

Kneuzing

b)

Ontwrichting

c)

Voetbalknie

d)

Spierscheuring

e)

Verstuiking

29.

Wat is er in deze afbeelding aan de hand?

a)

Verstuiking

b)

Ontwrichting

c)

Botbreuk

d)

Spierscheuring

30.

Het kniegewricht bevat een extra stukje been. Wat is de functie van dit beentje?

a)

Stevigheid

b)

Beweeglijkheid

c)

Slijtage tegengaan

d)

Bescherming