wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bladeren en fotosynthese

Total questions: 30

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 1?

a)

bladsteel

b)

bladschijf

c)

hoofdnerf

d)

zijnerf

e)

bladmoes

2.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 2?

a)

bladsteel

b)

bladschijf

c)

hoofdnerf

d)

zijnerf

e)

bladmoes

3.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 4?

a)

bladsteel

b)

bladschijf

c)

hoofdnerf

d)

zijnerf

e)

bladmoes

4.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 5?

a)

bladsteel

b)

bladschijf

c)

hoofdnerf

d)

zijnerf

e)

bladmoes

5.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 6?

a)

bladsteel

b)

bladschijf

c)

hoofdnerf

d)

zijnerf

e)

bladmoes

6.

Een blad zit met de ....... vast aan een stengel van een plant.

a)

bladsteel

b)

bladschijf

c)

hoofdnerf

d)

bladmoes

7.

Het platte deel van een blad noemen we een .....

a)

bladsteel

b)

bladschijf

c)

hoofdnerf

d)

bladmoes

8.

Het zachte materiaal tussen de nerven noemen we ......

a)

bladsteel

b)

bladschijf

c)

hoofdnerf

d)

bladmoes

9.

In de hoofdnerf en zijnerven van een blad zitten ......

a)

bladgroenkorrels

b)

bladmoes

c)

vaten (vaatbundels)

d)

botten

10.

Wat is de functie van de nerven in een blad?

(er zijn 2 antwoorden goed)

a)

ze vervoeren water en voedingsstoffen door het hele blad

b)

ze vervoeren zuurstof en koolstofdioxide door de hele plant

c)

ze geven stevigheid aan het blad

d)

ze slaan reservevoedsel op

11.

Als een blad in de herfst van de boom valt, dan vergaat (=wegrotten) eerst .....

a)

de hoofdnerf en zijnerven

b)

het bladmoes

c)

de bladgroenkorrels

d)

de bladsteel

12.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is hier afgebeeld?

a)

een bloem

b)

een bladskelet

c)

een doorzichtige plant

d)

een insect

13.

Welke stoffen worden er door de nerven in het blad vervoerd?

a)

water en zuurstof

b)

water en voedingsstoffen

c)

koolstofdioxide en zuurstof

d)

glucose en zuurstof

14.

Wat is fotosynthese?

(er zijn 2 antwoorden goed)

a)

een proces waarbij een plant zijn eigen voeding maakt

b)

een proces waarbij een plant in de zon staat

c)

een proces waarbij een plant zuurstof maakt

d)

een proces waarbij een plant koolstofdioxide maakt

15.

Waar in de plant vindt fotosynthese plaats?

a)

in de wortels

b)

in de stengels en bloemen

c)

in de bladeren en stengels

d)

in alle groene delen van de plant

16.

Wanneer vindt er fotosynthese plaats?

a)

altijd; dag en nacht

b)

alleen 's nachts

c)

alleen als er (zon)licht is

d)

alleen in de ochtend

17.

Wat heeft een plant nodig voor fotosynthese?

a)

zuurstof en water

b)

zonlicht en zuurstof

c)

koolstofdioxide, water en zonlicht

d)

glucose, koolstofdioxide en zuurstof

18.

Hoe krijgt de plant water binnen voor de fotosynthese?

a)

via de bladeren

b)

via de stengels

c)

via de wortels

19.

Hoe krijgt de plant koolstofdioxide binnen voor de fotosynthese?

a)

via de wortels

b)

via de stengels

c)

via de bladeren

20.

Wat zijn huidmondjes?

a)

kleine mondjes in de huid van dieren

b)

kleine openingen in de bladeren

c)

kleine openingen in de wortels

d)

kleine openingen in de bloemen

21.

Wat is de functie van huidmondjes?

a)

ademhalen

b)

groeien

c)

voeden

d)

reageren

22.

Waar bevinden zich huidmondjes bij een plant?

a)

aan de bovenzijde van bladeren

b)

aan de onderzijde van bladeren

c)

in de wortels

d)

aan de zijkanten van een stengel

23.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is er afgebeeld?

a)

huidmondjes in een blad

b)

een blaadje met wolken

c)

bladgroenkorrels

24.

Welke stoffen ontstaan bij fotosynthese?

a)

koolstofdioxide en water

b)

zonlicht, water en zuurstof

c)

zuurstof en glucose

d)

glucose en koolstofdioxide

25.

Wat gebeurt er met de zuurstof die ontstaat bij fotosynthese?

a)

deze wordt opgenomen door de bladeren

b)

deze wordt uitgeademd door de plant

c)

deze wordt vervoerd naar de wortels

d)

deze wordt opgeslagen in de wortels

26.

Wat gebeurt er met de glucose die bij fotosynthese ontstaat?

a)

deze wordt opgeslagen in de plant

b)

deze wordt uitgeademd door de plant

c)

deze wordt via de wortels afgegeven aan de grond

27.

Hieronder staat fotosynthese schematisch afgebeeld.

Wat moet er bij de nummers 1 en 2 staan?

1 + water + zonlicht --->> zuurstof + 2

a)

1= glucose, 2= water

b)

1= koolstofdioxide, 2= zuurstof

c)

1= koolstofdioxide, 2= glucose

d)

1= zonlicht, 2= glucose

28.

Bekijk de afbeelding goed.

In welke delen van de plant vindt fotosynthese plaats?

a)

in alle delen van de plant

b)

alleen in de bloem

c)

alleen in de bladeren

d)

in de bladeren en stengels

29.

Bij fotosynthese wordt zuurstof geproduceerd.

Wie gebruiken deze zuurstof?

a)

alleen de planten

b)

alleen dieren

c)

dieren, mensen en planten

d)

alleen mensen

30.

Bij fotosynthese wordt glucose geproduceerd.

Wie gebruiken deze glucose?

a)

alleen de planten

b)

alleen dieren

c)

dieren, mensen en planten

d)

alleen mensen