Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tess

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het werkwoorden gezegde (wwg) en het onderwerp (ond) in deze zin:
De kleine kinderen hebben heerlijk in de zandbak gespeeld.

a)

wwg: de kleine kinderen

ond: hebben gespeeld

b)

wwg: hebben gespeeld
ond: de kleine kinderen

c)

wwg: heerlijk gespeeld
ond: de zandbak

d)

wwg: gespeeld
ond: de zandbak

2.

Welke voorzetsel (s) heeft deze zin? Schrijf het voorzetsel (s) in de balk.

De kat ligt op de grote bank.

(a)  

3.

Wat is hier het gesplitste werkwoord?
De zanger stelt zijn band voor aan het publiek

a)

steltvoor

b)

voorstellen

c)

steltaan

d)

vooraan

4.

Wat is het persoonlijk voornaamwoord in deze zin?
Het waait allemaal over me heen.

4 lines
5.

Wat is een onderwerp?

4 lines
6.

Wat is een bezittelijk voornaam woord?

4 lines
7.

Wat is het onderwerp in deze zin?
Mijn vader haalt mij vanmiddag van school op.

onderwerp: Mijn vader.

a)

Klopt

b)

Klopt niet

8.

De auto's staan aan de verkeerde kant van de weg:

wwg: aan de weg

a)

klopt

b)

klopt niet

9.

Wat is het onderwerp in deze zin?
Mijn zus zit al een kwartier op het toilet te poepen.

4 lines
10.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
De politie hield de automobilist aan.

a)

de politie

b)

de automobilist

c)

hield

d)

aan