wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Eigen omgeving: de stad

Total questions: 15

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel inwoners heeft de Randstad?

a)

Ruim 5 miljoen inwoners

b)

Ruim 7 miljoen inwoners

c)

Meer dan 10 miljoen inwoners

d)

Minder dan 1 miljoen inwoners

2.

Wat is een metropool?

a)

Een grote stad

b)

Een stedelijk gebied met een verzorgingsgebied dat niet alleen de kernstad, maar ook de voorsteden en het ommeland omvat

c)

Een agglomeratie

d)

Aan elkaar vastgegroeide stedelijke gebieden

3.

Wat zijn grootstedelijke functies die een metropool vervult?

a)

Landbouw en veeteelt

b)

Openbaar bestuur, kennis, cultuur, recreatie

c)

Visserij

d)

Bosbouw en houtproductie

4.

Wat zijn de twee intercontinentale transportknooppunten in de Randstad?

a)

Schiphol en Parijs

b)

Rotterdamse haven en Berlijn

c)

Schiphol en Rotterdamse haven

d)

Londen en Amsterdam

5.

Wat is metropoolvorming?

a)

Een proces van decentralisatie van stedelijke functies

b)

Een proces van isolatie van steden

c)

Een proces van verkleining van steden

d)

Een proces van globalisering in de stedelijke samenleving, waarbij grootstedelijke functies zich concentreren in één metropool

6.

Waarom stimuleert de overheid metropoolvorming?

a)

Om de steden te isoleren

b)

Om de concurrentiepositie in Europa te versterken

c)

Om de bevolking te verkleinen

d)

Om de steden te decentraliseren

7.

Wat is het gevolg van 'krimp' in sommige delen van Nederland?

a)

Een groeiende economie

b)

Meer werkgelegenheid

c)

Leegstand van woningen, winkels en bedrijfspanden

d)

Toename van de bevolking

8.

Wat zijn de twee vormen van ruimtelijk beleid in Nederland?

a)

Modernisatiebeleid en traditioneel beleid

b)

Uitbreidingsbeleid en inkrimpingsbeleid

c)

Centralisatiebeleid en decentralisatiebeleid

d)

Spreidingsbeleid en concentratiebeleid

9.

Waar werden in grote aantallen woningen in de Randstad gebouwd tijdens het VINEX-beleid?

a)

In de landelijke gebieden

b)

Aan de rand van de grote steden

c)

In de groeikernen buiten de Randstad

d)

In het historisch centrum

10.

Wat is een kenmerk van een creatieve stad?

a)

Een afname van werkgelegenheid

b)

Een laagopgeleide bevolking

c)

Een hoog brp/hoofd

d)

Veel landbouw en veeteelt

11.

Waar komen innovatieve bedrijven vooral voor?

a)

Randstad

b)

In het centrum

c)

In de suburbs

d)

Op scienceparks en 19e-eeuwse wijken

12.

Wat is een belevingseconomie?

a)

Een economie gebaseerd op landbouw

b)

Een economie gebaseerd op mijnbouw

c)

Een economie gebaseerd op industrie

d)

Een economie waarbij de uitstraling van een product of dienst meer waar is dan de inhoud

13.

Wat is een duurzame stad?

a)

Een stad die geen rekening houdt met toekomstige generaties

b)

Een stad die veel afval produceert

c)

Een stad die energieneutraal is en afval hergebruikt

d)

Een stad die geen groene ruimtes heeft

14.

Wat is een smart city?

a)

Een stad waar geen technologie wordt gebruikt

b)

Een stad waar alleen oude technologie wordt gebruikt

c)

Een stad die maximaal gebruikmaakt van digitale technologie zoals computers en internet

d)

Een stad waar geen internet is

15.

Wat zijn mogelijke gevaren of risico's van een smart city?

a)

Overbevolking

b)

Economische groei

c)

Hackers, privacy en discriminatie

d)

Milieuvriendelijkheid