Font size
WorksheetsHerhaling thema 6
Total questions: 25
Worksheet time: 15mins
Vul in:
Het huis is ................. schoon gemaakt. Alleen de badkamer nog.
krampachtig
abrupt
grotendeels
Mijn kinderen wil ik beschaafd opvoeden.
Wat betekent beschaafd?
Netjes, goed, volgens de regels
Streng
Vrij, zonder regels
Sommigen zeggen dat veel talen kunnen spreken een verrijking is.
Wat is een verrijking?
Iets waar je als persoon slechter van wordt
Iets waar je als persoon beter van wordt
Iets waar je als persoon verdrietig van wordt
Vul in:
Ze ................. het verlies aan de scheidsrechter.
stellen
wijten
teren
Mijn ouders waren lyrisch over mijn rapport.
Wat betekent lyrisch?
Heel blij, iets fantastisch vinden
Erg verdrietig zijn
Tevreden
De monteur had de nieuwe televisie aangesloten.
Wat is de goede vorm van de werkwoorden?
had = infinitief
aangesloten = voltooid deelwoord
had = persoonsvorm
aangesloten = voltooid deelwoord
had = persoonsvorm
aangesloten = infinitief
Wat heeft dit te betekenen?
Wat is de goede vorm van de werkwoorden?
heeft = persoonsvorm
betekenen = infinitief
heeft = persoonsvorm
betekenen = voltooid deelwoord
heeft = infinitief
betekenen = voltooid deelwoord
Wat wilde je mij nog zeggen?
Wat is de goede vorm van de werkwoorden?
wilde = voltooid deelwoord
zeggen = infinitief
wilde = persoonsvorm
zeggen = voltooid deelwoord
wilde = persoonsvorm
zeggen = infinitief
Jij moet die taal goed kunnen spreken.
Wat is de goede vorm van de werkwoorden?
moet = persoonsvorm
spreken = infinitief
moet = persoonsvorm
spreken = voltooid deelwoord
moet = voltooid deelwoord
spreken = infinitief
De honden hadden gevochten om het bot.
Wat is de goede vorm van de werkwoorden?
hadden = infinitief
gevochten = voltooid deelwoord
hadden = persoonsvorm
gevochten = infinitief
hadden = persoonsvorm
gevochten = voltooid deelwoord
De dokter heeft de patiënt de medicijnen gegeven.
Wat is het meewerkend voorwerp?
(a)
De politie deelde een boete uit aan de boze man.
Wat is het meewerkend voorwerp?
(a)
De postbode geeft de brief aan de buurman.
Wat is het meewerkend voorwerp?
(a)
De scheidsrechter geeft de lekke bal aan de verzorger van de club.
Wat is het meewerkend voorwerp?
(a)
Ik vraag aan mijn ouders een nieuw spel voor de playstation.
Wat is het meewerkend voorwerp?
(a)
Zij heeft hem een cadeau gegeven.
Wat zijn de 2 persoonlijk voornaamwoorden in de zin?
(a)
Hij heeft het mij niet verteld.
Wat zijn de 3 persoonlijk voornaamwoorden in de zin?
(a)
Ik geef jullie het nieuwe boek.
Wat zijn de 2 persoonlijk voornaamwoorden in de zin?
(a)
Dat kan ik je wel vertellen.
Wat zijn de 3 persoonlijk voornaamwoorden in de zin?
(a)
Wil je me iets vertellen?
Wat zijn de 2 persoonlijk voornaamwoorden in de zin?
(a)
Wauw, dat is een prachtig slot.
Welk woord is dubbelzinnig?
(a)
Gaf jij hem zomaar een knuffel?
Welk woord is dubbelzinnig?
(a)
De jarige buurman kreeg van hem een trap.
Welk woord is dubbelzinnig?
(a)
Uit de box komt geluid
Welk woord is dubbelzinnig?
(a)
De fotograaf maakt een foto van de ster.
Welk woord is dubbelzinnig?
(a)
