wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2_Op niveau_Lezen 1-4_Over taal 4-5

Total questions: 20

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen manier om een tekst in te leiden?

a)

Een of meer vragen stellen

b)

Nieuwsgierig maken

c)

Onderwerp aankondigen

d)

Aanleiding voor het schrijven van de tekst noemen

2.

De belangrijkste zin van een alinea heet (a)  

3.

De omvang van het festival is in de afgelopen jaren flink toegenomen.

Wat is de betekenis van omvang?

(a)  

4.

Caroline domineerde het debat over duurzame landbouw.

Domineren betekent:

(a)  

5.

5.

Welke manier van inleiden wordt er gebruikt in deze tekst?

a)

Een of meer vragen stellen.

b)

Onderwerp aankondigen.

c)

Aanleiding voor het schrijven van de tekst noemen.

d)

Kort grappig of emotioneel verhaaltje vertellen.

6-7.

6.

In alinea 2 staat een opsomming uit hoeveel delen bestaat de opsomming?

a)

2

b)

3

c)

4

7.

Noteer de delen van de opsomming

(a)  

8.

8.

In alinea 3 staat een signaalwoord van tegenstelling.

Noteer het signaalwoord.

(a)  

9.

De capaciteit van windmolens neemt toe naarmate de wieken een groter zijn.

Noteer de betekenis van capaciteit.

(a)  

10.

Tijdens de wafelbakactie werden circa 550 wafels verkocht voor het goede doel.

Circa betekent:

(a)  

11.

Welke manieren zijn er om een tekst af te sluiten?

a)

Conclusie

b)

Advies

c)

Oplossing

d)

Samenvatting

12.

De hoofdgedachte is:

a)

De belangrijkste gedachte van de schrijver in 1 zin geformuleerd.

b)

De belangrijkste mededeling over het onderwerp in 1 zin geformuleerd.

c)

Een ultra korte samenvatting met de belangrijkste informatie over het onderwerp in 1 zin.

d)

De belangrijkste gedachte van de lezer over het onderwerp in 1 zin.

13.

13.

Welke verbindingsmanier wordt er gebruikt tussen alinea 1 en 2?

a)

Signaalwoord

b)

Herhaling

c)

Overgangszin met verwijzing

d)

Aankondigende zin

14.

14.

Waarnaar verwijst 'dit' in regel 6?

a)

Naar de taart

b)

Naar de winst

c)

Naar Heel holland bakt

d)

Naar de finale

15.

Wat is een ecoloog?

a)

Een wetenschapper die het evenwicht in de cultuur bestudeert.

b)

Een natuuronderzoeker.

c)

Een wetenschapper die het evenwicht in de natuurkunde bestudeert.

d)

Een wetenschapper die het evenwicht in de natuur bestudeert.

16.

Wat betekent 'eieren voor je geld kiezen'?

a)

Eieren op je boodschappenlijstje zetten.

b)

Met minder genoegen nemen.

c)

Er snel vandoor gaan.

d)

Wel tevreden zijn met wat je hebt.

17.

Het was niet mijn intentie om je te kwetsen.

Wat betekent intentie?

(a)  

18.

Wat is geen tekstdoel?

a)

Uitleg geven

b)

Beschouwende tekst

c)

Overhalen

d)

Betoog

19.

19.

In alinea 1 staat een tegenstelling. Je moet de delen van het verband noteren. Vul de delen aan.

Uitspraak: 8,7% zoekt wel een baan

Tegenstelling: (a)  

20.

20.

Welke verbindingsmanier heeft de schrijver gebruikt tussen deze twee alinea's? Noteer het woord waaraan je dit herkende.

(a)  

21.

Voor een gedegen onderzoek is het belangrijk de onderzoeksvraag duidelijk af te bakenen.

Wat betekent afbakenen?

a)

Formuleren

b)

Goed te onderzoeken

c)

De grenzen van iets aangeven.

d)

Lang over na denken